Voor den Aziaat is het smeulende heden iets heerlijks--en toch heeft
hij de toekomst voor zich.----
De homo sapiens daarentegen weet (of durft) met zijn heden niets
bepaalds te beginnen, doch offert aan de toekomst, die hij meestal in
het geheel niet heeft, de verschillende onaangenaamheden des levens,
tot hij door kommer en verdriet [3] gebukt aan het graf staat.----