De blinde schutter

Op het rotsnest Sooneck, viert Siebold, de vermetelste der roofachtige

arenden van den Rijn een losbandig feest. Op de rustbanken in

de staatsiezaal liggen lichtzinnige vrouwen met gekrulde haren en

geblankette wangen in de armen van dronken feestgenooten. En terwijl de

muzikanten speelden en gevulde wijnkannen het kostbare maal bespoelden,

sprak de burchtheer met een door den drank verhit gelaat en glimmende

dronkemansoogen aldus:

"Veeledele vrouwen (hier bulkten de wellustige drinkebroers het uit)

en veelvrouwige edelen! (brutaal gichelden de hetaeren.) Na spijs en

drank genoten te hebben, zou de gastheer u gaarne zooveel mogelijk

verstrooiing bezorgen. Ik zal u dus een gevreesd dier uit mijn kerker

doen aanschouwen."

Terwijl de vrouwen angstig in hun kussens wegdoken en de mannen

vol verwachting den spreker aanzagen, gingen de deuren der zaal

open. Door twee knechten geleid, schreed een man met verwaarloosde

haren en baard in een harig gevangenisgewaad over den drempel. Een

angstig gefluister deed zich onder de dischgenooten hooren, en aller

blikken vestigden zich op het gerimpeld gelaat, waarin men achter de

moe neergeslagen oogleden de ledige oogkassen ontwaardde. Weder begon

de burchtheer op overmoedigen toon: "Aanminnige vrouwen en ridderlijke

mannen! Eens was Hans Veit von Fürsteneck de beste schutter van den

geheelen Rijn. Met hem vocht ik in een hevigen strijd op leven en

dood. Hij dolf het onderspit."

"Zonder helm, met gespleten schild en gebroken zwaard lag ik, uit

dertien wonden bloedende, voor je en wachtte moedig den laatsten

lanssteek af," mompelde de gevangene met een stem, die uit een graf

scheen te komen. En angstig zwegen alle aanwezigen.

"Ik had te veel medelijden met hem om hem dood te steken," riep Siebold

von Sooneck lichtzinnig uit, "en daarom liet ik hem slechts de beide

oogen uitsteken en plaatste de beste schutter van den Rijn bij mijn

andere rariteiten."

"Mijn uitgestoken oogen zien je spotternij," sprak de gevangene streng.

"En toch heerscht er nog een ridderlijke geest op Sooneck," verklaarde

de burchtheer.

"Zoo hoor dan: mijn knechten hedden mij meegedeeld, dat gij, zelfs

blind zijnde, in staat zijt een uw opgegeven mikpunt met den pijl

te treffen. Indien gij hiervan het bewijs kunt leveren, dan is de

vrijheid uw loon." Donderende bijvalsbetuigingen der gasten begeleidden

deze woorden.

"De dood zou mij aangenamer zijn dan het leven," mompelde de

blinde. Toen verlangde hij, terwijl de uitdrukking van zijn gelaat

eensklaps veranderde, pijl en boog. In een hoek, tegen elkaar aan

gedrukt, sloegen de gasten zijn bewegingen gade.

De heer van Sooneck had een beker ter hand genomen en gelastte

den gevangene op het geluid af op dat voorwerp te schieten. Met

een zilveren klank valt in het volgend oogenblik een beker op den

grond. "Schiet op nu," klinkt Siebolds stem--en een pijl treft hem

doodelijk in den mond. Rochelend als een slachtdier zonk, de aan den

dood overgeleverde, ter aarde. Zwijgend en stil met de oogholten

gapend geopend, stond de blindgemaakte man daar, het verwilderde

hoofd op de onstuimig ademende borst gebogen. Als een zwerm opgejaagde

kraaien stoven de heeren en de bevallige vrouwen uit elkaar, en bij

het verstijfde lijk van Siebold van Sooneck prevelden de knechten en

edelknapen een stil gebed.

Sagen van den Rijn(#15163) · 第 38 / 114 题