7. Vermeerdering der nationale fabrieken, der productiemiddelen,
ontginning en verbetering der landerijen naar een gemeenschappelijk
plan.
8. Gelijke dwang tot arbeid voor allen, oprichting van industrieele
legers, vooral voor den landbouw.
9. Vereeniging van landbouw- en industriebedrijf, heensturen naar
geleidelijke opheffing van het onderscheid tusschen stad en land.
10. Openbare en kostelooze opvoeding aller kinderen. Afschaffing van
den kinderarbeid in fabrieken in zijn huidigen vorm. Verbinding van de
opvoeding met de stoffelijke productie enz.
Zijn in den loop der ontwikkeling de klasse-verschillen verdwenen en is
alle productie in handen der geassocieerde individuen geconcentreerd,
dan verliest de openbare macht haar politiek karakter. De politieke
macht in eigenlijken zin is de georganiseerde macht van eene klasse
tot onderdrukking eener andere. Wanneer het proletariaat in den strijd
tegen de bourgeoisie zich noodzakelijk tot klasse vereenigt, door een
omwenteling zich tot de heerschende klasse maakt en als heerschende
klasse met geweld de oude productieverhoudingen de bestaansvoorwaarden
der klassetegenstelling, de klassen in het algemeen en daarmee zijn
eigen heerschappij als klasse op.
In de plaats der oude burgerlijke maatschappij met hare klassen
en klassen-tegenstellingen treedt een associatie, waarin de vrije
ontwikkeling van een ieder de voorwaarde voor de vrije ontwikkeling van
allen is.