DE KATHEDRAAL TE PUY.

Schilderachtig ligt de oude stad Puy-en-Velay, de tegenwoordige

hoofdstad van het departement der Haute-Loire, in haar krans van

bergen, met hare amphiteatersgewijze oprijzende huizen, gekroond

en beheerscht door hare indrukwekkende kathedraal. Deze laatste,

waarvan de ommestaande plaat u eene afbeelding te aanschouwen geeft,

behoort zeker tot de merkwaardigste kerkgebouwen van Frankrijk. Reeds

door hare ligging op eene hooge rots, aan den rand van een afgrond,

maakt zij een machtigen indruk: maar vooral ook door haar strengen,

ernstigen gevel van witten en gekleurde steen, die onwillekeurig aan

noordsche monumenten denken doet. Ook die groote, in schemerdonker

gehulde zuilenhal, met haar zonderling, half koepelvormig gewelf,

maakt, als ge binnentreedt, een diepen indruk, die nog verhoogd wordt

door de soberheid en betrekkelijke armoede van den bouwtrant en het

gemis van ornamentatie.

Doch behalve deze eigenaardigheden, die iederen beschouwer

treffen, is deze kerk merkwaardig in het oog van alle bouwkundigen

en beoefenaars van de geschiedenis der architectuur, door de

karakteristieke bijzonderheden en afwijkingen, die zij in haar

bouwstijl vertoont. Hoewel door geheel haar aanleg tot den romaanschen

stijl behoorende, draagt zij den stempel dier eigenaardige richting

in de oud-middeleeuwsche architectuur van zuidelijk Frankrijk, die

de school van Perigueux wordt genoemd, en zich onder den invloed van

byzantijnsche denkbeelden en kunstregelen heeft ontwikkeld:--een

hoogst merkwaardig verschijnsel, wellicht in aard en oorsprong,

nog niet voldoende opgehelderd. De kathedraal van Puy vertoont in

haar min of meer onbeholpen constructie duidelijk de sporen van een

overgangstijdperk, waarin de nieuwe kunst, die straks in de gothiek

hare heerlijkste uitdrukking zou vinden, aanving de stroeve vormen

der oude romaansche en byzantijnsche architectuur te doordringen

en te herscheppen. Ook als historisch monument is zij dus van zeer

groot gewicht.

Het Vrije Rusland De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 43 / 48 题