Labadie, J. de, Over de Kerk IV, 21.
Leibniz, Over de wonderen I, 292;
over de aangeboren begrippen II, 30v.;
over deze wereld als de beste II, 213.
Leidenroth, Zijn afleiding van het woord religie I, 171.
Lessing, Over de Heilige Schrift I, 374, 382.
Lessius, Over de inspiratie I, 312.
Leydecker, Zijn indeeling der Dogm. I, 42.
Liguori, Alphonsus von I, 94.
Lipsius, Vergeleken met Ritschl I, 109;
zijn theologisch standpunt I, 455v.;
over de engelen II, 426.
Lombardus, Zijn Sententiae I, 33, 82.
Lugo, Over den grond van het geloof in de openbaring I, 488.
Luther, M. Zijn beteekenis voor de Theol. I, 98;
over de rede in religieuse dingen I, 222;
over de inspiratie I, 315;
over de praedestinatie II, 327;
over de verhouding van O. T. en N. T. III, 199;
over de twee naturen in Christus III, 244;
over boete en geloof III, 444v.;
over de Kerk IV, 14v.;
over de regeering der kerk IV, 108v.;
over de ambten in de kerk IV, 119, 128v.;
over de kenteekenen der kerk IV, 44;
over de private biecht IV, 153v.;
over natuur en genade I, 222v.; IV, 155v., 187;
over de Sacramenten IV, 221;
over den H. Doop IV, 264v.;
over het H. Avondmaal IV, 318.