VIII. Vast van tijd tot tijd, vooral wanneer blijkt, dat de
verteringsorganen niet behoorlijk werken en zij dus behoefte hebben
aan volstrekte rust.
In de tweede plaats betreffen de algemeene regelen de bereiding;
zij luiden:
I. Bereid de spijzen zoo, dat ze met smaak gegeten worden; want wat
met smaak gegeten wordt, verteert gemakkelijker dan wat met tegenzin
wordt gebruikt.
II. Houd rekening ook met een bedorven smaak, doch zorg dat de smaak,
langzaam maar zeker gelouterd wordt.
III. Geef acht, dat de spijzen niet te hard koken, want met den
waterdamp worden de meest smakelijke, vluchtige deelen door de lucht
verspreid.
IV. Werp geen weekwater weg en kook geen groenten of andere spijzen af,
want met het water worden de voor de gezondheid zoo hoog belangrijke
voedingszouten weggeworpen.
V. Beproef geen spijzen smakelijk te maken door sterke kruiden en
andere schadelijke ingrediënten, want deze kunnen in drieërlei opzicht
schadelijk werken:
1e doordat zij door den hevigen prikkel de verteringsorganen te sterk
aantasten, waardoor deze eerst tijdelijk en door herhaald gebruik
later bij voortduring in een lijdenden toestand komen.
2e doordat zij aanzetten tot een overmatig gebruik van voedsel en elk
"teveel" gif vormt in het lichaam.
3e doordat de meeste dezer ingrediënten een of meer giftige stoffen
bevatten, die voorbijgaande of chronische ongesteldheden veroorzaken.
VI. Draag zorg, dat gij geen potten, pannen of ander vaatwerk
aanschaft, die oorzaak kunnen worden, dat er gif in de spijzen komt.
VII. Weest zindelijk op het vaatwerk en de te bereiden spijzen. Spaar
het waschwater niet, want nalatigheid in deze dingen kan ook oorzaak
worden van vergiftiging.
Wie van het vegetarisme meer wil weten kan zijn weetgierigheid
bevredigen in Hoofdstuk I.
Ook namens mijn vrouw uit ik den wensch, dat de nieuwe uitgave niet
minder dan de drie eerste moge bijdragen tot een meer en meer algemeene
toepassing van de vegetarische leefwijze.
_Den Haag, October 1911_. M. Valk Lz.