_In 1874 hebben we 't vijfentwintigjarig jubilé van Koning _Willem den
derden_ gevierd. Was er reden voor, om dien dag feestelijk te gedenken,
of was het slechts vleierij, een laffe hulde, aan 't Hoofd van onzen
Staat toegebracht en die geen raison d'être had?_
_Of er reden voor was?--~Nederland~ was in zijn volle recht om feest te
vieren bij 't herdenken aan een vijfentwintigjarig tijdperk van bloei,
vooruitgang en vrede. Gelooft gij 't niet--lees dan deze bladzijden,
waarin ik slechts heb aangestipt wat er in dat tijdstip gebeurd is. Of
liever--koopt het voor uwe kinderen; opdat de toekomstige Nederlandsche
natie wete, wat ze aan de regeering van den derden _Willem_ verschuldigd
is. Ze zullen 't met genoegen lezen: 't is geen droge opsomming van
feiten, maar een zooveel mogelijk levendige voorstelling van enkele
gebeurtenissen uit dat tijdperk._
_Mijn doel met het schrijven van dit werkje was, om de Nederlandsche
jeugd bekend te maken met de gezegende vijfentwintig jaren, opdat zij
wete, waarom wij feestvierden. Moge het dus in veler handen komen, moge
het ook in veler harten het zaad strooien van liefde voor ons dierbaar
vaderland, liefde voor het doorluchtig stamhuis van Oranje! Dat is de
wensch van_
den Schrijver.