op, die insgelijks op hun midwinter, ook wel joelfeest genaamd, inviel.
De voormalige bewoners dezer landen vierden feest van het oude jaar
in het nieuwe, en ook dit gebruik is alhier bij velen nog in stand,
door het oude jaar uit en het nieuwe in te drinken.
Wijders bewijzen onze woorden: jolen, jool hebben, jolig zijn, volgens
de meening van alle schrijvers die wij hierover raadpleegden, zonder
kijf afkomstig te zijn van het mythologische joelfeest.
Eveneens het geraas maken en schieten in dien nacht, wil de
oudheidkundige Budding, (en niet zonder grond) als sporen zien van
de midwinterviering.
Behalve dat, zou in Oudewater het voormalige tromslaan en het
tegenwoordig nog in gebruik zijnde klokkespelen van twaalf tot een
uur op nieuwjaarsnacht mede daaraan kunnen herinneren, te meer nog,
daar ook bij het meifeest het »klokkegebeijer" wordt vernomen.
Niet, dat bij de heidenen het tromslaan, het buskruidschieten en
klokkespelen uitgevonden was, zooals de lezer zal weten; maar het volk,
gewoon op dien tijd feest te vieren, bezigde ook daarna de middelen
welke latere uitvindingen hen verschaften, om geraas te maken en zich
te verheugen. [32]
En dan, wanneer op Nieuwjaarsnacht wij die tierende jolige menigte
gadeslaan, die het oudejaar uit en het nieuwe indrinkt, als wij dan
het klokkenspel hooren bespelen, dan voorzeker is dit in staat, in
onze verbeelding die tierenden te doen verdwijnen en de schimmen te
doen optreden onzer voorvaderen, die hun joolfeest vierden.
Zeker toch, dit tieren en jolen zijn overblijfselen, maar gewijzigde
overblijfselen, uit het heidendom van dit oord.
Wat al stof tot nadenken voor u en ons, wij, die in hun zonnegod
slechts een deel zien van al het geschapene van den grooten Schepper:
wat al stof tot overweging biedt ons het nieuwjaarsfeest aan buiten
hen die dien God niet kenden. Dan, te middernacht, met het gesloten
jaar achter, en het nieuwe voor ons, wel is waar geopend, maar toch
schuilende achter den dikken sluijer des tijds! Gewis, dan is het
tijd tot ernstige gedachten, in plaats van het smaken van uitbundige
vreugde, gesproten uit het blind heidendom. En toch is, wel beschouwd,
de geringste tijdverdeeling de poorte tot een nieuw levensjaar!