Plaat Bladz.
XXX. Een oproerige Neger, op Schildwacht
staande; te plaatsen tegen over 4
XXXI. Het doorwaden van een Moeras, in
Guiana, door het krygsvolk. 22
XXXII. Platte grond van de Hoofd-legerplaats,
tusschen de Rivieren Cottica en Maroni;
benevens de manier, om in de
bosschen van Surinamen te legeren. 52
XXXIII. Gezicht der legerplaats aan de Java-Kreek:--als
mede by Jerusalem. 134
XXXIV. Eene Indiaansche Vrouw, tot het geslacht
der Arrowoukas behoorende. 156