daarbij ligt. Horst en Lijn of Lin schijnen dus ook hier eenigzins
verwant.
Wat beteekent echter Lin? Toetsen wij dit aan de Mythologie. De godin
Freija had hare gezellinnen: Lina was er eene van. Deze was zeer zacht
van inborst, »zij was de vriendelijke troosteresse des menschdoms,
die de menschen beschermt voor onheil en den lijdenden de tranen
afkust." [63] Bij de Saxers was zij bekend onder den naam van Hlijn,
Linia, Lin.
De opvatting juist zijnde (waaraan wij niet twijfelen), dat de gezellin
van Freja, Lin, in Linschoten een spoor harer vereering naliet, had
zij, de geliefde begunstigster der jagt als zij was, ook alligt eene
plaats, waar men ter harer eer schoot, schoten deed, en dit zou alsdan
ook licht over de laatste lettergrepen van Linschoten verspreiden.
Zoo werd dan de maan (mond) te Montfoort, en Linia te Linschoten
vereerd.
Liet Linia, die de lijdenden zoo verzorgde, ook nog niet in den naam
Zorglijn--naam op het hek van een weiland bij deze plaats--een spoor
harer vereering na?
Roozendaal.
Bij het bespreken van de buurt Wulverhorst verwierpen wij eenigzins de
afleiding van Horst als eene plaats waar de rossen uit het heidendom
zouden zijn onderhouden. Veeleer nemen wij dit aan omtrent Roozendaal,
dat alsdan Ros- of Rossendaal zou genoemd zijn en gemakkelijk in
Roozendaal kan zijn overgegaan.
Daarnaast, ligt naar Oudewater op:
Vliet.
Bij hooge watervloeden vlugtte men in vroeger tijden, toen rivieren en
zeeën, nog door geene dijken geboeid, onbelemmerd daarheen stroomden,
naar terpen en wieren, ook op bladz. 44 bij Buddingh Vliedbergen
genaamd. Ook bij Oudewater hebben wij, zooals boven kan gezien
worden, nog eene streek Vliet genaamd. Vroeger stond daar een kasteel
waarvan nog een bouwval staat, insgelijks Vliet genaamd. Doch dit
alles bewijst nog niet, dat zulks een voorvaderlijke vliedberg was:
het volgende echter meer. Werd de plaats waar thans het nieuwe huis
te Vliet staat en wordt zij thans nog niet het hoogt genoemd? Wel is
waar, is er nu van het hoogt weinig meer aanwezig en zal de landbouwer
dit deels uit den weg geruimd hebben; voor ettelijke jaren echter was
daar nog eene hoogte aanwezig. Bij het bouwen van het nieuwe huis te
Vliet werd zij grootendeels weggegraven.
Hieruit ziet men ten eerste, dat hier de naam Vliet eene hoogte kan
aanduiden, en ten tweede, dat, de oudheid dezer plaats in aanmerking
genomen, hier alligt aan een voorvaderlijken Vliedberg kan gedacht
worden. Dit zoo zijnde worden wij nog meer genoopt dit aan te nemen
door het woord daal--dal--in Roozendaal, dat, zooals bekend is,
daarnaast ligt. Denkt men aan dal, dan ontstaat daaruit noodwendig
het denkbeeld aan eene hoogte. Welnu, deze is Vliet of het Hoogt. En
wetende dat zoodanige plaatsen ook wieren werden genoemd, zoo kan
ook Wierxoord bij Goejanverwellesluis eveneens daaraan herinneren.
De lettergreep cop, die als uitgang in zooveel plaatsnamen in den
omtrek wordt aangetroffen, als daar zijn:
Benscop, Hoenkoop, Willeskop, Papekop, Reijerskop, Gerverskop,
Teccop, enz.
zinspeelt, dunkt ons, nergens dan op de veenlanden die met een cop,
kop of einde in de kleilanden schieten. Deze afleiding laten wij
echter gaarne voor eene betere glippen.