11 Oct. 1642.

't Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen

wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien.

Dagregister Japan.

1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants

schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door

den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was,

dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen,

't welck terstont achtervolcht is geworden.

12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar

middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten

hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet

meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het

principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa

gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende

onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh

quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede

tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van

de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge

bequamen.

13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert

voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen

gesorteerd....

14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op

gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na

den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven

al op stont uijtgelevert.

27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh

was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen

en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders

zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan

boort gebracht.

29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden

als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en

nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren,

omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons

afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde

plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.

29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft

over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip

de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier

naar Taijouan vertrokken.

Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.

...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met

't fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere

coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de

oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op

29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack

(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren

gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt

ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen

stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat

daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert,

ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke

winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese

proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge

aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert)

int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders

soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht.

Generale Missive, 12 Dec. 1642.

Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse

Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den

Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van

Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de

jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch

niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman

Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende

verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een

aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees

seer verbittert sijn.....

Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en

deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer

gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan

van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack

uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo

in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een

retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan,

zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt

is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten

hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae

sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de

Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen

ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de

dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij.

Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius.

... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht

in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack

ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op

Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).

Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.

... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende

crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner

saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376]

Missiven Taijoan naar Batavia.

Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene beschrijving van dat rijk · 第 43 / 70 题