NOTES

[1] De Negers hebben de onmenschelyke gewoonte, om de lyken hunner

vyanden te verminken en te verscheuren; zommigen zelfs doen dit,

even als de Caraïben, met hunne tanden.

[2] Men zie het Pourtrait van den Schryver, voor het eerste Deel van

dit werk geplaatst.

[3] De Indianen maken de buitenste bast van deeze vruchten glad,

na dat ze ledig gemaakt en gedroogd zyn, en doorvlammen dezelve op

eene fraaije wyze met Roucoa en andere schoone kleuren, in acajou gom

gemengd zynde. Hunne teekeningen, in 't wilde gemaakt, zyn vry juist

voor lieden, die geene liniaalen noch passers hebben. Men ziet deeze

werken nu en dan in de kabinetten van zeldzaamheden.

De inwooners der plaatsen, alwaar de Calebassen-boom groeit, beschouwen

het vleesch van deszelfs vrucht als een algemeen geneesmiddel voor

een groot aantal ziekten en toevallen. Zy gebruiken het tegen de

waterzucht, buikloop, kwetsingen door vallen veröorzaakt, kneuzingen,

ongemakken van wegen het steken der zon, hoofdpynen, zelfs om

verbrandingen te geneezen. Zy maken 'er een geestryken drank van,

naar onze limonade gelykende. Tegenwoordig heeft men het gebruik,

om dit vleesch te laten koken, het afkookzel door een doek te gieten,

vervolgens suiker daar in te mengen, en daar van eene buikzuiverende

Syroop te maken, welke men op de Eilanden dikwils gebruikt, om

geronnen bloed kwyt te raken: deeze Syroop word tans in Frankryk

gemeen, alwaar men ze voor de borst gebruikt. Zy is bekend onder den

naam van Calebassen-Syroop.

MILLER bericht ons, dat men, uit aartigheid, en met een goeden

uitslag, den Americaanschen Calebassen-boom, in een broeikas van

gematigde warmte, in Europa had aangekweekt; deeze boom vordert een

ligten grond, en meenigvuldige besproeijingen. Men plant hem voort

door stekken en versche korrels of pitten in den grond te steken.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[4] STEDMAN zegt in eene aanteekening, by deeze gelegenheid, te

gelooven, dat deeze slang tot het zelfde zoort behoort, waar van

Dr. BANCROFT spreekt, die, in navolging van de Indianen, denzelven

de kleine Labarra noemt, waar van de beschryving alhier volgt:

"De kleine Labarra heeft ten naasten by de lengte van veertien voeten,

en de dikte van een gewoone zwanen-schacht. Hy is bedekt met kleine

blinkende schubben van eene donker bruine kleur, en eene meenigte witte

vlakken. Zyne staart is klein en spitsachtig toeloopende, zyn kop een

weinig plat, en grooter dan het overig gedeelte van zyn lichaam. Een

ongelukkig voorval, onlangs op de Plantagie la Conception, in de

Volkplanting Demerary, gebeurd, bewyst de kwaadaartigheid van het gift

van deezen slang. Hy, die daar van de doodelyke gevolgen ondervondt,

was een Neger-slaaf, een timmerman van zyn ambacht. Aan zyn werk zynde,

en een stuk hout willende omkeeren, beet een slang van dit zoort, die

'er onder verborgen lag, hem in dien voorsten vinger van zyne rechte

hand. De uitwerking van dit vergift was allergezwindst. De Neger had

naauwlyks den tyd gehad, om den slang te dooden, of hy konde het niet

langer op de been houden, maar viel op den grond ter neder, en stierf

in minder dan vyf minuten. Het bloed, eene zoo schielyke ontbinding

ondergaande, liep uit de slagaderen, en deedt op alle de uitwendige

deelen van het lichaam purper-vlakken te voorschyn komen. 'Er volgde

ook eene bloedstorting uit neus, ooren en mond, enz. Ik ben van

dit geval geen ooggetuige geweest, maar ik verhaale het volgens

het gezegde van lieden, wier geloofwaardigheid niet in twyffel kan

getrokken worden, en die 'er by tegenwoordig waren, toen het voorviel".

De andere slang, waar van STEDMAN in het vervolg spreekt, schynt de

Cenco te zyn, en met de evengemelde veel overëenkomst te hebben.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[5] Men vindt van dit dier, onder deeze benaming, eene beschryving

in het Dictionn. d'Hist. Natur.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[6] Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar;

de nabuurige Plantagiën herhaalden telkens de schoten; het alarm

verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam

van alle toeschieten.

Aanteek, van den Schryver.

[7] Deeze regels zyn uit het treurspel van Hamlet overgenomen.

[8] In het vierde deel der Natuurlyke Geschiedenis van BUFFON, pl. 83,

vindt men één van deeze vledermuizen, die slechts drie klaauwen aan

elke vlerk heeft.

Aanteek. van den Schryver.

[9] Zommige Schryvers noemen hem het Rivierpaard van Zuid-America. Ik

zal dit dier op een geschikter plaats, beschryven.

Aanteek. van den Schryver.

[10] Dit was des te aanmerkelyker, om dat wy met alle de Indianen in

vrede waren, en dat de Negers de gewoonte niet hebben om het zelve

weg te nemen.

Aanteek. van den Schryver.

[11] Locust-tree.--STEDMAN noch BANCROFT geven den Latynschen

naam niet op van deezen boom, welken de Engelsche woordenboeken,

door my gebruikt, vertaalen door het woord Caroubier of Brood-boom

De beschryving, welke zy beiden van deezen boom geven, koomt niet

juist overëen met de beschryving van den boom, die onder den naam

van Broodboom bekend is. Zie hier, wat de laatstgemelde, van den

Locust-tree sprekende, zegt.

"Deeze boom, die dikwils zeventig voeten hoog is, en een omtrek van

negen voeten heeft, behoort tot het geslacht der peulvrucht-dragende

planten. Zyne schors heeft eene gryze heldere asch-kleur. Zyne

takken, die alleenlyk aan den top uitschieten, zyn zeer talryk, en

bedekt met eironde bladen, van omtrent drie voeten lang, en eene

zeer donkere groene kleur. Dezelve zyn aan een enkele steel twee

aan twee verspreid, en altyd in het midden door eene ribbe ongelyk

verdeeld. In plaats van zyne bloemen, die veel van de gedaante van

kapellen hebben, komen platte peulvruchten, van omtrent drie duimen

lengte, en anderhalve duim breedte, van eene heldere bruine kleur,

wanneer ze ryp zyn, en bevattende drie purperkleurige amandelen, die

veel naar de Windsorsche boonen gelyken, maar veel kleiner zyn. Deeze

amandelen zyn bekleed met eene meelachtige zelfstandigheid, van een

suikersmaak en helder bruine kleur, welke de Indianen met graagte

eeten, en die aangenaam en zoet is.--Uit de voornaamste wortels van

deezen boom druipt eene harstächtige, heldere, doorschynende,geel-

of rood-kleurige gom. Men vindt 'er stukken van in den grond tusschen

deeze wortels. In overgehaalden brandewyn gesmolten zynde, (want

in water laat zy zig niet ontbinden,) levert zy een vernis op, het

Chineesch verlakt zelfs overtreffende. Het hout van den Brood-boom

is van eene helder bruine kleur; het is hard, zwaar en duurzaam;

maar het vergaat in het water, even als het hout van byna alle de

boomen in dit Land" (BANCROFT, Nat. Hist. of Guiana.)

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[12] Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig,

wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen,

wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben.

Aanteek. van den Schryver.

[13] Zommige natuurkenners beweeren tegen het gevoelen van onzen

reiziger, dat dit dier deeze snuit naar willekeur kan uit en intrekken,

byna op de manier van een Olyphants snuit, of den hoorn van een

Rhinoceros.

De Zee-paarden, in de huizen te Caijenne opgevoed, zyn uittermaten

gemeenzaam, en worden gaarne gestreeld en gekrabd; zy loopen over al

heen zonder kwaad te doen. Op het eetens-uur ziet men deeze dieren

aankomen, als of zy tot het huisgezin behoorden; zy vermoeien de

lieden, die aan tafel zitten, zeer; zy vragen hun op eene lompe wyze

met hun snuit, om eeten te hebben; zy loopen rondom de eetens-tafel;

zy eeten brood, cassave, vruchten, en dikwils, eer zy heen gaan,

wryven zy zig tegen het huisraad.

De Indiaansche wilden bereiden de huid van deeze dieren, door dezelve

uit te spannen en in de zon te laten droogen; zy bekleeden 'er hunne

rondassen of oorlogs-schilden en hunne stormhoeden mede: de pylen en

kogels doordringen met moeite dit gedroogde leder, het welk zeer hard,

zeer dik, en waar van het weefzel zeer vast en in één gedrongen is. Te

Caijenne maakt men 'er schoenen van, die langer duuren dan schoenen

van ossen-leder; het water doorweekt dezelven niet ligt.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[14] Veele Reizigers maken melding van Zee-menschen, waar aan zy den

naam gegeven hebben van Tritons, Nereïden, Sirenen, half visch, half

vrouw, of Ambizen. Allen komen daar in over één, dat het zeemonsters

zyn, naar menschen gelykende, ten minsten van het hoofd tot het

midden toe.

Men leest in zeker boek, genaamd Delices de la Hollande, dat in het

jaar 1430, na eenen zwaaren storm, die de dyken in Westvriesland had

doorgebroken, een Meermin in het slyk gevonden wierd. Men bragt dezelve

naar Haarlem; men kleede haar, en leerde haar spinnen; zy gebruikte

ons voedzel, en leefde eenige jaaren, zonder het spreken te hebben

kunnen leeren, en had altyd een trek naar het water behouden. Haar

geluid had veel overëenkomst met dat van een stervend mensch.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

[15] Hy hieldt hardnekkiglyk staande, dat deeze gezouten spyzen

uitmuntend voor de gezondheid waren; en met dit al had hy drie koks

uit Europa medegenomen.

Aanteek. van den Schryver.

[16] In plaats van dezelve neemt men ook wel een schelp, een

visch-graat, of tyger-tanden.

Aanteek. van den Schryver.

[17] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit

getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den

Mensch zegt:--"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur

der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs

tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere

omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote

verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur,

die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is".

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[18] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart

kinderen baaren.

Aanteek. van den Schryver.

[19] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk,

dan zy.

Aanteek. van den Schryver.

[20] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou

patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn,

naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[21] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte

kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt.

Aanteek. van den Schryver.

[22] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek.

Aanteek. van den Schrijver.

[23] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen.

Aantek. van den Schryver.

[24] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum

maakt, en geen suiker raffineert.

Aanteek. van den Schryver.

[25] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk,

tegen over bladz. 128.

[26] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden,

hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en

Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[27] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk

bloemen voortbrengt, Caraïbische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw

DE MERIAN zegt:--"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraïben gebragt

naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open

gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".--Zy

is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[28] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van

Anona in de plant-tuinen in Holland bekend.

Aanteek. v. d. Franschen Vert.

[29] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen,

die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben.

Aanteek. van den Schryver.

[30] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke

en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels

bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn

klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet

overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze

boom, die zeer veel overëenkomst heeft met den Engelschen eikenboom,

overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid,

waar mede hy zig vertoont.

Aanteek. van den Schryver.

[31] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in

't geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door

den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren

noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden.

Aanteek. van den Schryver.

[32] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen

meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over

nam.--Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de

deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie

kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse

vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de

jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp

de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor

de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende

Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig

zelven van boven neder op de straat.--Een andere Neger, om zig over

zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd

had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een

oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar

het liefste was, haar tevens veröordeelde tot eene eeuwigdurende straf,

waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was.

Aanteek, van den Schryver.

[33] Na het naauwkeurigst onderzoek, en het bekomen van overtuigende

bewyzen, kan ik verzekeren, dat dit alles met de waarheid

overëenkomstig is.

Aanteek. van den Schryver.

[34] Volgens eene wet, in den Raad van Jamaica vastgesteld, is de

straf van eenen Neger gewoonlyk twaalf zweepslagen, maar kan nooit

boven de negen-en-dertig gaan. Ik heb, in Surinamen, eene vrouw twee

honderd slagen zien ontfangen, en ik was oorzaak, dat zy, op het

zelfde oogenblik, die straf voor de tweede maal onderging.--Men zie

hier boven het II. Deel, bladz. 89.

Aanteek. van den Schryver.

[35] In de maand October 1789, wierden in drie dagen tyds, op Demerary,

twee-en-dertig Negers ter dood gebragt; zy trotseerden den dood

met eenen gelyken moed als hy, wiens geschiedenis alhier door my

is opgegeven.

Aanteek. van den Schryver.

[36] De volgende beschryving zal misschien deeze behandeling beter

ontwikkelen.

"Men moet, om Indigo te maken, drie kuipen hebben, die op verschillende

hoogten naast elkander geplaatst zyn. Men zet ze op een plaats, alwaar

men onbekrompen water bekomen kan.

"De eerste kuip is doorgaans van vyftien tot agtien voeten lang,

twaalf voeten breed, en drie of vier voeten diep. Men maakt dezelve

anderhalf voet wyd, en volkomen digt.

"De tweede is gewoonlyk de helft minder groot, dan de eerste; en de

derde is een derde gedeelte kleiner, dan de tweede. De drie kuipen zyn

zoo ingericht, dat zy door openingen, die in den bodem gemaakt zyn,

uit de bovenste het daar in vervatte vocht ontfangen kunnen.

"Men noemt de eerste kuip de Uitweek-kuip, de tweede de Slag-kuip, en

de derde de Zink-kuip, naardien in dezelve, het geen uit de twee eerste

koomt, bezinkt, en de Indigo daar in tot volkomenheid gebragt wordt."

"Het is van aanbelang, dat deeze kuipen wel bepleisterd zyn, en eene

zekere dikte hebben, om de gisting, die daar in ontstaat, te kunnen

wederstaan. Zy worden in gebakken of gehouwen steenen gemaakt."

Indien ze van uitgehold hout gemaakt worden, en dat men ze langen

tyd wil doen duuren, moet men dezelve met zeer dun lood beleggen.

De Indigo van Cayenne is van een blaauwer kleur, dan die van

St. Domingo. Zy is aan de rupsen zoo niet onderworpen. (Maison rustique

de Cayenne.)

De ouden hebben den oorsprong van de Indigo in 't geheel niet

gekend. PLINIUS gelooft, dat het een schuim van riet is, zig vast

hechtende aan een zoort van modder, die zwart is, wanneer men

ze wryft, en eene fraaije bruine kleur geeft, met purper gemengd,

wanneer men ze weekt. DIOSCORIDES gelooft, dat het een steen is.

De Indigo plant koomt in Europa alle jaaren voort. Zie hier de manier,

op welke men dezelve aldaar aankweekt. Men zaait ze in de lente, op

een bed, en wanneer zy spruiten van twee of drie duimen hoog geschoten

heeft, brengt men ze over in kleine kistjes, met goede aarde gevuld,

en men zet deeze kistjes in een warm bed van rum. Wanneer deeze

planten eenige kragt verkregen hebben, geeft men aan dezelve veel

lucht, door de raamen der broeykassen open te zetten, en in de maand

Juny brengen zy bloemen voort, die spoedig in peulen veranderen.

Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.

Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 3 · 第 35 / 35 题