MET EEN WOORD VOORAF VAN #S. ULFERS#.

#Ingenaaid f 1.95# #In Prachtband f 2.50#

#HYPATIA# van CHS. KINGSLEY is een meesterwerk van het edelste gehalte,

gebouwd op Christelijken en Historischen grondslag. De schrijver heeft

meer bedoeld, dan zijne lezers het genot van een onderhoudend verhaal

te verschaffen; hij wilde hen een blik doen slaan op den laatsten

strijd van de oude wereld tegen de Christelijke Kerk in derzelver

jeugd. #HYPATIA# van CHS. KINGSLEY plaatst den lezer terug naar de 5e

eeuw onzer jaartelling, naar een der felste brandpunten van den strijd:

het klassiek Alexandrië.

Zoo een episode uit dat groote treurspel kan niet anders dan veel

bevatten, dat den lezer pijnlijk aandoet; het is een tijdperk, hetwelk

met veel verhevens, veel afschuwelijks oplevert; een van die hachelijke

en belangrijke gedeelten der wereldgeschiedenis, waarin zich deugden en

ondeugden vertoonen nevens elkander, met een schrikbarende naaktheid

en kracht. Menig bloedig tafereel komt er in voor, menig afgrijselijk

drama, waarin belijders van den naam van Christus eene rol vervullen,

die maar al te duidelijk bewijst, dat de geest des Meesters hun

volkomen vreemd was gebleven.

Alexandrië, toenmaals een der hoofdzetels zoowel van de jeugdige

Christelijke geleerdheid als van het afgeleefde Grieksche heidendom,

moest de schouwplaats zijn van een dezer drama's, misschien wel het

aandoenlijkste van alle, waarin de reinste en edelste der vrouwen het

offer moest worden van den heerschzuchtigsten der Prelaten.

KINGSLEY heeft de oorkonden der geschiedenis van nabij gevolgd en in

zijn bewonderenswaardig boek verraadt elke bladzijde den man die in

dat tijdvak der historie volkomen thuis is. De Joden, de Gothen, de

monniken, de verschillende klassen der bevolking van Alexandrië, zijn

alle met de meeste zorg in hunne eigenaardigheid geteekend.

De levensbijzonderheden van HYPATIA, zoo ook die van de meesten der

overige personen zijn geschiedkundig waar, nevens hen treden enkele

verdichte personen op, zooals de romandichter ze niet kan ontberen;

maar ook deze zijn zoo meesterlijk uitgebeeld dat de wederga er van

moeilijk, misschien in 't geheel niet te vinden zou zijn. De hoogste

kracht der fantasie paart zich hier aan de nauwkeurigste kennis der

historie. In het geheel heeft wellicht nooit een romanschrijver zich

met het karakter zijner historische personen zoo weinig vrijheid

veroorloofd en zijne verdichte personen zoo goed aan den geest en het

kostuum van hunnen tijd doen beantwoorden, als in dit merkwaardig boek

is geschied. En dan nog is CHS. KINGSLEY niet alleen romandichter en

historieschilder, hij is eigenlijk Godgeleerde en Evangelieprediker;

het spreekt dus van zelve dat zoo een man niet slechts een priester

is der waarheid en schoonheid, maar dat hij ook offert op het altaar

van Godsvrucht en deugd. Nooit zijn in een boek zoovele, zoo goede,

zoo eminente verdienste vereenigd geweest als in CHS. KINGSLEY'S

monumentaal en onvergankelijk werk: #HYPATIA of Nieuwe Vijanden in

eene Oude Gedaante#.

Wie den geest verkwikken wil, het weten vermeerderen, het hart

veredelen, de Godsvereering versterken en verjongen, neme #HYPATIA#

ter hand; hij (en zij) zal er geestelijk door vooruitgaan; zal met den

inhoud en strekking van het bewonderenswaardig boek vertrouwd geworden

zijnde, een gevoel van oprechte vereering koesteren voor den schrijver,

die zijne gaven en zijn genie wijdde aan zulk een werk; zal hartgrondig

beamen wat de schrijver bedoelt te leeren: dat het Christendom heden

ten dage zijn taak nog niet heeft volbracht. Onze Eeuw moge hoeden

en rokken, instede van toga's en tunica's dragen, het menschdom is

hetzelfde gebleven.

„Dezelfde geest die de oude Egyptenaren verzocht, verzoekt ook U.

Dezelfde God die hen zou behouden hebben als zij gewild hadden, wil ook

U behouden, zoo gij wilt. Hunne zonden zijn de Uwe, hunne dwalingen

de Uwe, hun oordeel is het Uwe, hunne verlossing de Uwe. Er is niets

nieuws onder de zon; hetgeen geweest is, dat zal zijn. Laat hem, die

zonder zonde is, den eersten steen werpen op HYPATIA, MIRJAM, of

CYRILLUS.”

1812: Historische roman · 第 152 / 154 题