EERSTE TOONEEL.

Het park voor het koninklijk slot te Navarre.

De Koning, Biron, Longaville en Dumaine komen op.

KONING. De roem, dien ieder najaagt in zijn leven,

Leve ingebeiteld op ons bronzen graf,

En siere ons in de ontsiering van den dood,

Wanneer ons, trots de vraatzucht van den tijd,

Het streven van den adem dezer ure

Een eer mag koopen, die zijn sikkel stomp,

En ons tot erven maakt der eeuwigheid.

Daarom, gij dappre helden!--want dit zijt gij,

Omdat gij krijg voert met uw eigen neiging

En 't machtig leger aller aardsche lusten,--

Ons jongst besluit besta in alle kracht:

Navarre moet het wonder zijn der wereld,

Ons hof beroemd als kleine wijsheidsschool,

Waar rustig peinzen wetenschap doet leven.

Biron, Dumaine en Longaville, gij drieën,

Gij zwoert, drie jaren lang met mij te leven

Als schoolgenooten, trouw aan al de regels,

Die hier, op deze rol, geschreven staan. 18

Gij deedt den eed, zoo onderteekent ook,

Zoodat, wie hier het kleinste deel van schendt,

Met eigen hand zijn eigen eere velt.

Kent gij u sterk, als gij geloften deedt,

Zoo teekent hier en handelt naar uw eed.

LONGAVILLE. Ik ben besloten; 't is maar drie jaar vasten.

Al lijdt het lijf gebrek, de geest zal schransen;

Een vette buik, een mager brein; fijn eten,

De ribben maakt het rijk, bankroet het weten.

DUMAINE. Mijn eed'le vorst, Dumaine is reeds verstorven;

Hij laat de groov're vreugden dezer wereld

Aan dezer groov're wereld laag're slaven.

Voor liefde, rijkdom, luister, ben ik dood;

'k Leef, mèt dat alles, in der wijsheid schoot.

BIRON. 'k Heb enkel hun gelofte te herhalen;

Want dit heb ik, mijn vorst, alreeds bezworen,

Dat ik drie jaren hier studeeren wil.

Edoch, er zijn nog and're strenge regels,

Zooals: in al dien tijd geen vrouw te zien,

Wat, hoop ik, daar niet neergeschreven staat;

En, één dag in de week geen spijs te proeven,

En verder slechts één enk'len maaltijd daags,

Wat, hoop ik, dat niet neergeschreven staat;

En dan, des nachts drie uren slechts te slapen

En overdag geen oog toch toe te doen,--

Ik, steeds gewoon des nachts niets kwaads te denken,

En van den halven dag een nacht te maken!--

Wat, hoop ik zeer, daar niet geschreven staat.

O, dit zijn harde plichten, zware lasten:

Geen vrouw ooit zien, studeeren, waken, vasten!

KONING. Gij hebt het met een eed reeds afgezworen.

BIRON. Toch niet, mijn vorst, gelief mij aan te hooren:

Ik zwoer met uwe hoogheid te studeeren,

En hier aan 't hof drie jaar te resideeren.

Veel Gemin, geen Gewin · 第 4 / 73 题