Deze ontvangen het veneuze bloed uit den arm door de:
28. Sleutelbeenader (Vena subclavia) en de:
29 en 30. Huidaderen van den arm (Venae subcutaneae brachii) en uit
het hoofd door de:
31. Inwendige strotader. (Vena jugularis interna.)
32. Uitwendige strotader. (Vena jugularis externa.)
De onderste holle ader stort eveneens haar bloed in de rechter
voorkamer. Zij ontvangt dit uit de aderen van het onderste gedeelte
van het lichaam.
Haar takken zijn:
33. Leveraderen. (Venae hepaticae.)
34. Nierader. (Vena renalis.)
35. Inwendige zaadader. (Vena spermatica int.)
36. Gemeenschappelijke bekkenader. (Vena iliaca communis.)
37. Dijader. (Vena cruralis).
Plaat IV. Het zenuwstelsel.
Een doorsnede van het hoofd en de wervelkolom geeft ten deele een
overzicht van hersenen en ruggemerg, terwijl de armen en beenen
zoodanig zijn afgesneden, dat men den aanvang der voor hen bestemde
zenuwen kan overzien.
1. Groote hersenen. (Cerebrum.)
2. Brug van Varol (Pons Varolii), die de beide kleine hersenhalfronden
verbindt.
3. Verlengde merg. (Medulla oblongata.)
4. Halsgedeelte van het ruggemerg. (Medulla spinalis.)
5. Borstgedeelte van het ruggemerg.
6. Mergkegel. (Conus.)
7. Lendengedeelte van het ruggemerg.
8. Paardestaart (Cauda equina.)
Uit de hersenen ontspringen 12 paar hersenzenuwen, waarvan evenwel
op deze plaat slechts de oorsprong te zien is van de:
9. Buitenste oogspierzenuw. (Nervus oculomotorius.)
10. Drielingszenuw. (Nervus trigeminus.)
11. Aangezichtszenuw en gehoorzenuw. (Nervus facialis et acusticus.)
12. Tong- en keelzenuw. (Nervus glosso-pharyngeus.)
Uit het ruggemerg ontspringen 31 paar ruggemergszenuwen. De voorste
takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de: