In 1566 was pastoor te dezer plaatse.
22. Theodorus Aemilius. Niet onwaarschijnlijk was hij de laatste
pastoor in de kerk onzer beschrijving en daarin ook de eerste
predikant, hoe het echter zij, wij zien stellig op de naamlijst van
predikanten dezer plaats, bij van Kinschot vermeld, genoemde Aemilius
als pastoor en eerste predikant voorkomen.
Als zeker mogen wij echter nog niet aannemen, dat dadelijk na het
omhelzen der protestantsche beginselen door Aemilius, de kerk voor
de protestantsche eerdienst werd gebruikt, en hij dus dadelijk
als openbaar hervormd leeraar daarin mogt optreden, omdat wij bij
een aantal Nederlandsche geschiedschrijvers en ook bij van Kinschot
bladz. 234 het volgend voorval lezen, toen de Spanjaarden in 1575 de
stad belegerden.... »Zulks deszelfs bezettelingen, als zich nu met
een wisch ontzet vleijend, en daartoe door hunne Hoplieden zijnde
aangezet, als uitgelaten bachanten zoo naar de Hoofdkerk als de
kapellen dier stad vlogen, alwaar zij zich van de kruissen, kerkvanen
en onderscheidene kerkelijke plegtgewaden der roomsche geestelijken,
meester maakten, en met allen dien bekomen toestel, op en rondom
de wallen dier stad, op de manier der roomsgezinden een nagebootsten
ommegang [180] maakten onder het gestadig uitjouwen, der voor de plaats
gelegerde Spanjaarden, tot derzelver zeer ongemeene verbittering en
door die weer tot geen mindere aanprikkeling ter wraakneming, wegens
dezen hoon hun godsdienst aangedaan, bij eenen landaart maakten,
die gelijk ieder van de bij die volken in zwang zijnde inquisitie
[181] weet, zulks nooit, zonder deswege allerschrikkelijkst wraak te
nemen ongemerkt zal laten voorbijgaan."
Uit dit verhaal maakt men dus eenigzins de opmerking, dat de kerk nog
niet der hervormde eerdienst zal gewijd geweest zijn, toen men in 1575
vóór de moord er de kruizen, vanen enz. uitnam, en, dat de kerk voor
der katholijken en protestanten eeredienst beide gediend heeft, even
als St. Jacobs kerk van Utrecht, hiervan vonden wij geen spoor. [182]