VI.

Zonder onderweg langer dan nu en dan eenige minuten te rusten, trokken

de compagnies door de duisternis de baan naar Turnhout op, gingen door

deze stad, en sloegen zich in den vroegen morgen, nevens de andere

Bataljons van het 2de regiment Jagers te voet op de Ravelsche heide

neder.

Daar werd de gansche dag besteed aan het wisselen van geweerkogels met

de scherpschutters des vijands; en dewijl de sergeant-majoor en de

fourier toebehoorden aan eene middelcompagnie, die niet in het vuur werd

gezonden, waren zij gedwongen, met het geweer aan den voet, op den

uitslag dezer onbeduidende schermutselingen te wachten.

Ook de nacht ging zonder gewichtig voorval voorbij.

Maar in den morgen, welke daarop volgde, toen het zonnelicht door den

nevel drong, zagen zij een vijandelijk leger van meer dan twintigduizend

man op de heide uitgespreid.

Het ware eene belachelijke onderneming geweest, eenen ernstigen

wederstand aan zulke ontzettende macht te willen bieden, aangezien het

getal der Belgische soldaten, hier op de Ravelsche heide vergaderd, de

duizend man niet bereikte, en zij geene ruiterij en slechts twee kleine

veldstukken hadden.

Geen wonder dus dat, terwijl de sergeant-majoor zich de handen wreef,

bij de verwachting van een bloedig gevecht, een haastig bevel van den

Staf den terugtocht kwam gebieden.

Het gelukte den generaal Niellon, zijnen kleinen troep naar het

binnenland te leiden, dikwijls dwars door het Hollandsche leger, dat in

aantocht was op Leuven, naar welke stad onze koning Leopold al de

beschikbare gedeelten der Belgische krijgsmacht had te zamen geroepen.

Op den 12den Augustus 1831, werd in de nabijheid van Leuven een

beslissende veldslag geleverd.

Reeds van den aanvang, bij het bestormen van den IJzerberg door de

Belgen, trof een kogel den sergeant-majoor in de volle borst. Hij viel

in de armen des fouriers, en murmelde nog, terwijl de doodverf zich over

zijn gelaat verspreidde:

"Lucia, Lucia, gij zijt gewroken! Fourier, ik vertrek.... ben gelukkig.

Vaarwel!"

[Footnote 1: In de Kempen en overal in Brabant, worden de woorden

_krankzinnig_ of _zinneloos_ wel in de schrifttaal gebezigd; maar in de

volkstaal kent men slechts het woord _zot_; en wij zijn, om de waarheid

nabij te blijven, verplicht dit woord insgelijks in den mond onzer

sprekende personen te leggen.]

Eene Gekkenwereld! · 第 17 / 18 题