AANTEEKENINGEN

[1] Boot (p 886) beweert, dat volgens bijgeloof der oude bewoners

van die streken op een berg een waringinboom met slechts 3 takken

groeide en dat in dien boom een booze geest Fahadjoel woonde, die

met zijn spies in den stam een gat stak waaruit de 3 rivieren Talla,

Eti en Sapoléwa ontsprongen. Dat die geest Fahadjoel heet moet als

een groot geheim verzwegen worden, ook Ribbe (Ein Aufenthalt auf

Grosz Seram, p. 179) deelt iets dergelijks mede, doch de Roembéroe

Alifoeroe vertelden ons dat de plaats van den waringinboom (die nog

leeft en bewaakt wordt door den stam Manoesamanoewé) geen bijzondere

bergtop is en dat de Eti en Sapoléwa in de nabijheid dier plek hunnen

oorsprong hebben, doch dat de Tala veel zuidelijker ontspringt,

dicht bij Hoenitétoe, zooals de jongste patrouilles in 1906 dan ook

hebben bevonden.

[2] Zeer groote kano's, die wel 100 man konden opnemen.

[3] roeibanken.

[4] ongeveer 180 KG.

[5] Later in een strijd met de Portugeezen gesneuveld.

[6] Valentijn schatte het aantal bewoners van Hoeamoal op 11612,

waaronder 2030 weerbare mannen.

[7] Zie G. B. Hooijer, Krijgsgeschiedenis van N.I. dl II. (p. 146

e. v.)

[8] Volgens A. B. Meyer zijn de roode en groene edelpapegaaien

van hetzelfde geslacht, doch zijn de roodgevederden de wijfjes, de

groengevederden de mannetjes en Ribbe bevestigt, dat zij in hetzelfde

nest worden geboren.

[9] Zie ook Martin. Reisen in den Molukken. p. 38.

[10] Draagt een Mohammedaan Europeesche kleeding, dan mag hij geen

das omdoen (zie photo).

[11] vezel waarvan men touw draait.

[12] afdakje.

[13] Ook op Boeroe aldus geheeten.

[14] Deze worden bijna uitsluitend door vrouwen vervaardigd.

[15] De schadelijke klapperrot (badjing) is op Seran onbekend.

[16] Waarschijnlijk ontstaan uit orang baïk (goed volk), hetgeen de

opvarenden onze schepelingen toeriepen.

[17] De beschouwingen van Valentijn hierover zijn hoogst merkwaardig

(p. 72).

[18] Prof. Nieuwenhuis deelt een dergelijk gebruik van de Kajan

Dajaks mede.

Het eiland Seran en zijne bewoners · 第 18 / 18 题