De inwoners van Frankfort hadden al lang jacht op een slimmen
vogel gemaakt. Eindelijk werd hij gearresteerd en zou nu opgehangen
worden. Hij heette Hans Winkelmann en was een strooper, die in het
jachtgebied der stad erger huishield, dan tien van zijns gelijken. De
overheid had hem medegedeeld, dat hij aan de galg zou sterven, omdat
hij een van de gerechtsdienaren, die hem vervolgden, doodgeschoten
had, en de beul wachtte reeds naast de cel van den armen zondaar,
die in den toren zijn laatste uurtje mismoedig tegemoet zag. Bij het
aanbreken van den dag trad een vrome pater bij den gevangene binnen
en hield een gemoedelijke toespraak. Hans, die volstrekt geen berouw
had, ontving hem zeer norsch, daar hij zich als vrijschutter van geen
kwaad bewust was, en er toch niets aan doen kon, dat zijn kogels het
hart getroffen hadden, waar hij alleen van plan was, zijn vervolger
door een onschuldig schot in het been, onschadelijk te maken.
De Capucijner pater wees hem op zijn onchristelijke verstoktheid
en bracht hem onder het oog, dat iedereen, tot zelfs het kleinste
kind in Frankfort wist, dat Hans Winkelmann een goddelooze strooper
was, dat is iemand, die zijn ziel aan den duivel beloofd heeft,
die hem in ruil daarvoor verzekerd heeft, dat al zijn kogels
doodelijk treffen zouden. Heftig kwam de eerlijke strooper tegen
zulk een veronderstelling op, hij had het aan zich zelf te danken,
dat hij steeds trof, maar volstrekt niet aan den Satan. Ook voor de
rechters bood hij aan, elke gewenschte proef van zijn schutterskunst
af te leggen.
Eerst hoorde de pater hem met twijfel, maar later met overtuiging, aan.
"Welnu, geef mij als laatste gunstbewijs, mijn geweer en vergun mij,
drie maal drie keer op den knarsenden windwijzer boven op dezen toren
te schieten, en indien gij dan de negen daarin niet even kunstig
gemaakt ziet, alsof dit door de hand van den smid gebeurd was, dan
laat ik mij gewillig hangen."
Zoo sprak de strooper, en de Capucijner pater berichtte den waardigen
raadslieden hetgeen hij gehoord had. Daar werd het minzaam aangehoord
en besloten, teneinde den burgers een grap te bezorgen: dat als
Hans Winkelmann volbracht, hetgeen hij zich vermat te kunnen doen,
het vonnis niet voltrokken zou worden.
Door de menigte aangegaapt, die gekomen was om het laatste kwartiertje
van den beruchten strooper bij te wonen, stond Hans Winkelmann terzijde
van het schavot en legde aan op den windwijzer van den toren, die in
den herfstwind knarsend draaide.
Het eerste schot knalde en werd onder doodsche stilte des volks door
de andere gevolgd.
Als uit één mond weerklonk de zegenroep na de drukkende stilte, boven
in den windwijzer zag men de negen even kunstig gemaakt, alsof dit
door de hand van een smid had plaats gehad.
Gelaten overhandigde de strooper den scherprechter de geliefde buks, en
plechtig verkondigde de raad het opgewonden volk, dat de veroordeelde
in vrijheid gesteld zou worden. Hem zelf werd, tegelijkertijd met
zijn bevrijding de betrekking van schutterhoofdman over de vrije stad
Frankfort aangeboden.
Toen schudde Hans Winkelmann zijn verwilderd hoofd en dankte voor
zooveel eer. Zooals het zich betaamt, heeft hij zijn erkentelijkkeid
betuigd voor den ontvangen bijval, en is toen, door de menigte
heen het bosch in gegaan, dat hem tot zijn liefste verblijfplaats
geworden was. Bij zich zelf legde hij de belofte af, dat de inwoners
van Frankfort hem nooit weer betrappen zouden. En dat was ook zoo. De
negen in den windwijzer kunt gij heden nog in den toren van de
stadsvesting te Frankfort zien.