HET VRIJE RUSLAND.

De schetsen, die wij onzen lezers onder dezen titel aanbieden, zijn

ontleend aan het voor een paar jaren verschenen boek van den met lof

bekenden engelschen schrijver, William Hepworth Dixon, Free Russia,

het vrije Rusland, genaamd: welk werk door het beschaafde publiek

in Engeland en ook elders met grooten en welverdienden bijval is

ontvangen. De titel mag eenigszins zonderling schijnen: hooren wij

wat de schrijver zelf aanvoert om deze zijne keuze te rechtvaardigen.

"Swobodnaya Rossia (het vrije Rusland)--zoo zegt hij--is eene

uitdrukking, die in geheel dat groote land leeft in aller mond;

deze twee woorden geven het karakter aan en drukken tevens de hoop

uit van het nieuwe rijk, dat tijdens den Krimoorlog in het leven

is getreden. In vroeger tijd was ook Rusland vrij, niet minder dan

Duitschland en Frankrijk. Later werd het overstroomd door aziatische

horden; en sedert dien tijd handhaafde zich het tartaarsche element,

indien al niet in het wezen, dan toch wel in den vorm, tot aan den

oorlog van 1853; maar sedert den uitgang dier worsteling onderging het

oude Rusland eene herschepping. Deze nieuwe natie, die het behoud van

den vrede wenscht, en die vrij wil zijn:--deze is het, die ik vooral

gepoogd heb te schilderen."

Het behoeft nauwelijks herinnering, dat de engelsche schrijver met

het feit, hetwelk zoo noodlottige gevolgen heeft na zich gesleept,

en aan de vrijheid van Rusland een einde gemaakt, den inval der

Mongolen bedoelt, die omstreeks de helft der dertiende eeuw het

grootste gedeelte van het toenmalige russische rijk veroverden, en

aan zich onderwierpen. Deze tartaarsche heerschappij duurde ruim twee

eeuwen, en heeft zeer zeker in het russische volkskarakter, en vooral

in de maatschappelijke en staatkundige instellingen, zeer diepe sporen

achtergelaten. Uit dien tijd dagteekent, bijvoorbeeld, de invoering

der lijfeigenschap; evenzoo is het aan geen twijfel onderhevig, of

deze mongoolsche overheersching heeft aan geheel het leven van den

russisch-slavischen volksstam dat eigenaardig oostersch, aziatisch

karakter gegeven, dat Peter de Groote met forsch geweld heeft gepoogd

uit te roeien, maar dat toch ook nu nog eene zoo scherpe lijn trekt

tusschen Rusland en de volkeren van westelijk Europa. Volgens onzen

schrijver zou nu de Krimoorlog, in zijne gevolgen, den machtigen stoot

hebben gegeven, die het in aziatische barbaarschheid half verzonken

russische rijk weder tot nieuw en hooger leven heeft opgewekt. Wat

hiervan moge zijn, volgaarne luisteren wij naar de altijd belangrijke

mededeelingen van den heer Hepworth Dixon: bovenal waar het een land

geldt, dat, zoo ons niet alles bedriegt, geroepen is, binnen een niet

te lang tijdsverloop, eene groote, wellicht voor eeuwen beslissende

rol in de wereldgeschiedenis te spelen.

Het Vrije Rusland De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 1 / 48 题