Mabonagrain, de geschiedenis van M., 401, 402.
Maccallum, M. W., schrijver van een werk over de Arthur-sage, XV; XVI.
Madden, Sir Frederick, eerste bewerker van het Middel-Engelsche
gedicht: "Sir Tristrem", 31.
Maerlant, Jacob van, bewerker van Middel-Nederlandsche Arthur-romans,
VII, VIII.
Maisières, Paiens de, schrijver van "La Mule sanz Frain", 31.
Malmesbury, William of, schrijver van pseudo-historische kroniek,
27; 96.
Malory, Thomas, schrijver van "Morte d'Arthur", XVII; 96; 97; 191;
324; 325; 408-410; 454; 458.
Manessier, 452.
Map, Walter, schrijver van den prozaroman "Lancelot", 408; van "La
Quête del St. Graal", 454; zijn invloed op de Arthur-sagen, 457-458.
Mark, Koning van Cornwallis, 183; 184; 190; 191; ontvangt Rivalin
van Ermonie op zijn slot Tintagel, 196-200; trekt uit tegen zijne
vijanden, 205; 206; Tristan komt aan het hof van koning M., 220-226;
M. verneemt het geheim van Tristan's geboorte, 226-228; weigert de
Iersche schatting te betalen, 230; 231; besluit tot een huwelijk
240-243; begroet zijne bruid, 263; zijn huwelijk met Isolde van
Ierland, 264-265; zijn groeiende achterdocht, 265-276; veroordeelt
Tristan en Isolde tot den vuurdood, 276-280; gaat op jacht naar het
woud van Morois, 284-286; neemt Isolde weer als zijn vrouw aan,
288-291; laat Isolde de vuurproef ondergaan, 292-295; ontdekt de
beide gelieven in den paleistuin, 296; Tristan komt, als nar vermomd,
aan zijn hof, 309-313; M. volgt zijne gemalin naar Bretagne, 322-323.
Meervrouwe, de, komt aan het hof, 105.
Melot, handlanger van Meriadoc, 269; verzint eene list om de schuld
der koningin te bewijzen, 271-274; helpt den koning om hare schuld
te ontdekken, 276; 291.
Meriadoc, bespiedt Tristan en Isolde, 265-269; vat liefde op voor
Isolde, 291; haalt den koning over om haar de vuurproef te doen
ondergaan, 292.
Merlijn, de toovenaar, brengt de verbintenis tusschen Uther en Igerna
tot stand, 4-7; voorspelt de komst van Arthur, 10-15; waarschuwt den
koning voor een huwelijk met Ginevra, 15-17; voorspelling over het
lot van Balin, 108-113; 119; meldt den dood der beide broeders aan
Koning Arthur, 124; het einde van M., 501.
Modred, als minnaar van Ginevra, 29; M.'s ouders, 326, 327; M. aan het
hof, 330; als minnaar der koningin, 407, 408; 416; klaagt Ginevra aan
bij haar echtgenoot, 494-495; maakt zich meester van Arthur's rijk,
500; trekt met zijne troepen tegen den koning, 501-505; wordt door
Arthur gedood, 506.
Monmouth, Geoffrey of, schrijver van "Historia Regum Brittanniae",
XII; 27; 95.
Montsalvasch, de Graalburcht, 477; Parcival op den Graalburcht,
478-481; zijn tweede bezoek aan M., 492-493.
Morgan, Hertog, leenheer van Rivalin, 196; erkent diens
onafhankelijkheid, 197; dringt binnen in Rivalin's graafschap, 209-213;
wordt door Tristan gedood, 228.
Morgan le Fay, toovenares, hare wraakneming op de ridders der Tafel
Ronde, 35, 36, 86, 87; geeft eene wonderzalf ten geschenke, 157.
Morgawse, gemalin van Koning Lot, moeder van Walewein, 27; moeder
van Gareth, 324; haar huwelijksleven, 326, 327; staat Gareth toe om
naar Camelot te gaan, 328; schrijft aan Koning Arthur, wie haar zoon
is, 349.
Morholt, komt schatting opeischen van Koning Mark en wordt door
Tristan verslagen, 229-233; 235; 238; 241; 244; 252; 257; 273; 314.
Morois, woud van, schuilplaats voor Tristan en Isolde, 280; de koning
begeeft zich op jacht daarheen, 284; Tristan en Isolde keeren uit
het woud terug, 289; 322.
Morris, Richard, bewerker van eene uitgave van "Sir Tristrem", 31.
Mountbeliard, Perin de, slachtoffer van Garlon, 114; 115.