IV.

Verhouding der Communisten tot de verschillende oppositiepartijen.

In verband met Hoofdstuk II spreekt nu de verhouding der communisten

tot de reeds opgerichte arbeiderspartijen van zelf, dat wil dus zeggen

hun verhouding tot de Chartisten in Engeland en de landbouwhervormers

in Noord-Amerika.

Zij strijden voor de bereiking der naastbijliggende doeleinden en

belangen der arbeidersklasse, maar zij vertegenwoordigen in de

tegenwoordige beweging tegelijk de toekomst der beweging. In Frankrijk

sluiten de communisten zich bij de socialistisch-democratische[7]

partij aan tegen de conservatieve en radicale bourgeoisie, zonder

daarom het recht op te geven, critiek uit te oefenen op de uit de

revolutionaire traditie afkomstige frases en illusies.

[7] De toenmaals socialistisch-demokratisch zich noemende partij in

Frankrijk was de door Ledru-Rollin staatkundig, en door Louis Blanc

letterkundig vertegenwoordigde; zij verschilde dus hemelsbreed van de

huidige duitsche sociaal-democratie.

(Noot van den vierden druk.)

In Zwitserland ondersteunen zij de radicalen, zonder te miskennen,

dat deze partij uit tegenstrijdige elementen bestaat, deels uit

democratische socialisten in franschen zin, deels uit radicale

bourgeois.

Onder de Polen ondersteunen de communisten de partij, die een

agrarische revolutie tot voorwaarde maakt voor de nationale bevrijding,

dezelfde partij, die den Krakauer opstand van 1846 in het leven riep.

In Duitschland strijdt de communistische partij, zoodra de bourgeoisie

revolutionair optreedt, gemeenschappelijk met de bourgeoisie tegen de

absolute monarchie, het feodale grondeigendom, en de kleine burgerij.

Zij laat evenwel geen oogenblik na bij de arbeiders een zoo klaar

mogelijk bewustzijn op te wekken over de vijandelijke tegenstelling

tusschen bourgeoisie en proletariaat, opdat de Duitsche arbeiders

terstond de maatschappelijke en politieke veranderingen, die de

bourgeoisie met hare heerschappij aanbrengen moet, als even zoo vele

wapens tegen de bourgeoisie kunnen keeren, opdat na de omverwerping

der reactionaire klassen in Duitschland, dadelijk de strijd tegen de

bourgeoisie zelve begint.

Op Duitschland richten de communisten voornamelijk hunne

opmerkzaamheid, omdat Duitschland aan den vooravond eener burgerlijke

revolutie staat, en omdat het deze omwenteling onder verder gevorderde

omstandigheden der Europeesche beschaving in het algemeen, en met een

veel verder ontwikkeld proletariaat uitvoert, dan Engeland in de 17e en

Frankrijk in de 18e eeuw; de Duitsche burgerlijke revolutie dus slechts

het onmiddellijke voorspel eener proletarische revolutie zijn kan.

Met één woord, de communisten ondersteunen overal iedere revolutionaire

beweging tegen de bestaande maatschappelijke en staatkundige toestanden.

In al deze bewegingen brengen zij het eigendomsvraagstuk welken meer

of minder ontwikkelden vorm het ook moge aangenomen hebben, als het

hoofdvraagstuk der beweging op den voorgrond.

De communisten werken eindelijk overal aan de onderlinge verbinding en

verstandhouding der democratische partijen aller landen.

De communisten versmaden het, hun overtuiging en hun bedoelingen te

verheimelijken. Zij verklaren het openlijk, dat hun doel slechts

bereikt kan worden door de gewelddadige omverwerping van alle tot nu

toe heerschende maatschappelijke orde. Dat de heerschende klassen

sidderen voor eene communistische omwenteling. De proletariërs hebben

bij haar niets te verliezen dan hunne ketenen. Zij hebben een wereld te

winnen.

~Proletariërs aller landen, vereenigt u!~

=In den Brochurenhandel der S. D. A. P.,

KEIZERSGRACHT 378 = AMSTERDAM,

zijn o.m. de volgende Brochures verkrijgbaar:=

H. GORTER. =De Grondslagen der Sociaal-Democratie= Prijs

f0.10, fr. p. p. f0.14.

H. GORTER. =Sociaal-Democratie en Anarchisme.= Prijs

f0.06 fr. p. p. f0.09.

J. H. SCHAPER. =De Sociaal-Democratie en wat er van gezegd

wordt.= Prijs f0,07⁵ fr p. p. f0,10⁵.

W. H. VLIEGEN. =Arbeiderspensioneering.= Prijs f0.05. fr.

p. p. f0.07.

P. L. TROELSTRA. =Sociaal-Christendom.= Over de verhouding van

Christendom en Socialisme. Prijs f0.05 fr.

p. p. f0.07.

ADOLF BRAUN. =Op voor den Achturendag!= Prijs f0.07⁵, fr.

p. p. f0.05⁵.

H. SPIEKMAN. =De onafhankelijke Vakbeweging en de

S. D. A. P.= Prijs f0.03 fr. p. p. f0.05.

S. K. BAKKER. =Naast het Kruis de Roode Vaan!= Prijs f0.07

Predikant te Bolsward. fr. p. p. f0.08.

KARL MARX en =Het Communistisch Manifest=. Vertaling van

FRIEDRICH ENGELS. H. GORTER Prijs f0.20, fr. p. p. f0.24.

A. DIJKGRAAF. =Liberale Zegeningen en Sociale Nooden.=

Prijs f0.05 fr. p. p. f0.07.

J. E. W. DUIJS =Theorie en praktijk der Liberalen en

Vrijzinnig-Democraten.= Prijs f0.05 fr. p. p.

f0.08.

J. H. SCH. =Hoe woont gij?= Prijs f0.02, fr. p. p.

f0.03.

J. H. SCH. =Van Zomerweelde en Wintertijd.= Prijs f0.02

fr. p. p. f0.03.

=Waarom wij het Kiesrecht willen.= Prijs

f0.03 fr. p. p. f0.05.

KARL KAUTSKY =De Sociaal-Democratie en de Katholieke

Kerk.= Prijs f0.10 fr. p. p. f0.13.

KARL KAUTSKY =Bernstein en het Sociaaldemocratisch

Program.= Prijs f0.60 fr. p. p. f0.70.

PAUL PFLUGER =Vrijheid en Gelijkheid.= Prijs f0.03, fr.

p. p. f0.04.

=HET VOLK= =DAGBLAD v/d ARBEIDERSPARTIJ=

=10 cent per week, f1.30 per kwartaal=

=MET POLITIEK-SATIRIEK WEEKBLAD= [Illustratie]

=De Notenkraker= =15 cent per week, f 1.95 per kwartaal=

Het communistisch manifest · 第 21 / 24 题