Bij het naderen van den tijd, waarop de Redactie met de uitgave
van het Nederlandsch Woordenboek een aanvang hoopt te kunnen maken,
heeft zij zich verplicht geacht, vooraf nauwkeurig het spellingstelsel
te bepalen, dat in het Woordenboek zal worden gevolgd. Te midden der
vele twijfelingen en onzekerheden, die nog altijd in de spelling onzer
moedertaal bestaan, bij het verschil van gevoelen onzer taalkundige
schrijvers omtrent een aantal min of meer belangrijke punten, was
het volstrekt noodzakelijk een vast plan te beramen en voor alle
bijzondere gevallen eene bepaalde keuze te doen. Te meer gevoelde de
Redactie hare verplichting, om hierin met de uiterste behoedzaamheid en
niet dan na rijpe overweging te werk te gaan, omdat het Woordenboek,
dat zij eenmaal tot stand hoopt te brengen, uit den aard der zaak
niet zonder invloed zal blijven en derhalve aan de bewerkers eene
dubbele verantwoording oplegt. Het algemeene beginsel, dat bij deze
regeling der orthographie tot leidraad moest verstrekken, kon aan
geen twijfel onderhevig zijn. Het was aangewezen in het Ontwerp des
Woordenboeks, door den Voorzitter der Redactie in de vergadering van
het Derde Taal- en Letterkundig Congres te Brussel voorgedragen,
en door de algemeene goedkeuring bekrachtigd. Daarin was bepaald,
dat de in Noord-Nederland aangenomene spelling tot grondslag zou
worden gelegd, behoudens zoodanige wijzigingen, als de tegenwoordige
stand der wetenschap noodzakelijk scheen te vereischen. De Redactie
heeft gemeend, zich aan dat beginsel, als het meest practische en
bruikbare, te moeten houden. Overtuigd, dat groote veranderingen
in de spelling eener beschaafde en gevestigde taal, al mochten
zij op zich zelve wenschelijk zijn, toch nimmer kans hebben om
algemeen te worden aangenomen, en juist daardoor de zoo wenschelijke
eenparigheid en vastheid der taalvormen in dreigend gevaar brengen,
acht zij het boven alle bedenking raadzaam, de bestaande en erkende
spelling te eerbiedigen, voor zooverre zij met de uitspraken eener
gezonde taalkennis in overeenstemming is. Met nog sterkeren aandrang
dan bij de voordracht van het Ontwerp des Woordenboeks geschieden
kon, mag de Redactie dit beginsel thans aanbevelen, omdat de in
Noord-Nederland gebruikelijke spelling juist in de jaren, die sedert
het Brusselsche Congres verstreken, ook door de meeste letterkundigen
van Zuidelijk Nederland allengs is aangenomen, zoodat werkelijk,
in de hoofdpunten althans, in het geheele Nederlandsche taalgebied
eene tot dusverre ongekende eenparigheid is gevestigd. Het zou dwaas
en roekeloos zijn door gewaagde hervormingen die overeenstemming
te verbreken, en de eenheid der taal van Zuid en Noord ook in den
uiterlijken vorm--dat onschatbare voorrecht, dat zonder eenigen
dwang, maar alleen door vrije overtuiging en zucht tot verbroedering
langzaam verkregen werd--onbedacht en moedwillig op te offeren aan
onpractische stelselzucht of ontijdig nieuwigheidsbejag. En waarlijk,
bij de aanbeveling van het bestaande, als grondslag van de regeling
der spelling voor het Woordenboek, behoeft de Redactie aan hare
wetenschappelijke overtuiging geen geweld aan te doen, noch, in het
belang der eenparigheid, eenige antipathie te overwinnen. Integendeel
aarzelt zij niet te verklaren, dat werkelijk de aangenomene spelling
over het algemeen alle aanbeveling verdient. Bij herhaalde ernstige
overweging is het haar meer en meer gebleken, dat die spelling
inderdaad vele voortreffelijke eigenschappen bezit, en noch in
regelmaat noch in duidelijkheid voor die van eenige andere taal
behoeft onder te doen. Haar is althans geene nieuwere taal bekend, wier
orthographie de twee groote spellingbeginselen--overeenstemming met
de uitspraak en aanwijzing van de afleiding en den oorspronkelijken
vorm der woorden--op gelukkiger wijze vereenigd heeft weten te
eerbiedigen. Om niet te spreken van het Fransch en Engelsch, wier
spelling de willekeur zelve is, ook bij de vergelijking met het
Hoogduitsch is de verhouding geheel in ons voordeel, zelfs al wil
men de in Duitschland gebruikelijke schrijfwijze niet zoo gestreng
veroordeelen, als de grootste Duitsche taalkenner doet, die ronduit
verklaart: »Mich schmerzt es tief gefunden zu haben, dasz kein volk
unter allen, die mir bekannt sind, heute seine sprache so barbarisch
schreibt wie das deutsche. [1]"
De taak der Redactie bestond derhalve niet in het ontwerpen van
een nieuw spellingstelsel, maar alleen in de overweging, welke
verbeteringen de bestaande spelling, bij de hoogte die de wetenschap
in onze dagen bereikt heeft, scheen te vereischen. Met dit doel
voor oogen, heeft de Redactie het geheele vraagstuk der spelling
aandachtig nagegaan en de geschilpunten zorgvuldig getoetst, met
inachtneming van alles, wat daarover sedert 1804 door onze taalkundigen
is geschreven. Vooral heeft zij getracht, die gebrekkige schrijfwijzen
te verbeteren, die op onjuiste woordafleidingen steunden, of waarbij
de in het stelsel zelf aangenomene beginselen en regels hetzij
verkeerdelijk, hetzij in het geheel niet waren toegepast. Om hierin
met te meerder zekerheid te werk te gaan en den strijd te vereffenen,
die zich hier en daar tusschen de verschillende spelregels voordeed,
heeft zij gemeend vóór alles de grondbeginselen der orthographie uit
de natuur en de bestemming van het schrift te moeten afleiden, ten
einde langs dezen weg des te juister hunne onderlinge verhouding te
bepalen. Immers, zoodra de hoogere of geringere waarde der algemeene
beginselen eenmaal is vastgesteld, behoeft men bij de waardeering
der bijzondere regels niet verlegen te staan met de vraag, welke
regel in dit of dat bijzonder geval gelden moet. Eerst derhalve de
algemeene regels na te gaan, te formuleeren en volgens hunne waarde
te rangschikken, en daarna de betwiste of twijfelachtige punten te
toetsen: ziedaar wat de Redactie zich voorstelde. Met gerustheid mag
zij verklaren, dat het haar streven geweest is, hare taak zoo objectief
mogelijk op te vatten en overal de strengste onzijdigheid te bewaren.
In de volgende bladzijden worden de vruchten van ons
gemeenschappelijk overleg aan onze landgenooten aangeboden. Zij
bevatten de uitdrukking onzer eenparige, na zorgvuldig wikken en
wegen gevestigde overtuiging. De heldere uiteenzetting daarvan is
men verschuldigd aan ons geacht Medelid, Dr. Te Winkel, die aan ons
onderzoek het werkzaamste aandeel nam, en zich welwillend belastte
met de taak, de resultaten in een opzettelijk betoog voor te dragen,
dat vervolgens, in eendrachtige samenwerking met den ondergeteekende
herzien en aangevuld, ook de toestemming van ons hooggeschat Belgisch
Medelid, Prof. David, mocht verwerven. Aan niemand voorzeker kon de
taak om zulk een betoog te leveren beter toevertrouwd zijn dan aan den
schrijver van het werkje, De Nederlandsche Spelling getiteld, hetwelk
door onze taalkundigen en onderwijzers zoo gunstig is opgenomen,
dat binnen drie jaren reeds een derde druk noodzakelijk werd. In dat
werkje, ten behoeve van het onderwijs in onze vaderlandsche scholen
geschreven, had Dr. Te Winkel de algemeen aangenomene--zoogenaamde
Siegenbeeksche--spelling ontvouwd, met invlechting slechts, hier en
daar, van enkele critische aanmerkingen. Alleen een onverklaarbaar
misverstand heeft onlangs een hooggeleerd beoordeelaar--in het
beste onzer tijdschriften--kunnen verleiden tot de voorbarige en
door niets gerechtvaardigde meening, alsof dit werkje tevens het
spellingstelsel bevatte, »dat nu zeker ook tot grondslag gelegd
zal worden aan het Nederlandsch Woordenboek." Waar had ooit òf de
Redactie òf Dr. Te Winkel een woord gesproken, dat recht gaf tot
de onderstelling, alsof--in strijd met het vastgestelde Ontwerp--de
spelling van Siegenbeek zoogoed als onveranderd in het Woordenboek
zou worden gevolgd? Integendeel, het voornemen om in die spelling de
noodige verbeteringen aan te brengen, was in het openbaar duidelijk
uitgesproken. Doch het oogenblik, om zich van die belofte te kwijten
en van het ontworpen plan rekenschap te geven, achtte de Redactie
eerst thans gekomen, nu de uitgave van het Woordenboek begint te
naderen, en de onlangs gehoudene vergadering van het Zevende Taal-
en Letterkundig Congres haar eene geschikte aanleiding heeft geboden,
om--volgens de bepalingen van het Ontwerp--de resultaten van haar
onderzoek aan het oordeel van deskundigen te onderwerpen. Het is waar,
de afzonderlijke beraadslaging, die bij dat Congres was aangekondigd,
heeft geene plaats kunnen vinden: de drukke werkzaamheden, die drie
langdurige zittingen vulden, en meer nog de gulle gastvrijheid der
Bruggenaars, lieten geen tijd over voor eene rustige conferentie over
de spelling, waarvan trouwens de wijdloopige debatten over aa of ae
de leden reeds meer dan verzadigd hadden. Toch is die bijeenkomst
te Brugge, door hetgeen in kleinere kringen behandeld werd, ook voor
onze zaak niet onvruchtbaar gebleven. Van verschillende zijden mocht
de Redactie bedenkingen vernemen, die tot hernieuwde overweging
aanleiding gaven. Is daardoor aan den éénen kant de uitgave van
ons betoog misschien wat lang vertraagd, aan de andere zijde heeft
zeker het gehalte bij dat uitstel niet verloren. Ook verder houden
wij ons dringend aanbevolen voor al de aanmerkingen, die men ons
in het openbaar of schriftelijk zal willen mededeelen. Het zal
ons ernstig streven zijn, alles rijpelijk te onderzoeken en ook
op het gebied der spelling, dat van zooveel strijd getuige was,
te trachten naar de waarheid alleen; want--het is te recht in het
Ontwerp gezegd--»elke onwaarheid moet vroeg of laat te niet gaan,
maar de waarheid zal stellig zegevieren, en zij is het alleen, die
duurzame verzoening verzekert."
Nog een paar opmerkingen tot juiste aanwijzing van het plan en den
inhoud dezer bladzijden.
Daar de bestaande spelling, die als uitgangspunt werd aangenomen voor
de schrijfwijze in het Woordenboek te volgen, genoegzaam bekend is,
mocht het als overtollig en ontijdig worden beschouwd, ons geheele
spellingstelsel in alle bijzonderheden te ontvouwen. Men vindt hier
derhalve alleen eene ontwikkeling en waardeering der algemeene
grondbeginselen; eene opgave der verbeteringen die wenschelijk
schijnen; en eene herinnering van de onderscheidene schrijfwijzen,
waaromtrent onze letterkundigen in gevoelen verschillen, met
vermelding van de keuze, die de Redactie gemeend heeft daaruit te
moeten doen, en beknopte aanwijzing der redenen, die haar bij die
keuze hebben geleid. Zij heeft zich natuurlijk bepaald tot die
punten, die werkelijk betwist of twijfelachtig waren, en zich
niet opgehouden met de vermelding der talrijke feilen, die zoo
dikwijls ook door schrijvers van naam worden begaan, maar daarom
niet minder onverdedigbaar blijven. Uitwijden b.v. voor uitweiden,
ten aanhoore voor ten aanhooren, de verbogen deelwoorden gehaatte,
vergoodde, voor gehate, vergode, de verwarring van kindschheid en
kindsheid, of de onchristelijke spelling van kersfeest, kersnacht,
voor kerstfeest, kerstnacht, en dergelijke slordigheden meer, hoe
gewoon zij ook mogen zijn, het blijven feilen en niets meer. Zaken,
die bij alle deskundigen sedert lang uitgemaakt zijn, behoeven niet
meer geregeld te worden en lagen dus buiten onze beschouwing.
Er waren echter eenige belangrijke punten, die, in Siegenbeek's
Verhandeling over de Spelling onaangeroerd gebleven en nooit door
eenig taalkenner opzettelijk behandeld, in zooverre tot weinig
geschil aanleiding hadden gegeven, maar niettemin eene bepaalde
regeling vereischten, om de groote verwarring, die daaromtrent--bij
het volslagen gemis aan eenig voorschrift of richtsnoer--tot dusverre
heerschte. Zoo b.v. de gewichtige vraag: welke woorden en uitdrukkingen
aaneen te schrijven? welke in hunne deelen gescheiden te laten? De
nauwkeurige overweging van dit omslachtig en ingewikkeld vraagstuk
heeft de Redactie tot eene bepaalde uitkomst geleid, die--naar
zij vertrouwt--niet zonder belangstelling ontvangen zal worden,
als eene bijdrage om in het schrijven onzer moedertaal regelmatig,
oordeelkundig en naar vaste beginselen te werk te gaan.
Moge dan deze arbeid strekken om in het Woordenboek, met welks
bewerking de Redactie zich ijverig bezighoudt, het belangrijke
vraagstuk der spelling te regelen op eene wijze, aan de eischen der
wetenschap en de behoeften der practijk gelijkelijk voldoende.
Leiden,
23 Januari 1863. M. D. V.