Damascenus, Zijn Dogmatiek I, 32, 66.
Darby, J. Over de kerk IV, 22.
Darmesteter, J. Over de verhouding v. Parzisme en Judaisme II, 425.
Darwin, Over den oorspr. der religie I, 202;
zijn evolutietheorie II, 492v.
Delitzsch, Franz, Over het tusschenlichaam na d. dood IV, 391.
Delitzsch, Friedrich, Over de ligging van het Paradijs II, 506.
Dionysius, Areopagita (Pseudo), Zijn geschriften I, 66;
over de onbegrijpelijkheid Gods II, 7;
over den oorsprong der wereld II, 389;
over de hemelsche en kerkelijke hierarchie II, 432v.
Dippel, J. C. Over het werk van Christus III, 321.
Doedes, Zijn drieërlei Dogmatiek I, 11;
zijn scheiding van gelooven en weten I, 451;
zijn verdeeling v. d. eigenschappen Gods II, 89;
over den Doop IV, 276.
Dorner, Over de onveranderlijkheid Gods II, 122v.;
zijn christologie III, 252, 282.
Durand de St. Porciano, Zijn Nominalisme I, 84.