GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCH
EN
GESCHIEDKUNDIG GESCHETST
DOOR
W. C. VAN ZIJLL, JZ.
OUDEWATER,
W. C. VAN ZIJLL, Jz.
1861.
"De mensch is de weerkaatsing van het aardsche leven,
dat in hem is, hij ziet de natuur aan en tracht haar
te verstaan."
Dr. Gneis, uitlegging van Siegmund en Rohdes
geologische voorstellingen.
"De mythen worden bij ieder menschenras, in zijne vroegste
tijdperken gevonden, en bevatten al wat de ouden wisten en
geloofden. Zij bevatten dus niet alleen geschiedkundigen
berigten, maar alles wat hun in een zoo vroeg tijdperk
gewigtig schijnt en waarvan het de kennis wil bewaren en
voortplanten.... De grondslag dus van de geschiedenis der
menschheid, ligt in de mythologie."
P. H. Tydeman. Mythologie.
"De geschiedenis, is voor ieder een gemeenschappelijk
goed een geestelijke erfschat, die ieder menschen geslacht
bij zijne aftrede van het groote tooneel des levens nalaat
aan het nieuwe, dat zijne plaats vervangt. Men mag dat
schoon erfgoed niet onaangeroerd laten, maar het uitzetten
op winst, zijne waarde trachten te verhoogen en het
uitbreiden voor ieder, opdat de geschiedenis voor ons
nageslacht in een nog ruimeren zin worde, wat zij ons
bereids was; de spiegel van het leven des menschen in het
verledene, de leerschool voor vorsten en volken in het
tegenwoordige en de toekomst."
August Thierry, Récits des Temps Mérovingiens.