Toen in het begin der negende eeuw Lodewijk, de Vrome, zoon van Karel
den Groote, aan de oevers van den Rijn met zijn verdorven zoons om de
keizerskroon streed, werd in Koblenz, ter eere van den godsvruchtigen
Kastor, die in het land van de Moezel het christendom verbreid had,
een godshuis gebouwd. Aan een vertakking van den Rijn werd het van
vier torens voorziene gebedenhuis gebouwd.
Destijds verhief zich op het hoogste zuidwestelijke punt van Koblenz
het Frankische Koningshof, een voormalig Romeinsch kasteel, en
daarnaast een, aan den heiligen Kastor gewijd nonnenklooster. Hierin
heeft Riza, een dochter van Lodewijk den Vrome, die reeds vroegtijdig
afstand van de wereld deed, haar vroom leven gesleten. Elken dag ging
de koningsdochter aan de andere zijde van de rivier in de Kastorkerk
naar de mis. De Heer schiep zulk een groot welbehagen in Riza, dat
zij, evenals voorheen zijn discipel over het meer van Genezareth,
met droge voeten over den Rijn wandelde, om deel te nemen aan de
heilige offerande in de St. Kastorkerk.
Eens, zoo deelt de vrome sage verder mee, was de vloed door den
storm zeer woest. Voor het eerst was de jonkvrouw angstig, toen haar
voet de golven betreden zou. Uit voorzorg trok ze een stok uit een
nabijzijnden wijnberg en nam hem als staf mede op haar wandeling
over de waterstraat; maar evenals voorheen Petrus, zonk ook zij,
na eenige angstige schreden gedaan te hebben, in het water.
In haar doodsangst werd zij zich vol berouw haar gebrek aan vertrouwen
op God bewust. Zij slingerde den stok ver weg, hief de armen ten
hemel en vertrouwde zich aan de bescherming van den Allerhoogste
toe. Daar dook ze weer op uit de golven, en evenals vroeger bereikte
ze met droge voeten den tegenover gelegen oever. Sedert dien tijd
beijverde Riza, de heilige dochter van den vromen Lodewijk, zich meer
dan ooit in werken, die God welgevallig waren. Zij stierf tusschen
de kloostermuren en haar stoffelijk overschot werd naast dat van den
heiligen Kastor in zijn kerk bijgezet. Het marmeren monument van Riza,
die door het volk heilig verklaard is, kan men nog in de noordelijke
zijvleugel van de Kastorkerk te Koblenz zien.