Ieder onverdorven mensch kan beschouwd worden als een vriend der natuur
en in het bijzonder als een vriend der bloemen- en plantenwereld. Het
goed beschouwen der plantenwereld en vooral het verzorgen der planten,
verschaft niet alleen een waar genot, maar geeft ook een aangename
afwisseling, vooral voor die menschen, die, als broodwinners hunner
families, den ganschen dag hard moeten arbeiden.
In den tegenwoordigen tijd, waarin de strijd om het bestaan,
niet alleen den man, maar vaak zelfs ook de vrouw en het kind tot
onophoudelijk werken aanspoort, waardoor bijna alle aanraking met
de natuur verloren gaat, vormen somtijds enkele planten den eenigen
zwakken band tusschen den mensch en de natuur.
De tuin, waarover helaas in onze tegenwoordige steden slechts enkele
bevoorrechten kunnen beschikken, het balkon of ook maar de eenvoudige
vensterbank, waartoe slechts enkele uren van den dag een zwakke
zonnestraal kan doordringen, zij alle geven gelegenheid om zich met
bloemen en planten bezig te houden. Hij, die slechts gedurende den
morgen en den avond eenigen tijd aan planten kan wijden, vindt in de
cultuur van kamerplanten ruimschoots vergoeding voor het gemis van
een tuin.
Reeds van oude tijden her, is het kweeken van planten nauw verbonden
met ons familieleven. Zoowel in de vorstelijke paleizen als in de
vensterbanken van de armste arbeiderswoningen vinden wij bloemen;
overal vervroolijken zij de kamers en overal zijn zij de bron van
veel genot voor de eigenaars, wier geringe zorgen zij ruimschoots
door haren bloei en groei beloonen.
Wanneer het buiten met de bloemenpracht gedaan, wanneer de oogsttijd
voorbij is en de laatste dorre bladeren door de lucht fladderen,
wanneer regenbuien en daarna harde vorst ons tot thuisblijven nopen,
dan krijgt ook hij behoefte aan bloemen in de kamer, die gedurende den
zomer zijn vrijen tijd, hetzij buiten de stad, hetzij in zijn eigen
tuin kan doorbrengen. Wanneer een wit sneeuwkleed de dor geworden
weiden bedekt, wanneer de takken der boomen zich neerbuigen onder
den last der sneeuw, wanneer de vorst ijsbloemen op de vensterruiten
teekent, dan is het een onschatbaar genot in de verwarmde kamer
planten te zien groeien, die aan het geheele vertrek een buitengewone
gezelligheid geven.
Niet overal echter verschaffen de bloemen in de kamer een even groot
genot; maar al te dikwijls toch willen zij niet groeien. Zij komen
dan slechts zeer langzaam vooruit, of, wat nog erger is, zij laten
de bladeren, vallen om dan na korter of langer tijd te sterven.
Het kweeken van planten toch, en vooral de verzorging van planten,
die in verschillende landstreken thuis behooren, is een wetenschap,
en om op de hoogte dier wetenschap te komen, moet men een goed geleider
hebben, die raad weet voor de talrijke moeilijkheden, waar de beginner
aanvankelijk elken dag op stuit.
Dit boek stelt zich voor, zulk een geleider te zijn; het zal antwoord
geven op al de vragen, die zich bij het kweeken van planten voordoen,
en het zal de lezers bekendmaken met die planten, welke gebleken zijn
voor de cultuur op het balkon, in de kamer, en op de vensterbank
het best geschikt te wezen. Bij het gebruik van dit boek zal de
plantenliefhebber, die in de plant een levend wezen ziet, waarin
de sapbeweging even zoo goed aan natuurwetten gebonden is, als de
bloedbeweging bij de menschen, een goed leidsman vinden. Hij, die het
kiemen der zaden en het doorgroeien der zaailingen met genoegen volgt;
die zich het eigenaardige doorzicht weet toe te eigenen, dat iedere
tuinbouwkundige bezit, en dat dezen in staat stelt direct te zien of
een plant de juiste grondsoort, vochtigheidsgraad of standplaats heeft,
zal spoedig veel genoegen van zijn plantencultuur smaken.
Het is overbekend, dat er bij het kweeken van planten in de kamer
tal van moeilijkheden voorkomen, welke eenen handelskweeker, die de
buitenlandsche planten in moderne kassen kweekt, onbekend zijn.
In de kamer heeft men met ongelijkmatige temperatuur, met gebrek aan
licht, met droge, stoffige en bijna altijd slechte lucht te kampen,
welke lucht men echter veel verbeteren kan.
Vele wegen staan den plantenliefhebber open, om de schadelijke
invloeden, die in de woonvertrekken voor het kweeken van planten
aanwezig zijn, te verminderen, zoo niet geheel op te heffen; hij zal
zich door den tijd geheel vertrouwd maken met de eischen van zijn
lievelingen en eindelijk iedere plant haar juiste plaats en goede
behandeling geven. Wanneer dan de planten ten laatste goed groeien
en bloeien; wanneer zij des zomers het balkon en de vensters, des
winters de woonkamers versieren, dan is het genot van de, onder zulke
moeilijke omstandigheden verkregen, resultaten zóó groot, dat men ten
laatste het kweeken van planten niet meer kan laten en de liefhebberij
daartoe steeds grooter wordt.