1 Een soort, in Vlaanderen aldus geheeten leeuwerikjes.

't Is in de wei....

De wijde vlakte, eentonig-groen, van een oud, treurig, als het ware

versleten vaalgroen, is in 't verschiet bezoomd door eene lage, donkere

woudenlijn. De lucht is grijs en koud, zwanger van killen regen. De

wind, ofschoon niet sterk, blaast snijdend.

Schuins voor mij, enkele roeden beneden den dijk, die dwars door de

weiden heen loopt, staat een soort strooien hutje. 't Is zelfs nog

minder dan een hutje, 't is niets dan een armzalig schuilplekje, gemaakt

met wat stroo en wat stokken, gesloten langs den kant van waar de wind

komt, in afdak open langs den anderen kant.

Daaronder, neergehurkt op oude balen, bevinden zich twee personen. De

een, een jongeling van ongeveer vijf en twintig, zit op de knieën neer

en houdt in zijne hand een touw, vastgemaakt aan iets langs en grauws,

ginds, een twintigtal passen verder, in de wei. De andere, een

twaalfjarige knaap, ligt halvelings tegen den strooien zijwand van het

hutje aangeleund en kijkt vorschend in de grijze lucht.

Belangstellend, een weinig geïntrigeerd, in opgewekte nieuwsgierigheid,

blijf ik even op den dijk stilstaan.

Uit Vlaanderen · 第 16 / 40 题