De "Schetsen uit de Dierenwereld", die hierbij het vaderlandsche
publiek worden aangeboden, zijn een nederlandsche bewerking van een
engelsch boek, getiteld: "Wild Animals", bevattende een twintigtal
prachtige gravures van J. W. en Edward Whymper, naar teekeningen van
den beroemden Joseph Wolf, met bijschriften van Daniël G. Elliot.
Ieder die eenigermate bekend is met de groote vermaardheid, welke
Wolf zich door zijne talrijke studies van het dierenleven, vooral
in Engeland, heeft verworven, zal ongetwijfeld met ingenomenheid
eene uitgaaf begroeten, waardoor enkele van de gewrochten van dezen
meester ook onder de oogen van het nederlandsche publiek worden
gebracht, en dit zooveel te meer daar Wolf in zeker opzicht een
oude bekende voor ons is, of althans behoorde te zijn, in zoover de
platen, in verscheidene prachtwerken van Prof. Schlegel voorkomende,
van zijne hand zijn. Want, gelijk Whymper ons verhaalt, was het de
Leidsche hoogleeraar zelf, die, nu omstreeks 30 jaren geleden, het
buitengewone talent van den toen jeugdigen kunstenaar in zijne naar
de natuur gemaakte studiën opmerkte en hem de eervolle taak opdroeg,
om de teekeningen te leveren voor het destijds in druk verschijnend
groot werk over de Valkenjagt.
De teekeningen, die den thans in het licht verschijnenden bundel
versieren, werden door Wolf, op uitnoodiging van den graveur Edward
Whymper, expresselijk voor dit doel vervaardigd. Neemt men hierbij in
aanmerking, dat ze een studie van 7 jaren hebben gekost en daarenboven
wellicht de laatsten van dien aard zijn, die wij van Wolf te wachten
hebben, dan hebben ze reeds daardoor een bijzonder recht op de aandacht
en belangstelling van het publiek, inzonderheid van alle beoefenaars
der natuurlijke historie.
Doch niet alleen om die reden, ook op zichzelf zijn deze teekeningen,
door Whymper's verdienstelijke graveerstift tot ons gebracht, onze
belangstellende aandacht overwaardig, en terecht gaat daarover
in Engeland maar één stem op. Het weekblad "the Academy" zegt er
o. a. het volgende van: "Deze "Wilde Dieren", die hun prooi vervolgen
en met elkander of met de menschen worstelen in den strijd om het
bestaan, zijn in de hoogste mate dramatisch, ja zelfs tragisch
te noemen. Iedere teekening in 't bijzonder is een meesterstuk van
vinding, de vrucht eener uitgebreide kennis van het leven der dieren,
van hunne eigenaardigheden en gewoonten, en tegelijk volmaakt van
uitvoering zoowel wat teekening als wat gravure betreft."
De bijschriften, welke de platen vergezellen, zijn bewerkt door
den amerikaanschen schrijver Daniël G. Elliot, en, waar het noodig
was, door den deskundigen nederlandschen vertaler gewijzigd en
aangevuld. Zij vormen een aangename en onderhoudende lectuur, zonder
evenwel aanspraak te maken op den naam van zuiver wetenschappelijke
studiën over het leven der wilde dieren.
Met het oog op een en ander vertrouwen de uitgevers, dat dit plaatwerk
met ingenomenheid door het kunstlievend publiek zal worden ontvangen.
De Uitgevers.