Kille regen ruizelt stille
Over 't bleekend zomer-loover,
Morgen drijft de zomer over,
Daar het najaar nader toog.
Ik zou wel, berustend, willen
Lichteloozen dag verduren
Als uw hoofd maar enkele uren
Zich tot mijnen schouder boog.
Maar ik zag de nachtgetijen
Veler jaren gaan en komen
Zonder dat gij van mijn droomen
Maakte Uw leven deelgenoot;
En ik hoor de regen schreien
Door de twijgen, triestig liedje
Bij dit menschelijk verdrietje
Dat zoo klein is... en zoo groot.
* * * * *