Pet is koning.
Zijn huis staat minder scheef dan al de andere in het dorp en is het
gebruikelijke pied-à-terre voor de reizigers.
Ik heb er drie nachten gewoond.
In de bruine pracht van een strak-spannenden buik weerspiegelt zich
Pet's majesteit. Wie met hem spreekt, kruipt vrijwillig, en ik heb
nooit kunnen vergeten------Pet verstaat de kunst om twee vrouwen in
eendracht naast elkander te----voeden.------------
Pet's huis heeft een ruime benedenverdieping, welker eenig meubilair
uit het algemeene betelkauw-gerei alsmede de door het gebruik rood
geworden kwispedoor bestaat. Behalve dit bevinden zich daar in twee
schuinloopende hoeken nog twee britjes, net tingeltangeltooneeltjes
in een zevenderangsch werkliedenkroeg----
En voor mij zijn dat werkelijke, echte tooneelen zooals in een
schouwburg, links in een hoek, rechts in een hoek----
Dat zijn de plekjes, waar Pet's vrouwen den dag door-kauwen.
Ieder à drie tot vier kinderen.
Juist nu, terwijl ik daar zoo op mijn pakje beddegoed neerzit, kruipt
de eene op handen en voeten den harden leemen grond opdweilend rond,
zoodat ik onwillekeurig moet denken "geit"! en de andere lacht me
verleidelijk toe--!
Maar Pet, die dubbel rijke----arme, werpt een langen blik naar mijn
whiskeyflesch.----