De inlassching der verbindings-n, § 180-206 » 151

De verbindings-n achter substantieven als teeken

van den zwakken genitief, § 182-187 » 154

als teeken van het meervoud, § 188-197 » 159

achter bijvoeglijke woorden, § 198-201 » 172

achter werkwoorden, § 202, 203 » 174

als invoegsel voor de welluidendheid, § 204-206

» 176

De inlassching der verbindings-s, § 207-212 » 178

De verbindings-s als teeken van den tweeden naamval

achter zelfstandige naamw., § 208 » 178

als teeken van het meervoud, § 209 » 180

als teeken van den tweeden naamval achter

bijvoeglijke woorden, § 210, 211 » 181

als invoegsel voor de welluidendheid, achter

stammen van werkwoorden, § 212 » 181

De grondbeginselen der Nederlandsche spelling Regeling der spelling voor het woordenboek der Nederlandsche taal · 第 9 / 30 题