DE OUD-GELOOVIGEN.

Al deze zonderlinge secten en geheime genootschappen zouden weinig

gewicht in de schaal leggen, en hoogstens als merkwaardige uitingen van

deels politiek, deels godsdienstig fanatisme de aandacht verdienen,

indien zij enkel op zich zelf stonden, en niet veelmeer teekenen

waren van een algemeen verspreide kwaal in het groote rijk. Hun aller

gemeenschappelijke levensbodem, waarin zij wortelen, is de felle,

diep verborgen afkeer van de officiëele orthodoxe kerk.

Buiten Rusland zijn er maar weinig menschen, die kennis dragen van

het bestaan eener andere, populaire kerk nevens de officiëele; en nog

minder is het bekend dat deze beide kerken in rustelooze vijandschap

en bitteren strijd met elkander zijn gewikkeld. Toch mag dit feit

geen oogenblik worden voorbijgezien door ieder, die zich rekenschap

wil geven van de wezenlijke gesteldheid en de ontwikkeling van het

russische rijk.

De aanhangers dezer populaire kerk zijn de zoogenaamde oud-geloovigen,

dat wil zeggen: zij, die de voorgewende hervormingen van den patriarch

Nikon verwerpen, en de oude, van de vaderen overgeleverde liturgie

hebben behouden. "Gij zult in ons land, zeide een priester van

het oude geloof tot mij, een kerk van Byzantium en eene kerk van

Bethlehem vinden; eene oude leer en eene nieuwe leer; een stelsel

van menschelijke inzetting en een van God gegeven Evangelie."

Niemand heeft tot dusverre het juiste getal opgegeven van hen, die

als oud-geloovigen zich van de staatskerk hebben afgescheiden. De

regeering heeft somwijlen den schijn aangenomen, als wilde zij hen

als dissenters behandelen; maar nooit heeft men den moed gehad, hen

officieel onder de ketters en sektarissen te begrijpen. Men heeft hen

beurtelings gehaat, gevreesd, gevleid, mishandeld; spionnen hebben hen

bespied; de politie heeft hen in de gevangenis geworpen; ministers

hebben hen door schitterende aanbiedingen pogen te verlokken; maar

nooit heeft men het gewaagd hen te tellen, want de regeering zelve

deinsde terug voor de waarheid, die dan onverbiddelijk aan het licht

zou komen. Een andere en betere geest heerscht tegenwoordig in het

Winterpaleis: men sluit de oogen niet langer voor de werkelijkheid: en

deze groote kwestie--verreweg de belangrijkste van alle binnenlandsche

kwestiën--wordt, met ernst en ijver, naar alle zijden onderzocht

en toegelicht. De regeering is tot de overtuiging gekomen, dat in

Rusland niets van wezenlijk belang tot stand kan worden gebracht,

zonder de medewerking der oud-geloovigen; en bij elken grooten

maatregel treedt, in regeeringskringen, de vraag op den voorgrond:

"Wat zullen de oud-geloovigen daarvan zeggen?"

Een russische bisschop, die veel in zijn vaderland gereisd had,

verzekerde mij, dat het getal der oud-geloovigen tien à elf millioen

beloopt; een minister van staat schatte hun aantal zelfs op zestien of

zeventien millioen. Een priester van Kèm ging nog verder. "De helft

der bevolking, zeide hij, behoort tot het oude geloof; en zoodra

ons eenmaal vrijheid geschonken wordt, zal drie vierde gedeelte

van het volk tot ons behooren." Voor zoover mijne eigen ervaring

reikt, ben ik geneigd, dien priester gelijk te geven. Een Duitscher,

die dertig jaren in Rusland heeft gewoond en het volk goed kende,

maar, als Lutheraan, vreemd is aan de onderlinge twisten der sekten,

schrijft mij dienaangaande: "Mijne ondervinding heeft mij geleerd,

dat, de bevolking in haar geheel genomen, vier van de vijf menschen òf

nu reeds oud-geloovigen zijn, òf zich de volgende week daarbij zouden

aansluiten, indien zij slechts de zekerheid hadden dat de regeering

hen met vrede zou laten." Dit houd ik voor overdrijving; maar ik word

telkens meer bevestigd in mijne overtuiging, dat de oud-geloovigen het

eigenlijke russische volk zijn; terwijl de orthodoxen weinig anders

zijn dan eene sekte, waartoe het hof, de adel en de geestelijkheid

behooren, en die daarom, voor het oogenblik nog, de macht in handen

heeft.

Bijna al de boeren in het noorden zijn oud-geloovigen; bijna al de

Kozakken van den Don, de helft der inwoners van Nishny-Nowgorod en

van Kazan, de meeste kooplieden van Moskou, zijn aanhangers van het

oude geloof. In één woord, de voornaamste handelaars en industriëelen,

de aanzienlijkste bankiers, de mannen, die in menig opzicht aan het

hoofd der maatschappelijke beweging staan en aan wie ongetwijfeld de

naaste toekomst behoort, zijn oud-geloovigen.

Gij wandelt door de straten van Moskou, waar telkens uwe aandacht wordt

getrokken door de edele pracht der bijkans vorstelijke woningen. Gij

vraagt uwen gids: "Aan wien behoort dit huis?"--"Aan Moronzoff.--"Wie

is dat?"--"O, mijnheer, Moronzoff is de rijkste man in Moskou; de

grootste industriëel van Rusland. Vijftigduizend man vinden werk in

zijne fabrieken. Hij is een oud-geloovige."

"En wie woont hier?"--"Soldatenkoff".--"Wie is dat?"--"Een schatrijk

koopman en een groot industriëel: een van de invloedrijkste mannen

in Rusland. Hij is een oud-geloovige."

"En van wien is dat paleis daar?"--"Dat behoort aan jonkvrouw

Rokhmanoff. Zij is onze miss Burdett Coutts; misschien niet zoo

rijk, maar vooral niet minder ijverig om goed te doen. Zoo als ge

ziet, bewoont zij een prachtig huis; men vindt er niet minder dan

dertig receptiekamers, voor de ontvangst van gasten. Ook zij is een

oud-geloovige."

En zoo gaat het voort, van den morgen tot den avond. Gij gaat naar de

bazars:--de meeste en fraaiste winkels zijn van oud-geloovigen; naar de

universiteit:--de meeste beurzen zijn door oud-geloovigen gesticht;

naar de hospitalen:--zij worden grootendeels door oud-geloovigen

onderhouden. De oud-russische deugden--en ook de oud-russische

ondeugden--gij zult ze vinden bij deze oud-geloovigen: niet bij de

maar al te zeer overbeschaafde en ontzenuwde aanhangers der officiëele

eeredienst.--"In Rusland, zeide mij eens een scherpzinnig opmerker,

zijn er verschillende vormen van eeredienst: een ritus voor het paleis,

voor het klooster, voor het kamp; een prachtige en schitterende ritus,

misschien geschikt voor keizers en vorsten, maar zeker niet voor de

arme visschers langs de kusten der IJszee."

De oud-geloovige is zoowel in zijne godsdienstoefening als in het

dagelijksch leven, hoogst eenvoudig en een voorstander van het oude:

echt conservatief, zoowel in den goeden als in den kwaden zin. Hij

heeft een afkeer van alles wat nieuw is, en omdat het nieuw is: zoowel

van eene synode van monniken, als van eene op vreemden grond gestichte

hoofdstad. Zijne vaderen gebruikten geen suiker in hunne thee: hij

dus ook niet; zij kenden geen gas: de nieuwerwetsche verlichting is

ook hem een gruwel. Het is voor hem voldoende, dat het een of ander

in vroeger tijd aan zijne voorvaderen onbekend was, om het nu ook

onvoorwaardelijk te verwerpen. Deze oud-geloovigen zijn niet minder

vijandig gezind jegens het tegenwoordig regeeringsstelsel dan jegens

de officiëele kerk. De getrouwe Rus behoort voor den regeerenden

monarch te bidden als voor een goed keizer en een goed christen; maar

velen van deze oud-geloovigen willen voor den regeerenden monarch

in het geheel niet bidden. Sommigen willen wel voor hem bidden als

tsaar, maar niet als keizer; doch niemand zal voor hem bidden als

voor een christen. Zij houden zijn recht op de kroon voor minstens

twijfelachtig. Het woord keizer, zeggen zij, beteekent vorst der

duisternis; de dubbele arend is een symbool van den boozen geest;

de autocratische regeering is het rijk van den antichrist.

De oorsprong dezer groote, diepgaande scheuring in het maatschappelijk

en zedelijk leven des russischen volks valt omstreeks de helft der

zeventiende eeuw, in de dagen van den patriarch Nikon: een man, die

misschien een niet minder beslissenden invloed op het toekomstig

lot van Rusland heeft uitgeoefend, dan de groote tsaar zelf, die,

naar het zeggen der oud-geloovigen, zijn natuurlijke zoon was.

In de eerste helft der zeventiende eeuw alzoo, landde een man van

middelbaren leeftijd en van een streng somber uiterlijk, aan het

klooster te Solowetsk, om op het graf van den heiligen Filippus

te bidden en een schuilplaats bij de monniken te vragen. Naar zijn

zeggen, was hij de zoon van een boerenarbeider uit een dorp nabij

Nishny-Nowgorod, zelf ook landbouwer en gehuwd. In zijne jeugd had

hij eenigen tijd in een klooster doorgebracht; en na tien jaren in den

echtelijken staat te hebben geleefd, had hij zijne vrouw overgehaald,

den sluier te nemen en de bruid des Heeren te worden. Hij had haar in

het klooster van Sint-Alexis te Moskou achtergelaten, en zelf zijne

schreden gericht naar het onherbergzame, ijzige noorden.

Op het eiland Anzersk, waar tegenwoordig de hoeve staat, leefden

destijds eenige kluizenaars, die den vreemden pelgrim in hun midden

opnamen. Daar trok hij het monnikskleed aan, en veranderde zijn

wereldlijken naam in dien van Nikon; maar hij was zoo onhandelbaar

van aard, dat hij weldra met zijn superieur overhoop lag, als vroeger

met zijne vrouw. Eleazar, de stichter van deze kluis, wenschte zijne

eenvoudige kerk van dennenstammen door eene steenen kerk te vervangen,

en toog met Nikon naar Moskou om daarvoor de noodige gelden bijeen

te brengen. Zij twistten met elkander onder weg; zij twistten na

hunne terugkomst. Eindelijk joegen de monniken den lastigen gast

weg; zij zetten hem in eene schuit, gaven hem brood en water mede,

en lieten hem vrij om te gaan werwaarts hij wilde, mits hij slechts

nooit terugkwam. De stroom wierp hem op een rots, in de baai van Onega;

Nikon richtte daar een kruis op, en legde de gelofte af dat hij daar

eene kerk zou bouwen, indien de heilige-maagd hem wilde helpen om

zijne fortuin te maken.

Op het vasteland aangekomen, werd hij weldra het hoofd van een

gezelschap kluizenaars, die zich aan de oevers van het meer

Kodjeozersk, in de provincie Olonetz, hadden gevestigd. Daar

opende zich voor hem de weg naar macht en aanzien: eene toevallige

omstandigheid bracht hem in aanraking met Tsaar Alexis: en hij maakte

een zoo overweldigenden indruk op dien niet zeer scherpzinnigen vorst,

dat hij binnen weinige jaren alle rangen der kerkelijke hiërarchie

doorliep, en achtervolgens tot archimandriet, bisschop, metropolitaan

en eindelijk tot patriarch werd verheven.

Nikon, in wien een ondragelijke hoogmoed met sluwe geslepenheid gepaard

ging, nam zich voor, het bestuur der kerk met vaster hand te voeren,

dan zijne zwakke en onbeteekenende voorgangers hadden gedaan. Met

zijne plompe gestalte, zijn grof opgezet gelaat, zijn rooden neus,

zijn doffen blik, had Nikon meer weg van een frieschen boer, dan van

een russischen monnik; maar toch was hij een hartstochtelijk minnaar

van praal en vertooning, en zwol zijn hart van grenzenloozen trots

als hij, in de kathedraal, nevens den tsaar op zijn troon zat. De

half-barbaarsche glans en pracht, die de byzantijnsche geestelijkheid,

zelfs onder de turksche heerschappij, bleef tentoonspreiden, bekoorde

zijn oog en hart; en het werd zijn ijverigst streven, den statigen

en omslachtigen byzantijnschen ritus ook in zijne kerk in te voeren,

zonder te bedenken dat hij, aldus tot de dagen van het oostersche rijk

teruggaande, zich de Grieken in hun smadelijkst verval ten voorbeeld

nam. Zijne eerste maatregelen waren niet ondoordacht. Hij zond eenige

schrijvers naar den berg Athos, die vandaar afschriften medebrachten

van de echte exemplaren der oudste gewijde boeken; deze liet hij in

het slavonisch vertalen, en met de liturgische boeken, die toen in

gebruik waren, vergelijken. Het bleek daarbij, dat in den aangenomen

tekst fouten waren ingeslopen: waarom hij zijn schrijvers opdroeg,

voor hem eene nieuwe uitgave van de Schrift en van de formulieren

te bewerken, waarin de betere lezingen zouden worden opgenomen. Maar

verder reikt zijne verdienste ook niet. Nikon verstond geen grieksch;

dit belette hem evenwel niet, toen de nieuwe bewerking, over welker

verdiensten hij natuurlijk niet oordeelen kon, voltooid was, dit boek

met gezag aan de kerk op te leggen. De kerk opperde bedenkingen: Nikon

riep de hulp van den tsaar in. De priesters verzetten zich tegen deze

inmenging van het wereldlijk gezag: Nikon leverde de weerspannige

geestelijkheid over in handen van de politie. Alexis stond hem met

al zijne macht bij, om zijn plan te helpen verwezenlijken. Toch

stuitte men op een fellen tegenstand, niet alleen in de steden en op

het platte land, maar ook in den regeeringsraad, in de kloosters,

in de kerk. De boeren en de popen waren al even weinig ingenomen

met de veranderingen, die hij wilde maken. De formulieren waren oud

en eerwaardig; hunne taal klonk als muziek in aller oor; de woorden

zelf schenen bijna goddelijk; sinds onheugelijke tijden waren deze

boeken bij de heilige dienst gebruikt; twintig geslachten waren

volgens deze liturgie gedoopt, gehuwd en teraardebesteld... Waarom

moesten deze heilige boeken nu eensklaps worden weggeworpen, en door

anderen, van vreemd maaksel bovendien, vervangen? Nikon beweerde wel

dat de nieuwe beter waren: maar hoe kon hij dat weten? De patriarch

was nu juist geen kritikus; velen betwistten hem zelfs den naam van

een geleerd man. In plaats van nu langzamerhand, door overreding en

zachte middelen, de lieden voor zijne hervormingsplannen te winnen,

voerde hij al deze nieuwigheden plotseling en met geweld in. Zelfs

bleef het nog niet bij zulke tekstveranderingen: hij veranderde

ook den ouden vorm van het kruis; hij raakte aan de sacramenten;

hij voerde eene nieuwe wijze van zegening in en wijzigde de teekenen

op het gewijde brood. Op bevel van den tsaar, die de ver strekkende

gevolgen van deze maatregelen niet kon overzien, werden nu deze nieuwe

formulieren, deze nieuwe liturgie en geheel deze nieuwe ritus in alle

kerken en kloosters van het gansche land ingevoerd. De kerk van Nikon

was van nu voortaan de officiëele Staatskerk.

De meerderheid des volks en der geestelijkheid bleef evenwel aan de

overgeleverde liturgie getrouw, en verzette zich standvastig tegen alle

nieuwigheden. Dit was vooral het geval op het platte land, en met name

in de noordelijke provinciën, waar de invloed van het hof zich maar

weinig deed gelden. Ook de kloosters boden aanvankelijk tegenstand, en

vooral het groote klooster in de Witte-zee. Toen de nieuwe formulieren

van Nikon te Solowetsk bekend werden, waren de broederen eenstemmig

in hun besluit om ze te verwerpen. De archimandriet alleen, die

zich door zijn officiëel karakter gebonden achtte, koos partij voor

den patriarch en den tsaar; maar de broeders zetten hun onwilligen

archimandriet in eene boot, en voerden hem naar Kèm. Daarop riepen

zij het kapittel te zamen, en kozen twee uit hun midden, Azaria en

Gerontius, wien zij de leiding van de huishoudelijke aangelegenheden

des kloosters opdroegen. Al de Kozakken in het fort voegden zich

bij hen; en bijgestaan door de bewoners der nabijgelegen kust, die

met hen eenstemmig dachten, volhardden de monniken van Solowetsk,

gedurende meer dan tien jaren, in hun gewapend verzet tegen de

officiëele kerk. Alleen het verraad bracht hen eindelijk ten onder. De

orthodoxe schrijvers, die deze gebeurtenissen verhalen, verzekeren dat

de belegeraars, toen zij zich eindelijk van Solowetsk meester maakten,

stiptelijk de wetten van den oorlog in acht nemen. Alleen diegenen, die

met de wapens in de hand gegrepen werden, werden terdoodgebracht; de

anderen werden in vergelegen kloosters overgeplaatst, waar zij bleven,

tot zij zich aan het wettig gezag onderworpen hadden. Maar de visschers

en landlieden langs de kusten der IJszee bezitten nog oude boeken,

waarin de zaak eenigszins anders wordt voorgesteld. Een oude landman

haalde eens zulk een boek uit een verborgen put onder den vloer zijner

keuken te voorschijn, en wees mij een passage in rooden en zwarten

inkt, waar te lezen stond dat al de monniken in het weerspannige

klooster tot den laatsten man om het leven werden gebracht.

De zegepraal der belegeraars was voor de natie een groot verlies. Deze

overwinning verdeelde de russische kerk in twee vijandige partijen,

en de treurige triomf van Nikon heeft waarschijnlijk nog niet

al zijne vruchten gedragen. Sinds dien noodlottigen dag staat

de eene helft van het volk in vijandschap tegenover de andere;

de staatsgodsdienst is in de oogen van millioenen eene gruwelijke

ketterij, en de gemeenschappelijke souverein het opperhoofd eener

vervolgzieke synode van monniken. Ook in andere opzichten droeg Nikons

werk zeer wrange vruchten. De russische kerk werd van hare vrijheid,

en daarmede van hare levenskracht, beroofd; al zeer spoedig loste zij

zich op in den staat, en verving het wereldlijk gezag de plaats der

kerkelijke overheid. Nauwelijks was Nikon ten grave gedaald, of het

patriarchaat werd afgeschaft; de keizer trad op als het wettig hoofd

der kerk, die welhaast niets meer was dan eene staatsinstelling, een

deel der regeeringsmachinerie. Het ideaal, waarnaar het absolutisme

altijd heeft gestreefd, en waarnaar het in onze dagen met vernieuwden

ijver streeft: de vereeniging van geestelijk en wereldlijk gezag

in ééne hand, de volstrekte onderwerping der kerk aan den staat,

onder welke schoonschijnende, huichelachtige leuzen ook aanvankelijk

vermomd;--dit ideaal werd in Rusland bijna bereikt. Met welk gevolg,

weet ieder, die de russische maatschappij van nabij heeft gadegeslagen;

en wij zouden wel wenschen, dat zij die zich in oprechtheid vrienden

der vrijheid wanen, en, de beteekenis van den strijd onzer dagen niet

doorziende, partij kiezen voor den staat tegen de kerk, een weinig

meer acht gaven op de les, die hier zoo duidelijk voor ieder spreekt.

De orthodoxe kerk is sedert eene staatskerk, in den slechtsten zin

des woords, geworden: zij heerscht over de gewetens, breidt hare

grenzen uit en verdrukt de dissidenten, bij dit alles geholpen en

gesteund door den wereldlijken arm. Heerschzuchtig en onverdraagzaam,

verbiedt zij de lezing van den bijbel, het zelfstandig onderzoek,

de vrijheid der gedachte, zonder zelf eenig teeken van leven of

ontwikkeling te geven. De oud-geloovigen op hun beurt ondervinden

evenzeer de nadeelige gevolgen der afscheiding: niet enkel door de

vervolgingen, waaraan hunne "onbekeerlijkheid" hen steeds blootstelt,

maar nog meer door de afzondering, waarin zij noodwendig geplaatst

zijn. Door dit isolement toch werden zij er van zelf toe gebracht,

hunne goede eigenschappen te overdrijven, en een buitensporig gewicht

te hechten aan oude gebruiken en oude formulieren. Zij leven in eene

eigenaardige verouderde wereld, vreemd aan de begrippen, de denkbeelden

en behoeften van den nieuweren tijd, dien zij niet begrijpen, en

daarom ook niet waardeeren of liefhebben. Volgens hunne strenge

eenzijdige begrippen, begon de heerschappij van den antichrist met

Nikon: sedert dien tijd draagt alles wat in het land geschiedt den

stempel van onwaarheid en ontrouw.

Evenals de jood en de muzelman, zoo is ook de oud-geloovige, althans

een van de strenge richting, dadelijk op het eerste gezicht kenbaar. Ik

stond eens met een mijner russische bekenden op de binnenplaats van een

posthuis, waar eenige pelgrims bezig waren met eten en drinken. "Zie

dien man daar" zeide mijn vriend, "dat is een oud-geloovige."

"Waaraan ziet ge dat?"

"Zie maar, hoe hij met verachtelijk schouderophalen de aardappelen

uit zijn schotel wegwerpt. Dat is een teeken. Ook gebruikt hij geen

suiker bij zijn thee; een tweede teeken. Hoogstwaarschijnlijk zal

hij ook niet rooken."

"Zijn dat dan alle kenmerken van een oud-geloovige?"

"Ja; althans in deze noordelijke streken. Te Moskou, Nishny en Kazan

is men minder nauwgezet--vooral wat het drinken en rooken betreft;

de kozakken van den Don zijn op die punten nog ruimer van geweten."

"Zijn die kozakken ook oud-geloovigen?"

"Bijna allen; maar onder de regeering van Nicolaas werden geen

pogingen gespaard om hen te bekeeren; en aangezien deze kozakken

aan de krijgswet onderworpen zijn, stonden hun officieren allerlei

middelen ten dienste om hen te dwingen zich aan den wil des keizers te

onderwerpen. De hetmans schikten zich naar het geloof van den tsaar;

van de minderen lieten er velen zich overhalen om eene officiëele

mis bij te wonen. Maar de meerderheid bleef onverzettelijk, en

menige fiksche jonkman uit het land aan den Don is naar den Kaukasus

uitgeweken, liever dan zijn voorvaderlijk geloof te verloochenen. Ook

bij de kozakken moet ge u niet, door den schijn laten bedriegen:

want ondanks de ijverige pogingen van popen en politiedienaren, is de

grootste helft der kozakken aan hunne oude liturgie getrouw gebleven;

en de vrees van hen, door te sterke pressie, tot verzet te prikkelen,

heeft in den laatsten tijd de regeering bewogen, meer verdraagzaamheid

in acht te nemen."

Het Vrije Rusland De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 25 / 48 题