DE WITTE-ZEE.

Wij varen om kaap Intzy, en laten achter ons de nauwe zeeëngten,

die Lapland van het land der Samojeden scheiden: de Witte-zee opent

zich voor ons.

Deze zee, ruim tweemaal zoo groot als het uitgestrektste meer der

Vereenigde Staten, het Lake Superior, herinnert door hare gedaante

eenigermate aan het meer van Como: ten noordwesten dringt zij met

eene smalle baai, de golf van Kandalask, diep in Lapland door; ten

zuiden splitst zij zich wederom in twee baaien, door eene breede

zandvlakte gescheiden, waarvan de armzalige bewoners van visscherij

en zeehondenvangst leven. Naar de rivieren, die zich in deze baaien

uitstorten, voert de eene den naam van golf van Onega, de andere

dien van golf van Dwina of van Archangel: welke laatste naam meer

algemeen is. Aan de monden dezer rivieren liggen de beide koopsteden

Onega en Archangel.

De Witte-zee is over het algemeen zeer diep: aan den ingang schat

men de diepte op tachtig vademen; nabij de golf van Kandalask wijst

het peillood niet minder dan honderd-zestig vademen aan; toch is

het strand doorgaans noch hoog, noch steil. De golf van Onega is met

rotsen en eilanden bezaaid, waarvan de meesten echter niet veel meer

zijn dan zandbanken, die haar ontstaan danken aan het slib, dat de

golven van de vlakten van Kargopol medevoeren. Aan den ingang der

golf, tusschen kaap Orlow en de stad Kem, ligt eene groep van meer

belangrijke eilanden, zooals Solowetsk Anzersk, Moksalma en anderen,

aan wier namen zich veelvuldige legenden en herinneringen uit de

vroegere en latere geschiedenis van Rusland hechten.

Solowetsk, het aanzienlijkste eiland van dezen kleinen archipel, boogt

op zijn beroemd klooster, nog geheel vervuld met de herinnering aan

Sint-Servatius en Sint-Zosimus; zijne muren herbergden ook eenmaal

den heiligen Filippus. Dit klooster bezit hoogvereerde relieken,

waaraan monarchen en bedelaars om strijd hulde komen bewijzen; in zijne

ruime gangen en hoven dwaalt het ontzaggelijke spooksel om, waarvan

de gedachte alleen den kozak in zijne tent, en den kabeljauwvisscher

in zijne schuit, eene siddering door de leden jaagt. Dit klooster was

het tooneel van een aantal merkwaardige gebeurtenissen, en zelfs van

wonderen, door de poëzie en de schilderkunst verheerlijkt.

Nabij den mond van de Dwina verheft zich de voor korten tijd gebouwde

vuurtoren, die tachtig voet boven de zee oprijst; maar de nevel

is meestal zoo dicht, dat het bijkans onmogelijk is den toren te

zien. Wij krijgen hier een loods aan boord; zijn gelaat, door zware

lokken omgolfd, drukt zachtheid en geduldige lijdzaamheid uit. Op

een nederigen, half vreesachtigen toon, als duchtte hij dat zijn

raad kwalijk zou worden opgenomen en hij zelf mishandeld, deelde hij

ons mede, dat het aan den mond der rivier laag water was, en dat wij

verplicht zouden zijn den vloed af te wachten.

"Wachten!" roept onze kapitein; "neen, dat nooit! Help ons liever

een handje, dan zullen wij er wel doorkomen."

Juist breekt de zon door de nevelen heen; maar de zwarte wolken

hangen laag en dreigend; ieder gevoelt dat een stormvlaag op handen

is. Dicht bij den mond liggen twee booten, de Thera en de Olga, die

als beschonkenen heen en weder slingeren; toch geeft de russische

loods glimlachend toe; de machine werkt met halve kracht, en wij

stevenen naar de rij van zwarte en witte bakens, die voor ons op de

golven dobberen. Weldra laten wij de Thera en de Olga achter ons, die,

terwijl wij voorbij stoomen, nog heviger slingeren en schudden, en

waarvan de zeilen rusteloos beven, als een door de koorts gefolterde

kranke. Een half uur later varen wij tusschen de tonnen door: wij

zijn in de buitenhaven.

Evenals de meeste groote rivieren, heeft ook de Dwina aan haar mond een

delta van eilandjes en banken gevormd, waartusschen hare wateren naar

zee vloeien. Geen enkel dezer kanalen kan aanspraak maken op den naam

van eigenlijken hoofdtak der rivier; want de Dwina, nog grilliger dan

de zee, is aan voortdurende veranderingen onderhevig. Een stoomboot,

die in Augustus door een breeden arm naar zee is gestevend, zal,

in Juni van het volgende jaar terugkomende, dien weg soms bijkans

gesloten vinden en een anderen doortocht moeten zoeken. Volgens oude

kaarten bevond zich de voornaamste monding niet ver van het klooster

Sint-Nikolaas; later had zij zich nabij het eiland Rosa verplaatst;

eindelijk liep zij voorbij de batterijen van het fort Dwina. Maar

twee zomers achtereen woedden er geweldige stormen in de poolzeeën,

die den loop der stroomen en de ligging der banken veranderden:

de bestaande riviermond werd verstopt. De haven-politie zag de ramp

aan--en bleef werkeloos. Wat kon zij ook doen? dit geval was in hare

instructie niet voorzien. Misschien zou Archangel voor immer van

zijne gemeenschap met de zee, waaraan het zijn welvaart dankt, zijn

verstoken geworden, indien niet een deensch koopman aan de vreemde

handelshuizen had voorgesteld, een stoomboot te huren, en te beproeven

of er voor hunne schepen geen andere weg naar zee te vinden was. "Het

water in de rivier zakt, zeide hij: dus moet het zich een doortocht

naar zee hebben gebaand. Laat ons dien opzoeken." De noodige gelden

werden bijeengebracht; de boot voer de rivier af, en bracht de blijde

tijding, dat in een der armen, dien van Maimaks, voldoende diepte

werd aangetroffen om de grootste schepen te kunnen doorlaten. Zoo

scheen dan het bezwaar opgeheven, de gemeenschap tusschen de stad

en de zee was weder hersteld, en de inwoners verheugden zich reeds

over de gewichtige dienst, aan hun handel bewezen. Maar zij hadden

buiten den waard, dat is buiten de havendirectie gerekend. Nog nooit

was een schip van Archangel door dien rivierarm naar zee gegaan;

voor dien waterweg was geen reglement vastgesteld; en de politie kon

toch niet toelaten, dat een schip, zonder reglement, langs dien weg

uitliep! Vergeefs waren alle verzoeken en protesten der kooplieden:

de politie was onverbiddelijk; de scheepvaart stond stil; de rijk

geladen schepen konden in de haven blijven liggen, omdat in de

reglementen geen melding werd gemaakt van dien nieuwen mond.

Men richtte een adres aan den gouverneur van Archangel, prins Gagarin:

maar hoewel hij hartelijk lachte om de bespottelijke bekrompenheid

der havendirectie, liet hij toch de zaak zooals zij was: ook hij had

omtrent dit punt geene instructie, en zijn persoonlijk belang was

er niet bij betrokken. De directeur der douane, Gospadin Sredine,

wilde er, zoo mogelijk, een eind aan maken, en bood aan, op eigen

gezag, voor den nieuwen waterweg ontvangers te benoemen en kantoren

te vestigen; maar de politie was..... de politie. Eindelijk, nadat

eenige weken met dit gehaspel vermorst waren, zonden de kooplieden en

reeders een smeekschrift naar Petersburg, en zoo kwam de zaak Keizer

Alexander ter oore. Deze maakte er dadelijk een einde aan, zeggende:

"Het spreekt van zelf, dat de schepen een nieuwen weg naar zee moeten

volgen, als de oude onbruikbaar is geworden."

De Witte-zee zou bijna den naam van de moorddadige verdienen: zij

is een groot graf. Zelfs de lieden, voor wie stormen en schipbreuken

zich oplossen in eene reeks cijfers en vergelijkende tabellen--zooveel

schepen door de ijsschotsen verbrijzeld, zooveel gezonken, zooveel

menschen verongelukt of vermist, dat is zooveel percent van het geheel;

zelfs de statistici, voor wie de menschen geene andere bestemming

schijnen te hebben dan om in kabbalistische tabellen en vervelende

rapporten te figureeren; zelfs zij zouden wellicht nog een ander

gevoel niet geheel kunnen onderdrukken, wanneer de sombere geschiedenis

dezer akelige zee voor hen werd ontrold. Wat vreeselijke worstelingen,

wat zielverscheurende angsten en smarten heeft zij niet aanschouwd;

welke onuitsprekelijke klachten en jammerkreten hebben daar niet

weerklonken over die doodsche, grauwe wateren, door dien duisteren

nevelsluier, als eene lijkwade over de golven verspreid: klachten

en jammerkreten, door geen menschelijk oor vernomen, wegstervende

in het loeien van den storm, het brullen der golven, het donderend

kraken der ijsbergen! Eenige jaren geleden, waren meer dan honderd

schepen op eenmaal in het ijs geklemd: schepen van allerlei afmeting

en soort, en van verschillende landen afkomstig: zweedsche, deensche,

hollandsche, engelsche. De engelsche consul te Archangel, van den

toestand onderricht, telegrafeerde om hulp naar Engeland. Weinige

dagen later, den 12den Juli, vertrokken twee stoombooten van Londen,

om de ingesloten schepen en hunne bemanning te redden. Veertien

dagen na haar vertrek, verschenen de beide booten in de Witte-zee,

en begonnen zij haar zwaren en moeilijken arbeid.

De talrijke vloot was de havens van de Dwina uitgezeild, zoodra de

tijding was gekomen dat het ijs in de golf begon te smelten; maar toen

de schepen den zoogenaamden Gorgel--het kanaal dat de Witte-zee met

de Poolzee verbindt--waren binnengeloopen, keerde de wind plotseling

van het noorden naar het zuiden; in een oogenblik zagen de schepen

zich nu van alle zijden omringd en ingesloten door ijsschotsen, die

met geweld tegen elkander botsten. Met groote moeite en de uiterste

voorzichtigheid bereikte de vloot, zonder hinder, kaap Kanin; maar

nu strekte zich voor haar eene hooge en zware ijsmassa uit; het was

volstrekt onmogelijk, verder door te dringen: de schepen kraakten en

zuchtten en trilden bij den herhaalden schok der drijvende schotsen

en ijsbergen. Tot overmaat van ramp, draaide de wind weder naar

het noorden, en dreef nu drie dagen achtereen de ijsschotsen naar de

zee-engten; de schepen werden achteruit geworpen, en de doortocht naar

de open zee hun geheel versperd. Vruchteloos worstelden zij tegen

den geweldigen stroom, die hen naar de rotsige kusten van Lapland

heenvoerde, waar zij weldra door een onverbreekbaren muur van ijs

waren ingesloten.

Nu werd de akelige stilte dezer doodsche wateren telkens afgebroken

door het luide gekraak der schepen, wier kiel tusschen de opdringende

schotsen verbrijzeld werd, als een glas tusschen de vuist van een

reus. Ging een schip te gronde, dan sprongen de matrozen op het ijs, en

redden zich aan boord van het naastbij gelegen vaartuig: misschien om

eenige uren later nogmaals te verhuizen. Soms leden dezelfde matrozen,

op eenen dag, vijf of zesmaal schipbreuk, wanneer de bodems, waarop

zij eene toevlucht hadden gezocht, plotseling onder hunne voeten

wegzonken.--Toen de twee stoombooten hare taak hadden volbracht,

werd de volgende opgave aan het ministerie van koophandel gezonden:

"Het getal schepen, die door de bemanning moesten verlaten worden,

bedroeg vier-en-zestig; veertien schepen waren gered; de vijftig

anderen waren gezonken. Onder deze laatsten waren er achttien, in

Engeland gebouwd en door Engelschen bemand."

Het Vrije Rusland De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 5 / 48 题