TSJE ARIS

Toen ik alweer bijna een jaar in Europa terug was, kreeg ik het

volgende briefje van Aris in het Maleisch, maar met Latijnsche letters

geschreven, zoodat ik het zelf, hoewel met wat moeite, lezen kon:

Op Siameeschen bodem den .... November 19....

Goeden dag, o Heer, en wees gegroet door uw trouwen dienaar Aris.

Heer,

Zoojuist, toen uw brief in het land Siam aankwam, regende het wat

minder dan eerst, maar de prijs van de ongepelde rijst is toch

wat lager dan vroeger, omdat de Groote Koning van Siam niet meer

veroorlooft, dat de rijst van het land Siam naar andere landen

uitgevoerd wordt, en ik, uw dienaar, o heer, heb dit jaar den tijd

gebruikt om mijn rijstvelden in orde te maken, en ik heb wee span

ossen gekocht en een nieuw huis gekocht, en daar ik, uw dienaar,

hoop, dat gij, heer, op Siameeschen grond terugkomt, ben ik niet in

iemands dienst getreden.

Niet waar, heer, gij zult zeker terugkomen, en ik heb er op gewacht,

want gij zijt goed, heer, en ik herinner mij en vereer steeds de

wijsheid van mijn heer, die reeds vleesch en bloed wordt in uw dienaar.

Een andere blanke heeft mij, uw dienaar, reeds geroepen en bevolen,

hem uw geheimen en vondsten in het oerwoud te verraden. Hij zal mij

hetzelfde loon geven als gij, maar ik wil het niet, want ik wacht tot

gij, o heer, terugkomt, en wijl uw hulp tegenover mij, uw dienaar,

zoo goed was, en ik u dit nooit kan vergelden, hoop ik, dat Allah,

God de Heer, u geluk zal geven, dat groot is, gelijk hij het mij

gaf van toen ik nog geen vrouw had tot nu, dat ik een vrouw bezit en

rijstvelden en een eigen huis,

en misschien drie of vier maanden na dezen brief zal ik een zoon

hebben.

In het rijk van Siameezen en Maleiers · 第 50 / 68 题