II.

Weken waren verstreken.

Graaf Koenraad reed door het woud, dat tot zijn bezitting behoorde. In

gedachten verzonken--hij was niettegenstaande de verhoogde vroolijkheid

der drinkgelagen steeds treurig gestemd--had hij niet bemerkt, dat

een ridder met gesloten vizier hem tegemoet draafde. Verrast hield

hij hem aan en vroeg zijn naam en wat hij wenschte.

"Mijn wapenschild antwoordt u," zeide de ridder met een bijzondere

stem. "Maria's wreker ben ik, die u van laffe trouwbreuk beticht en

Gods oordeel over u en mij zal laten beslissen. Maak u gereed tot

den strijd." Deze trotsche uitdaging prikkelde den toorn van den

ridder zeer. De klank van de gedempte stem had hem zeer opgewonden,

het wapen van het schild behoorde tot het geslacht van zijn vroegere

verloofde. Het moest haar broeder zijn, die in het Morgenland

vertoefde, overlegde hij bij zich zelf, en gaarne had hij het

tweegevecht vermeden.

Maar reeds reed de tegenstander voor. Het was een korte strijd. De

zwakke arm van den vreemdeling was ongeoefend, door een forschen

stoot van ridder Bayer, die zich door zijn pantser heenboorde, zonk

hij zonder geluid te geven ter aarde. De overwinnaar snelde toe, om

den helm los te maken. Een kreet van ontzetting kwam over zijn lippen.

In de handen hield hij het hoofd zijner verlaten bruid, uit een

gapende wond vloeide bloed.

"Door uw hand zocht ik den dood, sedert uw trouw voor mij gestorven

is." Zij fluisterde dit met brekende stem, terwijl de wanhopige ridder

zich over de stervende heen boog.

Sedert dien dag was in het slot te Boppard de feestvreugde voor

altijd verstomd; stil werd het ook in het woud, waar vroeger dikwijls

jachthoorns en hondengeblaf weerklonken hadden. Op deze plaats in

het bosch heeft men een klooster gebouwd, Marienberg genaamd (nog

steeds draagt het dezen naam), en daaraan heeft ridder Koenraad Bayer,

de stichter, al zijn goederen vermaakt om zijn schuld te boeten. Hij

zelf is naar het Heilige Land gegaan, waar de vrome kruisvaarders met

de ongeloovigen vochten over het bezit van de Heilige plaatsen. Zonder

pantser heeft hij gevochten--men zegt, dat hij steeds opzettelijk het

strijdgewoel opzocht--en wonderen van dapperheid heeft hij in het

leger der kruisvaarders verricht. Daar trof hem, bij de bestorming

van Ptolomeus een vijandelijke lanssteek.

Hij stierf in het vertrouwen op God en met den naam van zijn

ongelukkige verloofde op de verbleekte lippen.

Sagen van den Rijn(#15163) · 第 65 / 114 题