5. Diderik, die op dien tijd te Leuven studeerde.

De vader van dezen Diderik, die een burger van Oudewater was

en Amelgerius heette, heeft de inkomsten dezer vicarij met een

jaarlijksche rente vermeerderd.

In het jaar 1400 heeft Gerrit Wiel, een werelds persoon op zijne ziel

gezworen, dat de bewijsbrief, die het autaar van den almogenden God

en de H. Maria toebehoorde, door den watervloed bedorven en vernield

was. Sommigen echter zijn van meening, dat voor ruim 50 jaren de

originele brief nog hier aanwezig was.

Hij (Wiel) heeft echter al de bezittingen, tot het gemelde altaar

behoorende aangewezen, en een voor een met name uitgedrukt, niet

alleen, doch ook nog met eenige bezittingen vermeerderd.

In het jaar 1403 heeft Laurens Diderikse Rampen, het recht van

de vicarij van het autaar der H. Maria, met alles tot dat recht

behoorende, opgedragen en overgedaan aan den HoogEd. Heer Gerrit van

Vliet en deszelfs nazaten. [174]

Voorts kunnen wij niet onvermeld laten, dat nog op den 12 Julij

1384 door Pons Pietersse en Machteld zijne huisvrouw eene vicarij op

het autaar van de H. Maria en St. Jan Baptist gesticht is, die door

bisschop Florentius van Utrecht bekrachtigd werd.

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 92 / 178 题