Bernard lachte. "Zoo?.... Is ze zoo'n Carmen?"

"Nou!.... 'n Echte jongensgek, wat je noemt, hoor!.... Maar ik zou haar

niet vertrouwen als ik 'n man was."

Weer kwamen ze aan, wandelend nu. André wischte zich 't bezweete

voorhoofd af. Ze fluisterde achter haar waaier en hij lachte hardop om

wat ze zei. En in 't voorbijgaan keek ze Bernard aan, een blik gloeiend

van triomf en overmoed.

"Ik ga nu met 'r dansen," zei Bernard.

"Zoo!.... Zeg, vooral niets laten blijken, hoor!.... Pas op, ik zou

woedend zijn!"

"Och wel nee! Natuurlijk niet. Waar denk je aan!"

De muziek zweeg. Maar Bernard, gemakzuchtig, bleef nog zitten bij Anna.

Hij zag er tegen op Mimi te gaan halen. Hij voelde zich wat beklemd

worden; zou ze met André over hem gelachen hebben? Hij moest nog een

houding zoeken tegenover haar en er was geen zier geest in zijn warm

hoofd. Maar Sam kwam al naar Anna toe.

"Heb je al 'n carré," vroeg Bernard.

"Nee, willen we 'r een formeeren," vroeg Sam. "Wacht dan even nog, dan

zal ik André ook vragen." En hij liep weer weg, Bernard kon nog even

blijven zitten. Want hij kon immers Anna niet alleen laten.

Maar gauw was Sam weer terug. Hij had met André en Hendrik Schot

afgesproken. En hij nam Anna mee, Bernard aansporend met 'n: "kom, moet

jij nu je dame niet gaan halen?.... Je bent hier niet voor je plezier,

gauw 'n beetje!"

Bernard glimlachte, wat verward en verlegen, maar toen in-eens ernstig

wenkbrauwfronsend, richtte hij zich op, heel recht, en liep zoo naar

Mimi toe, statig en met een strak gezicht, en hij boog deftig, correct

en zwijgend.

"Ik was al bang, dat u me vergeten zou," zei Mimi, hem aankijkend van

terzij, en alvast spotlachend om 't complimentje dat ze verwachtte. Maar

hij zei alleen: Nee!.... nee!.... en geleidde haar, deftig stappend,

naar de plaats waar de drie andere paren al wachtten.

En de quadrille begon. 't Ging keurig in hun carré. Hendrik Schot

alleen, die er niet veel van kon, vergiste zich dikwijls met zijn stijve

stappen en de dwaze draaien van zijn houterig lichaam en deed de anderen

lachen door 't gekke gezicht waarmee hij 't dan in zijn verlegenheid

goed maken wou. "God, God! wat 'n hein! wat 'n hark!" hoorde Bernard

Mimi zacht zeggen tegen Betsy die met Hendrik danste.

Zij, Mimi, ofschoon zich met de bedwongen elegance van haar

trotsch-rechte figuur aldoor hoogst correct bewegend, was dol van

opgewonden danslust. Haar oogen schitterden. Ze verdeelde haar

uit-tartende blikken tusschen Bernard en André. En André scheen onder

haar bekoring, hij boog overdreven-diep voor haar en lachte als ze hem

zoo aankeek, maar Bernard bleef heel bedaard, koeltjes buigend, en deed

zijn passen afgemeten en meestal zwijgend. Hij voelde soms dat ze hem

aankeek en keek dan opzettelijk een anderen kant uit. Toen ze dat merkte

lette ze niet meer op André, maar deed al maar haar best Bernard's

blikken aan zich te trekken, door lichaamswendingen en lachjes.

Eindelijk kwam het slotfiguur, de grand' chaine. Keurig, als paardjes in

een circus, op de uitgegilde bevelen van een gerokten meneer op een

stoel, liepen de dansende dames en heeren om in hun quadrille-kringen,

elkander tegemoet; vormelijk bogen de bovenlijven en passief gleden de

gehandschoende handen in elkaar. En telkens lag ook Mimi's hand een

oogenblik in Bernard's hand. Maar elken keer, even voordat die handen

uiteengleden, voelde Bernard een licht drukje van verstandhouding, even

maar, heel kort, maar heel duidelijk. Hij vond 't brutaal, maar 't

streelde hem, hij bloosde van voldoening. Hij begreep niet, hoe ze 't

durfde doen, maar 't kostte hem inspanning koel en strak te blijven,

zooals hij zich had voorgenomen; vergeefs zette hij zich telkens nog

deftiger en voornamer in postuur en zijn gezicht in een quasi-stroeve

plooi, bij den laatsten omgang vlamde zijn blik met volle begeerte recht

in den haren. En stevig drukte ze nu zijn hand en in 't voorbijgaan trof

hem een oogenglanzen van kanaljeuse verleiding.

Bernard voelde zijn hart dof opbonzen in zijn borst, hij voelde zich

zijn aandoening niet meer meester, bij 't "balancez à vos dames"

vergiste hij zich twee maal en toen de muziek met groote drukte overging

in de wals finaal, sloeg hij zijn arm driftig om Mimi's leest. Ze

dansten, draaiend, deinend, met veerkrachtige passen. Dat walsen met

haar was anders dan met Anna. Dit was niet de wellust van den dans

alleen, maar dat vrouwelijf tegen zijn arm liggend, maakte hem dronken

van genot. 't Was een roes! Duizelig stond hij eindelijk stil; hij was

bijna tegen haar aangevallen. Zij lachte er om en vroeg of hij daar meer

last van had. "Nee, anders nooit," zei hij. En zij lachte weer, met

oogen die 't begrepen.

Ze sloten zich aan bij een van de menschengroepen, die nu, loom loopend,

optrokken naar de derde zaal, de tooneelzaal, waar wat vertoond zou

worden ter eere van het bruidspaar.

Voor de dames en de oude heeren waren stoelen en banken aangeschoven,

maar de jongere heeren gingen tegen de wanden staan of achter in de

zaal, beweeglijke zwarte groepen.

Bernard bezorgde Mimi een goede plaats tusschen Lize en Doortje, waar ze

dadelijk druk zat te praten; zelf ging hij achteraan staan naast den

oudsten zoon van den gastheer, Kees van den Bosch, een korte, gedrongen

figuur, met het uiterlijk van een eersten stuurman, die zijn baard pas

afgeschoren heeft. Hij had alleen een kort geknipt geel kneveltje. Zijn

rok zat hem slecht en hij was erg warm.

De vertooningen waren gewone bruiloftsvertooningen. Toespelingen op

't intieme leven van doodgewone menschen. Meisjes die slecht verzen

opdreunden en meneeren die hun rollen vergeten waren en links en

harkerig deden op 't kleine tooneeltje. Kees luisterde aandachtig en

dus zweeg ook Bernard uit beleefdheid. Hij verveelde zich, 't vormelijk

applaus ergerde hem 'n beetje, hij verlangde terug naar de balzaal.

Eindelijk, in een kleine pauze, terwijl ze van 't presenteerblad, dat

werd rondgedragen, elk een glas wijn namen en even aanstootten, begon

Kees, lachend: "Zoo meteen moet ik er ook aan gelooven."

O God! dacht Bernard, die ook nog! "Zoo!", zei hij, "zullen we 't

genoegen hebben jou ook op de planken te zien.... als jeune amoureux

hoop ik."

"Dat minder!.... ik speel voor tuinman.... O, 't is een prachtig stuk,

dat begrijp je; me zwager en ik hebben 't zelf gefabriceerd."

"Hoe bescheiden dan om je zelf met de rol van tuinman te bedeelen," zei

Bernard.

"Ja!.... wat zal ik je zeggen!.... Je moet 'n beetje weten te schikken!"

En Kees lachte met zijn breede grijns van goedronden zeeman. "Je hebt

daar net met Mimi van Keppel gedanst, hè," begon hij weer, na een paar

teugjes, "hoe vind-je die?"

"Hè.... die juffrouw van Keppel, meen je?.... Wèl!.... 'n Aardig meisje,

geloof ik!.... Is 't 'n vriendin van een van je zusters? 'k Heb haar

nooit ontmoet bij jelie...."

Kees haalde zijn schouders op met een minachtend krullen van zijn

lippen. "Vriendin?.... Och!.... ja!.... ze is een goeie kennis van me

getrouwde zuster!.... Och!.... we moesten haar vragen, zie je.... Maar

't is een kat!" zei hij, schielijk fluisterend, met een plotseling

nijdig gezicht opkijkend naar Bernard, die veel langer was.

"Hm!.... zoo!...." zei Bernard.

Kees keek hem weer aan, nog nijdiger, bijna dreigend. "Pas op voor die

meid, hoor!" fluisterde hij weer, snel en scherp. "Ze heeft 't hier!" en

hij tikte met den wijsvinger van zijn rechterhand achter den elleboog

van zijn linkerarm. "Hm!" zei Bernard nog eens. En hij schoof wat van

Kees af, een paar verwenschingen smorend achter zijn tanden. 't Begon

hem nu de keel uit te hangen dat gezanik over haar kattigheid. Allemaal

jaloezie, bromde hij in zich zelf. 't Is een weergaasch aardige

meid!.... 'n pikante.... ik mag dat wel! waarom niet? Ze is heel wat

amusanter dan al die vervelende schapen daar op dat tooneeltje, met 'r

armzalig geteem over liefde en geluk!.... Ze weten er wat van!....

Hij keek naar Mimi en zag haar zitten. Opvallend was, tusschen de

donkerder en doffer hoofden om haar heen, die volle golving van rosblond

haar. 't Glansde als gepolijst rood-koper in 't helle licht. Mooi haar

toch, dacht Bernard. Hij liep wat achteruit, hij wilde alleen staan. En

hij keek aldoor naar dat eene meisjeshoofd. Hij lette heelemaal niet

meer op de vertooning, hij stond te soezen. Hij voelde haar blik weer en

haar handdrukjes. 't Waren ál warme wellustdroomen die door zijn roezige

hersens togen. En hij gaf er aan toe, fantaseerend, zich meer en meer

opwindend, totdat er een gevoel van brute kracht en wild begeeren in hem

begon te leven. Hij dacht plotseling aan een leeuwentemmer, die hij 's

gezien had bij Carré. Temmen, ja, dat is 't, mompelde hij, haar

temmen,.... tot ze zoo zacht is als een duifje....

Maar in-eens hoorde hij 'n stem vlak bij zijn oor! "Zeg, wat doe je

toch?.... Sta je je toost voor straks te repeteeren?"

't Was André. Hij had hem niet aan hooren komen, hij schrok even en

glimlachte toen, licht blozend. "Ik stond maar wat met mezelf te praten

bij gebrek aan beter," zei hij.

"Vervelende vertooningen, hè?" zei André, zijn hand door zijne bruine

haren strijkend en zich dan geeuwende omdraaiend op zijn hielen.

"Nou!" zei Bernard.

"Nee!.... dan dans ik nog liever den heelen avond, hoor!.... Wat?....

Zeg! aardig kindje, die Mimi, hè?"

"Kindje?.... zeg maar gerust kind!"

"'k Geloof dat jij 't leelijk te pakken hebt, ouwe jongen," zei André,

weer lachend.

Bernard trok een minachtend gezicht. "Geen kwestie van, hoor!....

Maar.... re.... zeg! je hadt daarnet Kees moeten hooren? Die is, geloof

ik, zoo bang als een wezel voor dat juffie.... ik moest oppassen voor

haar, zei hij, ze had 't achter de mouw!"

Ternauwernood onderdrukt proestgelach van André deed de menschen vóór

hem even omkijken.

"Sst?.... sst! kerel!" zei Bernard, zelf glimlachend.

"Hij is patent!" zei André. "Nou, je hoeft er dat jong dan ook maar op

aan te kijken!.... Zijn rok zit 'm of 't een gehuurde is!.... Hij is

stom ook, geloof ik, is-t-ie niet?"

Bernard gaf geen antwoord, maar na 'n poosje begon hij weer: "Wat zie ik

jou weinig met Betsy van avond."

"Hm!.... Nou ja:.... och! zoo meteen ga 'k 's met 'r dansen!.... kalm

aan! kalm aan!...."

"Ze bevalt je anders altijd nog al, dacht ik."

"O! Wat dat betreft, ze is charming!" zei André met een gebaar als wierp

hij Betsy een kushand toe. "Een meisje, zie je, om mee te trouwen, maar

niet om zoo 's een aardigheidje mee te hebben.... om zoo ereis mee uit

wandelen te gaan.... zooals die Mimi...."

"Ho!.... ho!.... die zal je ook wel aan zien komen met je

wandelingetjes!"

"Wat wed je? Nou, hoor!.... Die gaat dadelijk mee!"

"Met jou?" vroeg Bernard, spottend.

"Waarom niet?.... Dacht je soms liever met jou?"

"Misschien wel," zei Bernard.

"Zie je nou wel, dat je verkikkerd bent," plaagde André weer. "Maar je

moet je haasten, hoor! Ze heeft me onder 't dansen heel wat vriendelijke

oogjes gegeven en bij de grand' chaine telkens een allerhartelijkst

handdrukje...."

"Dat lieg je lekker!" zei Bernard, geërgerd.

"Hè? Nou nog mooier! Wat zou dat nou voor een flauwe mop zijn!.... 't Is

waarachtig waar."

"Opsnijderij," zei Bernard.

"Nou goed! opsnijderij dan!.... Maar ik zou de eerste anders lang niet

zijn, hoor! Er zijn er genoeg die 's met 'r uit geweest zijn."

"Verrek!" zei Bernard.

En hij liep wat naar voren als om de vertooning beter te zien. Juist

kwam Kees op als tuinman; er ging een luid-juichend gelach op.

Bernard keek nog even op naar André, die kalm was blijven staan, zijn

handen in zijn zakken, wiegend zijn lange slanke figuur op zijn hielen,

leuk lachend stil voor zich heen, als dacht hij aan toekomstige

avontuurtjes. Zijn vroolijke bruine oogen glinsterden van inwendige

pret.

De roman van Bernard Bandt · 第 11 / 40 题