Ziehier wat «De Bieënvriend» (jaargang 1892) daarover schrijft:
«De honig wordt hedendaags in de veeartsenijkunde benuttigd. Het
is nochtans niet goed hem alleen te gebruiken; hij brengt vooral
een goed uitwerksel te weeg, als hij met zekere geneesmiddelen
gemengd wordt. Deze laatste kunnen dan ook veel gemakkelijker
toegediend worden. Bij deze vermenging verkrijgt de honig genezende
eigenschappen, die hij door zich zelven niet hebben zou, en zulks
op zoodanige wijze, dat de werkingskracht des mengsels verre die van
andere zelfstandigheden, alleen gebruikt, te boven gaat. Het is dus
zeer voordeelig de minerale en plantaardige geneesmiddelen tot poeder
te brengen, ten einde ze des te beter met honig te kunnen mengen,
vooral wanneer het ziekten der ademhalingsorganen geldt.
Vele dieren, die op deze wijze behandeld worden, komen na eenige
dagen zelf het geneesmiddel nemen, daar zij door den zoeten smaak
worden aangetrokken. Wij allen weten, hoe moeilijk het soms is vuile
geneesdranken aan onze groote dieren toe te dienen. Laatst nog zegde
mij een veearts, dat vele jonge kalveren, eenige dagen na hunne
geboorte, ten gevolge van eenen afgang sterven. Hij gebruikte tegen
deze ziekte een sterk geneesmiddel, dat hij gedurende eenige dagen
in water, waarin honig was opgelost, deed geven. Gewoonlijk werd die
toepassing met den besten uitslag bekroond.--Eindelijk mengde hij
nog den honig met een ander geneesmiddel voor eene pootziekte der
paarden--le crapaud,--die zoo moeilijk te genezen is.
Over twee maanden was het vee van mijnen gebuur aangetast door de
blaarziekte, die dit jaar zoo schrikkelijk in vele stallen onzes lands
geheerscht heeft. Reeds eenige malen had men bij mij honig gehaald;
toen ik op zekeren dag naar dit buitengewoon verbruik van honig op
die hoeve vernam, antwoordde men mij, dat de honig als geneesmiddel
voor de koeien werd aangewend.»