IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de
stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer
't schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en
dartig minderlingen".
Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven:
"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen,
und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe
von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg
(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea
qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré
trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages,
VIII, bl. 416).
Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30'
zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking
genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer"
gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).
[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en
roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat
doel werden ingekocht.
[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons;
dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç.,
bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen
de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15").
[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs".
[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2.
[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges
sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs"
(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII,
noot 5.
[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has
been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They
give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and
cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903,
bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly
furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea,
1905, bl. 267).
[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip
"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr
maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest
(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen
gesteld. No. 54; zie bl. 73).
"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor
uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als
tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde
chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden
kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo
1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14,
fol. 255).
[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts
verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van
Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao
1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese
jonck daar was geraakt".
[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive
Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637:
"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten]
aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien
haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door
den Heer van Fingo soude mogen geschieden".
[212] d.w.z. in Indië.
[213] de hoofdstad Seoul.
[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van
"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The
Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost
werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2,
bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen
te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten
blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe
te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de
bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen
van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701).
[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen,
Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen".
[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer
behoord.
[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen.
[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de
drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz,
beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54,
bl. 73).
[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt.
[220] d.i. wij geraakten.
[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig
vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra
(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk
aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet)
met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast
(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast
zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw
overboord viel.
[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen
als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or
cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence
of the delinquent are written upon it for the information of the
passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape"
(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509).
[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa,
gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**).
"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du
vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque,
sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le
21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14'
de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la
Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384).
De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3
en 12: "Chesu".
In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij
haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op
de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den
Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en
III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts
Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of
ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree."
Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher,
Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v.
[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk,
aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I,
bl. 47).
[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of
convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves
of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201).
[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois
cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'"
(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is
about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de
Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut
a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
[228] ?
[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124°
10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**).
[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'"
(a.v. bl. 17**).
[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified
stronghold in the mountains, to which, in time of war, the
neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905,
bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet
de montagne" (Dict. a.v. bl. 373).
[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'"
(a.v. bl. 18**).
[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'"
(a.v. bl. 7**).
[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra,
à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**).
[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to
in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la
dynastie précédente".
[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste"
(Dict. a.v. bl. 19**).
[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'"
(a.v. bl. 20**).
[238] ?
[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**).
[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de
Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**).
[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de
Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou
gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**).
[242] lees: Kyeng-keui.
[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of
the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet"
(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul,
Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**).
[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du
royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van
"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui
et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le
fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur
de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden,
namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting
van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de
afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt;
recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352
K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De
afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of
666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden,
werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene
dergelijke vertooning zouden vergasten.
Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het
Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie
te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen]
... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten,
mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een
liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren,
te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn
vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse
gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen
en een stuck van een comedie te ageeren....
... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme
regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter
jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons
onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons
logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).
De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor
de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de
Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van
de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde
van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder
afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten
opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden"
was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven
naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede
soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door
de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over
de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden
[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en
geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere
verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692).
[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door
den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17
Aug. 1708).
[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire,
qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement;
c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin"
(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English
Dictionary, 1911, bl. 429.
[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.
[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst".
[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert.
[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet
gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3);
de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.
[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away,
but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling
the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were
easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172).
[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal
city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of
the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress,
to which the royal family are sent for safety in time of war ... During
the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it
his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang
is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.
[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart
1622).
[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt
opgegeten."
[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.
[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik
(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t
schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier
aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624).
[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het
Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen
Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige
te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als
een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan
het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben
uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het
lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen.
[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best
conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken
met eene Koreaansche woordenlijst?
Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt
verder niet gesproken.
[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te
gebruiken.
[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra
(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8.
[263] ?
[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant
d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans
chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321)
[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de
nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen
moesten gaan.
[266] linnen.
[267] de hoofdstad, Seoul.
[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer
hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren;
want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het
Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn,
volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen
is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert
te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki,
opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49).
"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a
perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the
war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride"
(Griffis, Corea, 1905, bl. 150).
"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu
au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200
soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**).
[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last
king. This Prince commenced his political career at Moukden, where
he had been sent as hostage by his father. In the second year of his
reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659.
The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden,
whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist
nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV,
bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24)
Chang-hai, 1905, bl. 457, 462.
[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de
armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder:
Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens,
Bosboom-Toussaint en Beets.
[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker,
Corea, China Review XIV bl. 129).
[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel
(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal).
[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and
Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs.
[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île
et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant
qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée"
(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la
dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**).
"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and
which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four
centuries. He moved his capital to its present site, to the city of
Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning
"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed
since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name
of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269).
"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the
throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392)
a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu,
rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and
established himself as the king of Corea. He chose for the title of
his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the
Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and
for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He
also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The
Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895,
bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation"
(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het
noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.
[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo
vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de
Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek
met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.
[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea
stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10'
E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird
flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300
miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396).
[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed
to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2).
[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en
japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands
situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea
... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the
12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently
had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot,
Dict., bl. 706).
[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to
gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the
water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de
Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui
a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**).
"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare
1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht,
dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is,
vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te
Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan
werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van
Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden,
die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve
die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44).
[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer
mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus
gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57).
[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea
in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van
Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien
Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te
hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van
een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt
uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van
kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op
de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen
wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen,
en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen
vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen
moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche
Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee
was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde,
dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit
het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea,
meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind,
als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer
oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44).
"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in
onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als
de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee
is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden
of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56).
[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the
dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese
name is derived from a fancied resemblance to the human form. The
genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are
derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the
leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The
roots are covered with rings, from which the age is ascertained,
and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean
ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native
ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206).
"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in
gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in
silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a
food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing"
qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273).
Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende
werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck
Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven
1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV,
bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante
de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The
culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch
R. A. S. III, 1903, bl. 18-30).
[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by
powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed
by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905,
bl. 228-229).
[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont
gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts
met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het
leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt;
dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert,
is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels
schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56).
[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen,
't welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen
voor onse naackte billen hebben gekregen."
[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken
om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman).
[287] "There seems to be three distinct classes or grades of
bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study,
and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa
being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who
solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun)
act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use,
weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333).
[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman).
[289] Zie bl. 59.
[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the
metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
turn, and the King ascends the throne if they have any representations
to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127).
[291] "Close communication between the palace and populace is kept
up by means of the pages employed at the court, or through officers,
who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa,
or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain
the popular feeling, or to report the conducts of certain officers
... receives sealed orders from the king, which he must not open
till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis,
Corea, 1905, bl. 221-222).
[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet,
als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten.
[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen
gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al,
voorafgegaan door een;
[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main,
that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated
the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235).
[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande
een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over
een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne
mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen,
met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven
heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk
op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als
het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55).
"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen,
en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels,
drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente
en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester
Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit
onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57).
[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone
upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning
tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved
off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh,
leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of
holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335).
[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik,
maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen,
ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven
mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal
II, kolom 1951).
[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention
with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea,
bl. 355).
[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous
visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds
of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267).
[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in
north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though
we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The
floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from
the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other"
(Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman
staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het
weggelaten.
[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II,
bl. 769.
[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal
with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time
... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant
place does not need to make elaborate preparations ... At night,
instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters
some house, whose exterior room is open to any comer. There he is
sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905,
bl. 288-289).
[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe".
[306] "Not the least interesting of the local or national festivals,
are those held in memory of the soldiers slain in the service
of their country on famous battle-fields. Besides holding annual
memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of
the people, there are temples erected to soothe the spirits of the
slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites
made painful to the national memory by the great Japanese invasion
of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905,
bl. 299).
[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten".
[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles.
[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der
Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd
Paardrijden, strofe 13, regel 6).
[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered
at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis,
Corea, 1905, bl. 298).
"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om
aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor
't welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken]
den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel
honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door
yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen.
De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt,
dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk
in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele
honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn
Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin
levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur,
eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is
verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't
ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56).
[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders".
[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the
Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears
to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula"
(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en
Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om
katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e
dr. I, 1917, bl. 434).
[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier
te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt,
op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I,
bl. 58).
[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people
to use coin and at the same time prohibiting them from the use of
cloth as money.... Up to this time, there had always been a party
opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress
its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast
disappearing and though they once more succeeded, five years later,
in causing the rescission of the order to use coin, the people by that
time had become so accustomed to its use that they began to coin for
themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever
of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea,
Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61).
[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643
... and in the following year, when sending home the king's son,
who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a
half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently
remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans
like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288).
"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses
of absolute self-government; but, at the same time, it has had only
brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage
to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years'
dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe
taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly
tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants,
who bring back profits much greater than the amount of the tribute"
(Ross, a. v., bl. 365).
[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren?
[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien;
ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte,
't geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan
de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en
van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat
zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had;
doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver,
of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e
dr. dl. I, bl. 58).
[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded
annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town
aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29).
[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't
Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche
Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden
(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de
Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders
schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is
een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren
aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere
lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I,
bl. 59).
[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende,
geschreven. Het tweede is...."
[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or
almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and
complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross,
Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity
and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale,
The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part
I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans
la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet,
le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles
où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne,
I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII).
[322] lees: drukplaeten.
[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren
Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien,
Band III (1834) bl. 594).
[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen
woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen
onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den
Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat
zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen,
daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely
leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does,
it is a great occasion which is previously announced to the public. The
roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while
the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of
each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
should look down upon his majesty. Those who think they have received
unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched
on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer
or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis,
Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo
groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde
steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen,
als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen
zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen
onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk,
maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van
Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy
een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende
dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first
sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by
five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages
and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first
entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the
heir and other members of the royal family, heads of public offices
&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated
when the envoys take their departure). When the envoys first arrive
at their hotel, the heir advances with the various high officers,
and makes two obeisances. When they take their departure, the same
ceremony is repeated outside the ... Gate...
The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from
the palace by the Corean court officials with great ceremony to his
hotel, and music is used even on fast days; a number of articles
of local produce are taken with him, and special other articles are
sent on the emperor's birthday and with formal state communications;
these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs,
shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea,
China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is
equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on
the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting
out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands
reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his
relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are
all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de
Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet
gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).
[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra)
is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh
genoemd.
[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç.,
bl. 16**).
[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**).
[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan
aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.
[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als
voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn
tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet,
als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn
de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet
'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn
van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56;
Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They
do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and
stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together
with wooden nails. They use round stems of trees in their natural
state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with
cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail
very well within three points of the wind, and the fishermen are very
skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon
[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts,
en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die
de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan,
werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen,
alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest"
(Witsen, 2e dr. I, bl. 44).
[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster,
die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre
af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich
liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter
afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot
Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen
als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder
staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje
sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven
Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot
en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op
46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden,
kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in
zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers
oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer
diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men
met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal
kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV
(1665), bl. 183).
Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius),
die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor
in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn
"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen
der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749)
en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator
aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie
ook Bijlage VI.
[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne
krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander,
verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch
de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden;
na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag
'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden,
dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn
Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre,
daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is
ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh
in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard
Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de
belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens
tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven
de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about
this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr,
and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey,
and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto
which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of
the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary
of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van
Velsen: "bij de Zeekant".
[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of
ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden
zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende,
aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks
tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I,
bl. 57-58).
[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by
hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel
van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts
van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een
tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst,
na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen
zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen
zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van
een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen,
2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken).
[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig
hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren,
met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e
dr. I, bl. 58).
[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender
handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson
weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18
Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly
winds blow from the middle of May, and often even from April, until
the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west
monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April
... prevails until the middle or end of September.... But the
regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese
coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in
winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is
inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the
exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of
Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878,
bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke
retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te
largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen
suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar
Taijoan, 2 Mei 1644).
[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en
achtervloed, voorvloed en achtereb.
[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter:
"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft.
[343] lees: praijde.
[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den
wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan
boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een
houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt
om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven.
[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men
veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4.
[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht".
[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging
door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken
eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen:
"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt,
die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.".
[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden
Dagregister.
[349] Zie Bijlage Ie.
[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan
valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal
dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen).
[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki
aangekomen. Zie Bijl. Ij.
[352] Zie Inleiding, bl. XXVI.
[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal
niet voor.
[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den
druk aangebracht.
[355] Niet ingevuld.
[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667,
Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.
[357] van 18 Oct. 1666.
[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger
als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.
[359] Kol. Arch. no. 457.
[360] Kol. Arch. no. 255.
[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester
(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod,
Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan,
1729, bl. 232.
[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.
[363] Oostvoort in Bijl. Ia.
[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd
Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben
te doen.
[365] Zie bl. 86 hiervóór.
[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.
[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.
[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56.
[369] twee?
[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia"
genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15
Sept. 1627).
[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad
Ords. (Dagr. Bat.).
[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18):
14 April 1627.
[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland;
ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).
[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the
10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with
the view of attacking a fleet which had been prepared there for a
journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt,
thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The
guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After
the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog
C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.
[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter
eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff
tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten".
[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert
de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd.
[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het
vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21
November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).
Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps
toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx'
tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was
langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar
Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van
13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando,
zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie
Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan
boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20
Dec. 1621).
[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan
aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637
geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.
[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de
Japanners.
[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato
van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de
geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer
gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door
d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest:
Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone
wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het
hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer
consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne
den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando
24 Meert Ao 1637).
[381] zijde, staat in Dagr. Japan.
[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals,
volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden,
Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).
[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613,
Introduction, bl. LI.
[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers:
"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft
in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met
schoone vrouwen ende kinderen".
[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare"
(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).
"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a
safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to
the scanty historical material which we have at hand, established a
rough form of government over their settlements. So admirable was the
organization that the different bands lived together without discord
and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to
look after the interests of the combined bands whenever anything arose
of common concern. The strongest of them was a powerful band under the
leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns,
and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually
attained a position so formidable that smaller bands combined with them
for their own protection, and thus nearly the whole of the China and
Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai
died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and
the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903)
bl. 8).
[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten
seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625).
[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625.
[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English
Residents in Japan 1611-1623, bl. 271.
[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat
"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
Chineezen te Batavia (1636-1645).
[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet
gebleken. Journaal Hamel.
[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en
9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.
[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal,
de Bibliographie.