WOUD- EN VELDGEESTEN.

worden gerangschikt de Weerwolf, kwade hond, de Droes en ook de

Nachtmerrie, voor zoo ver die in het veld verschijnt, benevens het

ijzeren Veulen.

Het bijgeloof aan het ijzeren Veulen is hier ook nog in aanzijn;

het is een zeer lastig wezen, en gelijk elders, plaagt het dikwijls

den mensch. Overigens heeft het nog de eigenschap in de lucht te

kunnen stijgen.

Ook de nachtmerrie komt in deze streken bij de paarden der landbouwers

menigwerf voor. Als paardenziekte is dit in onze dagen gelijk

vroeger wel geen wonder, en dit zal het niet blijven zoolang men

geene voorbehoeding tegen die ziekte heeft uitgevonden of ontdekt.

In dezer voege spreekt ongetwijfeld de verlichte mensch, die niet

aan de nachtmerrie gelooft als schadelijke geest, gelijk, helaas,

nog velen om ons dit doen.

Met wat ontsteltenis op het gelaat zegt de bijgeloovige landman

des morgens nadat hij de ineengescharrelde manen van het dier

dat lijdende geweest is, heeft aanschouwd: "mijn paard heeft de

nachtmerrie gehad." Slaat hem nu gade; zie, hij wil het bijgeloof

met bijgeloof verdrijven: hij bindt twee steenen over elkander, nu

heeft de nachtmerrie geen vat meer op het beest. Anderen plaatsen

een paardenkop op het rietendak, en hierop gaat dan de nachtmerrie

rijden in stede van op het op stal staande dier.

Bijgeloof, bijgeloof! dat uwe telgen zonder men het zich bewust

is gekweekt worden in plaatsnamen en gebruiken, is niemand euvel te

duiden; u nogtans willens en wetens in stand te houden, is vernederend

voor den mensch uit de negentiende eeuw.

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 63 / 178 题