EIERGERECHTEN.

Wie van geen eieren houdt, behoeft ze niet te eten. Wie er een groot

minnaar van is, die betrachte de matigheid, want er worden meer

sterfgevallen en kwalen veroorzaakt door een te overvloedig dan door

een te karig gebruik van eiwithoudend voedsel.

Wie daar meer van wil weten, schaffe zich het werkje aan van

Dr. Paczkowski: "Zelfvergiftiging van het lichaam (auto-intoxicatie

als oorzaak van ziekten)".

Intusschen, wie bevreesd is, dat de overgang tot het vegetarisme hem

te veel zal aangrijpen als hij, behalve het vleesch, ook de eieren

liet staan, die doet wijzer eieren te gebruiken dan bij het vleesch

te blijven, als hij maar in het oog houdt, dat een dagelijksch gebruik

van eieren op den duur tot overvoeding moet leiden.

R. 96. Eieren (gebroken of verloren). Men zet water op met een

weinig zout. Als het water doorkookt opent men voorzichtig een ei

aan het breede uiteinde. Eveneens handelt men met het tweede en elk

volgende. Men laat ze langzaam gaar worden en dient ze op met de zure

saus beschreven in R. 135.

R. 97. Eieren (gegarneerde). Harde eieren ontdoet men van de schaal

en plaatst ze in een ondiepen schotel. Men giet er een dikke

champignonsaus over, bereid volgens R. 126. Daarna garneert men

den schotel met doperwtjes en peterselie, deels fijngehakt, deels

in takjes.

R. 98. Eieren (gekookte). I. Zacht gekookt. Men legt voorzichtig

(liefst in een eiernet) de eieren in kokend water. Raakt het water

van de kook, doordat er te veel eieren in eens in komen, dan rekent

men van het oogenblik af, dat het water weer kookt. Zacht gekookte

eieren moeten 3 minuten in kokend water liggen.

R. 99. Eieren (gekookte). II. Gestold wit, zachte dooier. Men handelt

als voren. Van het oogenblik af, dat het water weer kookt, wacht men

3 1/2 minuut, neemt dan de pan met eieren van het vuur en laat ze dan

nog van 5 tot 8 minuten in het heete water. Dadelijk daarop dompelt

men ze in het koude water gedurende één minuut.

R. 100. Eieren (gekookte). III. Hard gekookt. Duur der koking 6 of

7 minuten. Men berekent den tijd van het oogenblik, dat het water

kookt na het indompelen der eieren. Vervolgens dompelt men ze in het

koude water.

R. 101. Eieren (geroerde). (Roereieren). I. In een koekenpan laat men

boter smelten (of olie verhitten), klopt eenige eieren met wat zout en

roert met een houten lepel op een zacht vuur alles langzaam dooreen,

tot zich brokken van behoorlijke dikte hebben gevormd.

R. 102. Eieren (geroerde). (Roereieren). II. Op een ei neemt men een

halve eierdop water en wat zout, klopt eieren met het water dooreen,

en giet het dan in de koekenpan, waarin men boter heeft laten smelten

of olie verhit heeft. Als het begint te stollen, roert men tot het

gaar is.

R. 103. Eieren (geroerde). (Roereieren). III. Zes eieren worden

met 9 lepels melk en wat zout geklutst. Nadat men 50 gr. boter in

de koekenpan heeft laten smelten, stort men de geklopte eieren in

de pan en blijft roeren, totdat zich brokken van behoorlijke dikte

hebben gevormd.

R. 104. Eieren (geroerde). (Roereieren). IV. Men klutst eenige eieren

met wat boter, wat zout en wat geraspte kaas in een pannetje, dat

men in een grooter, met water gevuld pannetje plaatst. Men roert de

eieren, totdat ze gaar zijn en laat ze niet te droog worden.

R. 105. Eieren (gestoofde). Kokende melk wordt met in boter gefruite

bloem gebonden. Als er room en zout naar smaak aan toegevoegd is,

roert men er wat fijngehakte peterselie door en eindelijk ook heel

voorzichtig hard gekookte eieren, die men gepeld en in vierdeparten

heeft gesneden. Daarna laat men alles, voorzichtig roerende, nog wat

op een zacht vuur doorkoken.

R. 106. Eieren (gevulde). Men laat de eieren 9 à 10 minuten

koken, koelt ze dan af in koud water en pelt ze. De eieren worden

overdwars in twee helften gesneden. Daarna wordt de dooier voorzichtig

verwijderd. De beide helften worden daarna gevuld met champignonragoût

(R. 76), met eierragoût (R. 78), met uienragoût (R. 94) of met

schijngehakt (R. 91).

Nadat men ei voor ei de beide helften vereenigd heeft, legt men ze in

een vuurvasten schotel en laat ze met wat boter er overheen in een

matig verhitten oven nog ongeveer een half uur stoven. De dooiers

legt men ter garneering om het gerecht, dat met bruine botersaus

(R. 123 of 124) wordt opgediend.

R. 107. Eieren (gezouten). Men kookt versche eieren 8 à 10 minuten en

koelt ze af in koud water, waarna men de schaal der eieren rondom

kneust. Dan legt men ze in een sterke pekel (30 gram zout op 1

L. water) waarin men ze 24 uur moet laten liggen.

R. 108. Eieren met bechamelsaus. Men snijdt harde eieren overlangs in

tweeën, dompelt ze daarna in den heeten Bechamelsaus, beschreven in

R. 120. Men spreidt de eieren met de saus op een platten schotel uit

en garneert den schotel met langwerpige stukjes gefruit wittebrood

en takjes peterselie.

R. 109. Eieren (Zwitsersche). In een vuurvast schoteltje, van binnen

met boter besmeerd, breekt men een ei stuk, zoodat de dooier heel

blijft. Men doet wat room en geraspte kaas over het ei en laat het

een kwartier in een flink verhitten oven bakken. Bij het opdienen

garneert men het met een takje peterselie.

R. 110. Eierfricassée. Harde eieren worden gepeld, daarna gehalveerd,

opgediend op een schoteltje met een krans rijst er om heen. Het gerecht

wordt flink begoten met een zeer dikke zure saus, beschreven in R. 135.

R. 111. Omelette. Men klopt eenige eieren met water (desverkiezende

melk)--een halve eierdop vocht op een ei--gedurende 5 minuten. Men giet

het beslag in de koekenpan, waarin boter gesmolten of olie verhit is

en bakt de omelette op een matig vuur, niet verzuimende nu en dan ze

met een mes op te lichten of er in te steken om de olie of boter er

goed onder te laten loopen en ze luchtig te krijgen. Wanneer men ze

aan ééne zijde bakt, dient men ze dichtgeslagen op met de gebakken

zijde naar buiten. Men dient ze op met witte suiker.

R. 112. Omelette (Fransche). Men handelt als in R. 111 is

voorgeschreven, legt gehakte peterselie op de niet-gebakken zijde en

vouwt ze dubbel.

R. 113. Omelette met champignonragoût. Men bakt de omelette zooals

in R. 111 is voorgeschreven. Champignonragoût, bereid volgens R. 76

spreidt men over den ongebakken kant, waarna men de omelette dubbel

vouwt en ze opdient met een takje peterselie er om heen.

R. 114. Omelette met champignons. Na champignons volgens R. 76 te

hebben gereinigd hakt men ze grof en fruit ze met een weinig gehakte

peterselie in boter gaar. Als ze genoegzaam zijn afgekoeld, worden

ze met een weinig zout door de geklopte eieren geroerd. De omelette

bakt men verder volgens R. 111. Bij het opdienen garneert men ze met

takjes peterselie en mooie gele slablaadjes.

R. 115. Omelette met kaas. Men beslaat eieren als in R. 111 is

voorgeschreven, mengt geraspte of aan dobbelsteentjes gesneden kaas

door het beslag en bakt ze verder volgens R. 111.

R. 116. Omelette met uienragoût. Men handelt als in R. 113 is

voorgeschreven, behalve dat men de champignonragoût vervangt door

een uienragoût bereid volgens R. 94.

R. 117. Omelette met vruchten. Men handelt als in R. 113 is

voorgeschreven, legt er vruchtenmoes of jam inplaats van ragoût op,

vouwt ze dubbel en bestrooit ze met witte suiker.

R. 118. Omelette met Zuring. Men handelt als in R. 111 is

voorgeschreven, legt gesmolten zuring op den ongebakken kant, vouwt

ze dubbel en bestrooit ze met suiker.

R. 119. Spiegeleieren (Kalfsoogen). Men smelt boter in de pan of

doet er wat olijfolie in. Men opent voorzichtig een ei aan het breede

uiteinde om het dooier niet te laten uitloopen, boven de pan, zoodat

de inhoud in de boter komt. Eveneens handelt men met het tweede,

en elk volgende, het eene naast het andere, totdat de pan gevuld is

of het vereischte getal is verkregen. Als het wit gaar en stijf is,

neemt men de pan van het vuur. Sommigen vinden de eieren lekkerder

als de pan met een bord of schotel bedekt is onder het bakken. Om een

meer ronden vorm aan de spiegeleieren te geven kan men zich bedienen

van een soort poffertjespan, waarvan de holten grooter en dieper zijn

dan die waarin de poffertjes gebakken worden.

De Vegetarische Keuken Kookboek van den Nederlandschen Vegetariërsbond · 第 23 / 71 题