TOEGEËIGEND AAN MR. WILLEM BARTIËNS[1].

Dees, die met haar blond versiersel,

Reikt aan 't uitgespannen zwiersel,

Die azurig[2] zit verschoond[2],

En van de astren wordt gekroond;

Die, tot eenen staf, in handen

Voert de scepter met drie tanden[3],

En op vloeden twee[4] ten toon

Heeft verhemeld[5] haren troon;

Dees, wiens speelgenoots, met minnen,

Zijn Zeegoden en Godinnen,

En wiens vloeden heel verguld

Met veel rijkdoms[6] zijn vervuld;

Waarin zwart bepekte vogels[7]

Zweven met hun lichte vlogels,

Die Caucasus'[8] Dochters roem

Lieflijk plukken als een bloem,

Ja, aan 't Ooster-eind der wereld[9],

Daar Tithonis Bruid[10] bepereld

Haar blond hair met spansels[11] tooit,

En haar roode rozen strooit;--

Dees beroemde Maagd verheven

(Zeg ik) schept haar lust en leven,

Dat hij in heur schaduw rust,

Aan haar overvloedsche[12] kust,

Op haar aangename stranden,

Daar de voedster van de landen[13]

Breede waters maakt te klein,

Om te drijven haren trein[14],

Haren trein, die uit uw konste

Schept haar leven en haar jonste[15],

Zonder welk zij onbedocht[16]

Nimmermeer beklijven mocht.

Gij, o Citon[17]! hoog verheven,

Van een hoogen Geest gedreven,

Boven 't algemeen verstand

Gij alleen de Kroone spant.

In de cijfer-konst beraden[18]

Leert gij jeugd de rechte graden:

Hoe de groen-geloofde[19] krans

Kroont gerechtigheids Balans,

Om de rekening te slechten[20],

En Koophandel uit te rechten.

Bovendien, in Hollands veld

Gij de zuiver Lely[21] stelt.

Ziet ons bijkens eens getuigen,

Hoe zij Franschen honig zuigen,

Tot aan 't Pyreneesch gebergt,

Dat getopt den Hemel tergt:

Ziet eens, waar d' Hollander wandelt,

Hoe hij met den Franschman handelt.

Voorts dijn veder in den ink

Met de slang maakt eenen kringk,

Eenen kring in 't rond getogen,

Die ons 't eeuwig stelt voor oogen:

Gelijk zij op jaarsche maat

Haar verrimpeld kleed uitlaat,

En vernieuwt haar eerste wezen;

Alzoo zult gij hoog geprezen

Door uw konst onsterflijk zijn;

Want uw gulde letters fijn

Zal de schrijf-konst, als de sterren

Aan de uitbreidsels[22], wijd uitsperren:

Bovendien, o Hemels Licht!

Doet gij door uw konstig Dicht,

Beide ons vloeden[23] onbezweken

T' Hemelwaarts hun horen steken,

Boven Nylus, en den Taan[24],

Of den blonden Lidiaan[25].

Amsterdam zal u beklagen

Als zij u zal zien verslagen

Stout van de alvernielsche dood

In der aarden wijde schoot.

Nochtans zal men t'allen tijden

Uwen grooten lof belijden:

Hoe de Koopmanschap vermaard

Nutte vruchten heeft gebaard,

Door u en des Heeren zegen,

Die met zijnen gouden regen,

D' Amstel mildelijk besproeit,

Dat er nerings welvaart bloeit.

Adieu, Bartiëns, ik wil zwijgen,

Wijl gij gaat ten Hemel stijgen[26].

'k Wenschte, dat ik hier in schijn[27]

Slechts mocht uwen Echo zijn!

[1] De bekende rekenmeester, wiens Cijferboek nog in onze eeuw in

gebruik is, en die zelf een klinkdicht op _'t Pascha_ gerijmd had.

[2] _In hemelsblaauw gedoscht_.

[3] Die van den Zeegod nam.

[4] D.i. Y en _Amstel_.

[5] Anders _verheven_.

[6] Thans _veel rijkdom_, daar _veel_ allengs van zelfst. naamw.

(gelijk het oorspronkelijk was) tot bijv. naamw. geworden is.

[7] Nam. _schepen_.

[8] Met misplaatsten klemtoon op de 1e lettergreep.

[9] Nam. de Levant, door den toenemenden handel daarop.

[10] Aurora.

[11] _linten_.

[12] Voor _van_ of _vol overvloed_.

[13] D.i. de zee.

[14] _sleep_.

[15] _gunst_.

[16] Voor _onbedacht_ in den zin van _verwaarloosd_.

[17] Wellicht _Sidon_, als de vermeende uitvinder van maten en

gewichten.

[18] Voor _ervaren_.

[19] _van groene blaren_.

[20] _vereffenen_.

[21] die van Frankrijk, namelijk.

[22] _het uitspansel_, verg. reeds boven.

[23] Y en _Amstel_.

[24] _Don_ (_Tanaïs_).

[25] de goudvoerende Pactolus in Lydië.

[26] Voor: _u verheffen_ (verg. 25 regels vroeger).

[27] _kennelijk_, _blijkbaar_.

Op Mr. Willem Bartiëns.

Gij ziet het zichtbre deel van Bartiëns hier naar 't leven:

Van zijn onzichtbren geest heeft hij u zelf gegeven

Een print in 't Rekenboek, dat nergens faalt noch suft,

Maar volgt, ten dienst der jeugd, Euclides spits[1] vernuft.

[1] _scherp_.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 13 / 105 题