Lord Edward Lister, over de geheele wereld bekend onder den naam van
John C. Raffles, den Grooten Onbekende, is de held geworden van een
reeks boeiende verhalen en zeer zeker heeft hij de sympathie onzer
trouwe lezers verworven.
Lord Lister is een man van eer in alle opzichten, hij is een gentleman
met een edele levensopvatting, wiens eenig doel het is, de belaagde
onschuld te beschermen, behoeftigen en misdeelden te ondersteunen,
misdadigers, die door politie en justitie te vergeefs worden opgespoord
en die, niet zelden, zelfs door de wet worden beschermd, te ontmaskeren
en dus onschadelijk te maken.
Daardoor is de Groote Onbekende geworden de schrik van woekeraars en
geldschieters, wien hij, telkens weer opnieuw, door zijn listen en
geniale trucs hunne bezittingen ontrooft om daarna de terugverworven
rijkdommen weder te geven aan de rechtmatige eigenaars.
Het optreden van John C. Raffles, den gentleman-dief, kenmerkt zich
steeds door bijzonder goede manieren. Zijn oud-adellijke afkomst
verloochent hij nooit; hij blijft onder alle omstandigheden een edelman
in de ware, de goede beteekenis van het woord.
De vertrouwde en onvermoeide secretaris en helper van Lord Edward
Lister is de jonge, levenslustige Charly Brand, dien John C. Raffles
door een toeval heeft leeren kennen en die den eenige jaren ouderen
Lord Lister hoogacht en lief heeft als een vader.
Een reeks van honderdtien verhalen zijn reeds verschenen, verhalen, die
vertellen van de interessante, geheimzinnige en wonderlijke avonturen
en ontmoetingen en verrassingen van Lord Edward Lister. Ze spelen meest
allemaal in Londen. Dáár, in Engelands hoofdstad is het, dat de Groote
Onbekende, de geniaalste aller dieven, steeds weer weet te ontsnappen
aan de vervolgingen der Engelsche politiebeambten.
Tot groot vermaak van het geheele Londensche publiek van allen rang en
stand heeft hij den politie-inspecteur Baxter, den chef van het bekende
Scotland-Yard, telkens weer opnieuw belachelijk gemaakt. En ondanks de
hooge premie van duizend pond sterling, welke is uitgeloofd voor zijn
aanhouding, is het den „geweldigen” Baxter noch iemand anders totnogtoe
gelukt, Raffles in handen te krijgen.
Het doet ons genoegen, den aandachtigen en trouwen lezers der
Raffles-verhalen te kunnen mededeelen, dat de Groote Onbekende thans
het terrein zijner werkzaamheden heeft verplaatst naar ons vaderland en
dien lezers zal het zeker dubbel aangenaam zijn, de niet slechts
geestige, doch ook geniale trucs van den gentlemandief te zien afspelen
op bekenden bodem, namelijk in een groot aantal steden van ons land:
Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Scheveningen, Groningen, enzoovoorts,
of onder den rook van deze plaatsen.
Lord Edward Lister is dus naar ons kleine vaderland gekomen om zich
daar met zijn vriend en secretaris metterwoon te vestigen. In een der
nieuwe wijken van de hoofdstad des rijks, daar, waar moderne huizen en
ruime villa’s verrijzen; in het frissche, ruim gebouwde
Willemsparkkwartier heeft Lord Lister voor zich en Charly Brand een
villa gehuurd. James, de bejaarde huisknecht, de oude, trouwe bediende,
die reeds den grootvader van den Lord en zijn vader diende, trekt met
zijn meester mee om het huishouden waar te nemen. Hij immers kent al de
geheimen van zijn heer, weet van diens vermommingen en geheimzinnige
tochten; is op de hoogte van de ingewikkelde en zeer uitgebreide
garderobe van den Lord.
Ook hier, in Nederland, wil John C. Raffles de beschermer der
verdrukten zijn, de helper der armen en ongelukkigen. Maar tevens
blijft hij nog steeds den wensch koesteren, de rijke schurken te
ontmaskeren, de misdaden op te sporen, die onontdekt zijn gebleven.
Het zal den lezers zeker een bijzonder belang inboezemen, uit deze
serie Raffles-verhalen te vernemen, op welke wijze de Groote Onbekende
niet slechts in Amsterdam, maar in verschillende provinciesteden en
-dorpen, tot zelfs op het platteland weet op te treden; op hoe
uitstekende wijze hij zich aan de toestanden, welke daar heerschen,
weet aan te passen.
In Groningen leeft Lord Lister een tijd tusschen de jolige studenten en
hij viert er hun lustrumfeesten mede, in Amsterdam bezoekt hij
schouwburg, concertzaal en circus en hij weet het wild op te sporen te
midden van feestrumoer en uitzinnige pret. Het luchtige, vroolijke
strandleven wordt door hem genoten in een Scheveningsche villa en,
later, in het eenvoudiger Zandvoort. Overal weet de Groote Onbekende
partij te trekken van de omstandigheden; overal weet hij zijn slag te
slaan.
Dit voorwoord hebben wij noodig geacht den lezers aan te bieden,
vóórdat zij beginnen te genieten van de Nederlandsche Raffles-verhalen,
die, wij twijfelen er niet aan, nòg meer dan de Londensche serie zullen
inslaan.