INHOUD.

Voorwoord Bladz. I.

Inleiding. Bladz. VII.

Beteekenis van het socialisme, bladz. VI. Communisme der Evangelieën

en Middeneeuwen, bladz. VII. Wortels van de moderne sociaal-demokratie:

Plato, Thomas Morus, Sekten vóór de Hervorming, bladz. VIII. Sekte der

Kwakers: John Bellers;--Staatsromans van Thomas Hobbes en in de 18e

eeuw--"Testament van Jean Meslier", bladz. X. Utopieën der 18e eeuw:

Morelly, de Mably, Brissot de Warville, bladz. XI.

Eerste Gedeelte Bladz. 13.

Hoofdstuk I.

De Fransche Revolutie van 1789, bladz. 13. Jean Paul Marat, François

Boissel, bladz. 14. Saint-Just en Babeuf, bladz. 15. Het Eerste

fransche Keizerrijk, bladz. 18.

Hoofdstuk II Bladz. 20.

De Socialistische Utopisten. Graaf de Saint-Simon, bladz. 21. Brieven

uit Genève, bladz. 22. "Inleiding tot een wetenschappelijken arbeid

der 19e eeuw", bladz. 24. Saint-Simon's ethiek, bladz. 25. Over

de hervorming van de europeesche samenleving, bladz. 27. "Over de

Industrie", bladz. 28. Verhandelingen over de politiek,--Scheiding van

Saint-Simon en A. Thierry, bladz. 31. Verschijning van L'organisateur;

le "Parabole" (de gelijkenissen), bladz. 32. "Het nieuwe Christendom,"

bladz. 35. Saint-Simon's einde, bladz. 39.

Charles Fourier, bladz. 40. "Theorie van de vier Bewegingen",

bladz. 42. De "nieuwe industrieele en sociëtaire wereld",

bladz. 47. "L'harmonie Universelle et le Phalanstère", bladz. 48. Leven

in een Fouriersche "Phalanstère", bladz. 55. Verdeeling der

arbeidsopbrengst, bladz. 56. Fourier over Bevolkingsleer,

bladz. 59. De "phazen der beschaving en hare eigenschappen" bij

Fourier, bladz. 61. Critiek op Handel en Staatswezen, bladz. 63. De

Fouriersche school, Fourier's dood, bladz. 65.

Robert Owen, bladz. 65. Owen's eerste optreden als fabrikant,

bladz. 68-69. Owen's optreden als sociaal fabrikant,--de

Inrichtingen van "New Lanark", bladz. 73. De eerste kleine-kinderen

bewaarplaats door Owen gesticht, bladz. 75. Owen's grondprincipes,

bladz. 76. "Nieuwe inzichten omtrent de samenleving" enz.,

bladz. 77. Owen in aanzien, bladz. 81. Owen verlaat New-Lanark,

bladz. 82. Kolonie "New Harmony", bladz. 83. Ruilbank-plannen,

bladz. 84. Het werk "The New Moral World", bladz. 84. Denkbeelden over

de menschelijke natuur, bladz. 84. Over de verdeeling van den rijkdom,

bladz. 85. Over de taak van het staatsbestuur, bladz. 87. Critiek

op de arbeidstoestanden en op den Godsdienst, bladz. 87. Over

belastingen, bladz. 88. Over de vestiging der "Communiteiten",

bladz. 89. Overgangsbepalingen van de oude maatschappij naar

de communiteiten, bladz. 92. De "Vierentwintig stellingen",

bladz. 92-93. Owen's vergelijking met de wervels, bladz. 96. Owen en

de "Heilige Alliantie", bladz. 98. Hervormingen der Trade Unions,

bladz. 99. Owen's einde, bladz. 100. Samenvatting der utopistische

denkbeelden, bladz. 101.

Tweede Gedeelte Bladz. 102.

Hoofdstuk I.

De ontwikkeling der philosophie. Verband van Kant, Fichte en Hegel

met de denkbeelden van Marx, bladz. 103. Het engelsche Materialisme

der 17e eeuw, 103-104. Invloed van John Locke en David Hume op

het fransche Materialisme der 18e eeuw;--Helvetius "De L'Homme",

bladz. 104. Kant's "Kritiek der zuivere Rede", bladz. 105. Kant's

"Antimonieën", bladz. 106. Fichte's aanknooping aan Kant,

bladz. 106. Schelling en Hegel, bladz. 107. Hegel's "dialektiek"

in de geschiedeniswetenschap, bladz. 108. Kant's Moraal en Fichte's

"Rechtsstaat," bladz. 110. Hegel's philosophische grondstelling,

bladz. 110-111.

Hoofdstuk II.

De critiek op de Hegelsche philosophie, bladz. 112. L. Feuerbach's

"Wesen des Christenthums", De stellingen van Marx over Feuerbach,

bladz. 112-113. Karel Marx' eerste optreden, bladz. 115. Marx'

jongelingsjaren en zijn connekties met Arnold Ruge enz.,

bladz. 116. Verhouding tot de familie von Westphalen,

bladz. 116. Marx in connektie met Bruno Bauer, Köppen, enz.,

bladz. 117. Marx' promotie aan de Hoogeschool te Jena--"Die Rheinische

Zeitung"--Opheffing dier Courant. Huwelijk van Marx--Marx' vertrek

naar Parijs--"Deutsch-Französische Jahrbücher", bladz. 118-119.

Arbeid van 1843--Critiek op de Rechtsphilosophie,

bladz. 120-134. Artikelen van Marx over "de Jodenkwestie",

bladz. 135-146. Eerste samentreffen met Friedrich Engels,

bladz. 146. De "Vorwärts" uit Parijs en Engels' "Positie der arbeidende

klassen in Engeland", bladz. 147. Samenwerking met Engels te Brussel,

bladz. 147-148. "De Heilige Familie", bladz. 148-155.

Hoofdstuk III.

Marx tegen Proudhon.--"De ellende der Philosophie"

antwoord van Marx aan Proudhon, bladz. 156. Proudhon's

Economie, bladz. 158-160. Proudhon's geschiedenisconstruktie,

bladz. 161-163. Marx' eerste, systematische beschouwing over de

ontwikkeling der klassen, bladz. 164-166. Over de "Economen",

bladz. 166-167. Over de "Socialisten", bladz. 167-168. Marx'

systematische beschouwingen over de werkplaats en de ontwikkeling

der Fabriek, bladz. 169-172. Marx over "werkstakingen en

vakvereenigingen." Systematische beschouwing, over de historische

taak van vak-arbeiders, bladz. 173-175.

Hoofdstuk IV.

Het historisch Materialisme, bladz. 176. Ontwikkeling der dialektiek

van Hegel, bladz. 177. "De nieuwe levensbeschouwing en het

"Humanitaire" socialisme", bladz. 177. Systematische uiteenzetting

van het Historisch Materialisme--Voorrede van "De critiek der

staathuishoudkunde" (1839). bladz. 178-180. "Deutsche Brusseler

Zeitung" en "Westphälisches Dampfboot"--Arbeid in Brussel--Samenwerking

met Moritz Hesz, Wilhelm Wolff enz. bladz. 180. Tegen het "ware"

Socialisme,--Oprichting van den "Communistenbond" te Londen,

bladz. 180-181. Het Communistisch Manifest, bladz. 181-195. Periode

der "Neue Rheinische Zeitung".--Ondergang dier Courant--Dichtregelen

van Freiligrath, bladz. 195-197. Over "Vrije Handel", bladz. 198-199.

Derde Gedeelte Bladz. 200.

Hoofdstuk V.

De critiek op het kapitalisme.--"Das Kapital"--Oordeel van een Russisch

critikus uit het "Voorwoord," bladz. 201-203. De Analyse van de Waar,

203-205. De Waarde der Waren, bladz. 205-208. De Arbeidskracht als

Waar, bladz. 208-210.

Hoofdstuk VI.

Het Geld. Funktie en beweging van het geld onder het

kapitalisme, bladz. 211-218. Verandering van geld in kapitaal,

bladz. 118-221. Voortbrenging van de Méérwaarde, bladz. 221-224. Het

gewicht van de arbeidskracht daarbij, bladz. 224-225. De "relatieve"

meerwaarde, bladz. 225-227.

Hoofdstuk VII.

Machinerie en groot-industrie, bladz. 228-234. Verlenging van

den arbeidsdag daardoor, 234-236. Intensiviteit van den arbeid,

236-237. De Fabriek, 237-239. Machine en Arbeiders, bladz. 239-241.

Hoofdstuk VIII.

Het Arbeidsloon, bladz. 242-244. Dagwaarde van de arbeidskracht,

bladz. 244-246.

Hoofdstuk IX.

Het Akkumulatieproces van het kapitaal, bladz. 247-250. Hoe meerwaarde

tot kapitaal wordt, bladz. 250-259. Concentratie van het Kapitaal,

bladz. 259-269. De Industrieele reservearmée, bladz. 264-266.

Hoofdstuk X.

De tendenzen der kapitalistische

produktiewijze--z. g. n. "Oorspronkelijke" akkumulatie,

bladz. 267-272. Het "Genesis der industrieele kapitalisten." De

historische zending van de kapitalistische akkumulatie, bladz. 274. De

"onteigening der onteigenaars", bladz. 272-276. Slot, bladz. 276.

Karl Marx en zijne voorgangers · 第 70 / 72 题