AANTEEKENINGEN

[1] Dit slaat op eenige artikelen tegen de chineesche handelaars

in enkele indische bladen, stukken van minder literairen dan wel

sociaal-politieken aard.

[2] Fung Shui is de religieuse en astronomische ligging van een

plaats. De leer van Fung Shui is een leer apart. Uitweiding zou te

ver voeren.

[3] De liefde en de reverentie van kind tot ouders, en omgekeerd.

[4] "Beleefdheid" is niet de preciese vertaling van het Chineesche

Lé dat onvertaalbaar is en exclusief-Chineesch van beteekenis. Er

is een aparte "King" de Lé Kì, die van de Lé verhaalt en Lé voor

Europeanen duidelijk kan maken. Beleefdheid in den uitgebreidsten zin

komt er het dichtste bij. De Lé Kì is vertaald door Prof. Legge in de

"Sacred Books of the East".

[5] In China gebeuren de huwelijksonderhandelingen door middel van

koppelaars. De bruidegom gaat niet zelf de bruid vragen--die hij

trouwens nooit gezien heeft--maar de ouders van den jongen man sturen

vertrouwde koppelaars--hem-lâng--naar de ouders van het meisje, om

haar eerst te zien, en verder over alle voorwaarden en aangelegenheden

te spreken. Alles breedvoerig vermeld in den Tai Ts'ing Lut Le,--het

Wetboek der Tai Ts'ing-dynastie.

[6] Deze--en ook vorige en eventueel volgende--woorden tusschen

aanhalingsteekens zijn directe vertalingen uit het Chineesch, daar

ik het eigenaardig vond, die letterlijk over te nemen.

[7] Zooals bekend is, zegt de boeddhistiesche leer van Karma, dat elke

oorzaak onvermijdelijk in latere levens zijn gevolg produceert. De

Chineezen gelooven hier sterk aan, en deze In Kó--oorzaak en

gevolg--vindt men in het grootste gedeelte van hunne legenden en

geschiedenis terug.

[8] Voor den belangstellenden lezer, die gaarne het eind der

lotgevallen van Si Ting San zou willen weten, zij het volgende in

't kort verteld:

Si Ting San had later van Han Lee Hoa een zoon, genaamd Si Kong. Deze

Si Kong was onder ongunstige omstandigheden geboren. Han Lee Hoa

geraakte namelijk gedurende hare zwangerschap in gevecht met Iông

Hoân (den op aarde geïncarneerden duivel, dien zij had bespot),

en sloeg hem dood met haar zwaard. Zijn bloed spatte overal op haar

huid, waardoor zij van den schrik het kind baarde, dat nu daarom een

bloedigen aard had, en het karakter van een duivel. Deze Si Kong--die

reeds op 7-jarigen leeftijd onoverwinlijk was--was een losbandige

drinkebroer. Si Ting San zelf eindigde, met zijnen vader Si Dzîn

Kuì te dooden, en wel op de volgende curieuze manier. Hij was zijn

vader komen verlossen uit een klooster, waar deze werd omsingeld door

de vijanden. Si Dzîn Kuì was daar drie dagen uitgehongerd, zoodat

hij bewusteloos was geworden. Oorspronkelijk was deze Si Dzîn Kuì

een tijger geweest, die als mensch gereïncarneerd was. Door zijne

bewusteloosheid was nu zijn geest weêr in den tijger overgegaan. Si

Ting San, die juist ter redding kwam, zag bij den tempel een tijger,

dien hij met een pijl doodelijk wondde. De tijger sleepte zich

nog tot in den tempel, en daar lag zijn eigen vader dood, door hem

vermoord. De tijger was opeens verdwenen. Op zijn beurt wordt Si

Ting San later door zijnen zoon Si Kong's schuld gedood. Si Kong

had namelijk in dronkenschap 's keizers twee zonen gedood. Si Kong

zelf wist te ontsnappen, maar, volgens chineesch recht, moest Si

Ting San, de vader, er voor boeten, die met 360 zijner familieleden

werd gedood. Si Ting San had echter goede vrienden, die hunne eigene

kinderen tegen de zijne ruilden en lieten dooden, opdat zijn geslacht

zou behouden blijven. Si Ting San werd met al zijne vrouwen en dienaren

gedood, en hunne lijken in één kuil geworpen, waarop gesmolten ijzer

werd gegooid. Alleen Han Lee Hoa ontsnapte, door een tweede lichaam

aan te nemen, en het eerste, ziellooze, te doen dooden. Onder eene

volgende regeering keerde Si Kong in het rijk terug, en kwam tot hooge

eer. De lijken van zijn vader Si Ting San en zijne familie werden uit

het ijzeren graf gehaald, en met rijke ceremoniën elk afzonderlijk

plechtig begraven. Si Ting San's oude vriend, (ook die zijns vaders)

T'ia Kao Kim was hierover zoo dol verheugd--dat hij zich letterlijk

doodlachte. En--zoo luidt de curieuze legende--T'ia Kao Kim's zoon

was zoo verslagen over den dood van zijn vader--dat hij zich op de

tegenovergestelde wijze doodhuilde.

[9] Een dergelijk gewaad, geheel van zijde, met de kostbare

goudfiguren, kost op zijn hoogst slechts 70 dollars mexicaansch.

[10] Er wordt in Europa algemeen geloofd, dat wit in China altijd rouw

beteekent, maar dat is onjuist. Wit wordt wel degelijk gedragen zonder

dat het rouw beduidt, door het volk 's zomers, en door tooneelspelers

aldoor. De echte rouwkleeren zijn bruingelig.

[11] Haò is de Liefde en Eerbied van kinderen tot ouders.

[12] Wie meer wil weten van deze booze "kuí's" leze toch vooral het

merkwaardige werk van Prof. J. J. M. De Groot: "The Religious System

of China." Vol. I.

[13] De Chineesche karakters worden werkelijk beschouwd als iets

heiligs. Geen beschreven papier mag worden weggeworpen. Het mag

alleen worden verbrand, want dan wordt het veranderd in heilig vuur,

dat naar de Geesten opstijgt. In een stukje in het internationaal

orientalistiesche tijdschrift "T'oung Pao" 4e Jaarg. No. 5 (Redactie

Prof. Schlegel en Prof. Cordier te Parijs) heb ik deze vereering van

de Chineezen voor al het geschrevene uitgedrukt door "C'est comme le

Verbe qu'ils vénèrent dans leurs caractères."

[14] Men houde toch vooral niet Nîrwana voor eene uitdooving en

brute, onzinnige vernietiging van Leven tot Niets. Van géén mystiek

woord is zooveel misbruik gemaakt als van Nîrwana. Zelfs een eminent

schrijver als Couperus gebruikt het op vele plaatsen verkeerd (in

"Eline Vere"). Nîrwana is niet te definieeren, evenmin als het begrip

God, omdat het iets is boven alle idee en vergelijking. Het zou

eenigszins--maar zeer vaag en onvolkomen--weer te geven zijn als de

Al-Ziel der wereld, waartoe alles kan teruggebracht worden, en dit is

rustig en stil, en eindeloos, en het eenig Reëele. Maar alle woorden

blijven er ver van, evenals alle begrippen ver van God blijven...

Dat de menschen, die zich Nîrwana niet konden voorstellen, zich

zelve een soort van hemel zijn gaan verbeelden, met de boeddha's als

bevolking, en van buitensporige pracht, is verkeerd en absoluut in

strijd met het essentieele boeddhisme, maar overigens verklaarbaar

evenals de traditioneele met poorten omringde en met muziekmakende

engelen bevolkte hemel der burgerluidjes in strijd is met Jezus'

leer. Men moet vooral geen puur boeddhisme uit dit stukje willen

halen. De figuren van Kwan-Yin en Saam-Poo-Hoet, en de Lôhàns zijn

echte boeddhistische, maar zij zijn natuurlijk verkeerd gebruikt in

deze Chineesche voorstelling van den hemel, hoe grootsch artistiek

die overigens ook is.

[15] Ló-Hàn is het Chineesche woord voor Arhats, adepten (ongeveer

hetzelfde als Mahatma's). Uitweiding is hier misplaatst en zou te

ver voeren.

[16] Van meer dan ééne zijde werd mij de opmerking gemaakt, dat,

aangezien mijn werk geen vertaling is van Lao Tsz', en men volstrekt

niet in Lao Tsz's "Tao" zag wat ik er uit voelde, de benaming

"fantazie" meer zou passen aan dit werk dan "studie". De lezer, die

mijn stuk heeft meêgevoeld, zal begrijpen met welk een gerust hart

ik deze verandering maak, en hoe weinig het er toe doet.

[17] B.v. in Confucius.

[18] Dit is een feit. Het meerendeel der Chineesche priesters dreunen

Sûtra's op, naar den klank ongeveer van het sanskriet in Chineesche

klanken vertaald, waarvan zij geen woord begrijpen.

[19] Het volgende, tusschen aanhalingsteekens, is een stuk, vertaald

uit den Nan Hwa King, 12e Hoofdstuk.

De Gele Keizer is een legendarische keizer, die omstreeks 2697

v. C. zou geregeerd hebben.

[20] Het volgende, tot den zin: "En millioenen dingen keeren tot Een

terug", is eene bespreking van het eerste hoofdstuk van den Tao Teh

King, niet eene vertaling. Lao Tsz's wonder-simpele karakters zijn

eenvoudig onvertaalbaar in even korte Hollandsche zinnen. Mijne

uitlegging, gedeeltelijk aan de hand van Chineesche commentators,

is eene geheel nieuwe, en volgens mijn beste weten de ware. Een der

beroemdste, en in zekeren zin ook een der knapste sinologen, de heer

Herbert Giles vertaalt van dit eerste hoofdstuk alleen den eersten

zin, en vindt de rest niet de moeite waard! (Zie "the Remains of

Lao Tzü" bij H. A. Giles, Hongkong, China Mail Office, 1886.) Deze

zelfde geleerde vertaalt Tao door "the Way", het Pad, niet inziende,

hoe onmogelijk het is, dat, hetgeen Lao Tsz' bedoelde, zijnde het

Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in

figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste

is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. Legge, vertaalde Tao door

"Course". En van den simpelen zin: "Als Tao (uit)gezegd kon worden

zou het niet de eeuwige Tao zijn," maakte hij: "The Course that can

be trodden is not the enduring and unchanging course." De geheele

kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft,

en in Confucius' werk Chung Yung wel degelijk Pad beteekent. Maar in

honderden gevallen beteekent het: "zeggen".

Daar Lao Tsz' het karakter in denzelfden volzin in twee beteekenissen

gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopen. De zin:

"Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn" is

zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche

edities geven de commentators ook "zeggen", een zelfs nog duidelijker:

"met den mond zeggen". Maar van alle sinologen heeft alleen Wells

Williams dezen zin goed vertaald, n.l.: "The Tao which can be expressed

is not the eternal Tao." (In zooverre goed, dat wel zijn constructie

onzuiver is, maar hij tenminste de bedoeling heeft begrepen.)

Nadat mijn stuk reeds in De Gids was verschenen, kwam mij eerst

Prof. De Groot's werk: "Jaarlijksche feesten en gebruiken der

Emoy Chineezen" in handen, waaruit ik zag, dat deze geleerde het in

zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is,

namelijk een beginsel "waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam

niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam

Tao." De heer De Groot voegt hieraan toe: "Zoo men dit woord door

de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs

eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig

niet ver van de bedoeling van den wijsgeer wezen." Hoewel ik nog

iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen

toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.

[21] Dit "Wu Wei", onvertaalbaar, is door de sinologen zonder goede

uitlegging vertaald door "inaction", alsof het traagheid, inertie

was. Het beteekent echter volstrekt geen inactie, maar juist actie,

nl.: "inactie van verkeerde, onnatuurlijke passies en begeerten", maar

"actie van de natuurlijke beweging uit Tao." Zoo staat er ergens in den

Nan Hwa King: "Hemel en Aarde doen niets (in den slechten zin) en er is

(toch) niets wat zij niet doen." De geheele natuur o. a. ontstaat door

Wu Wei, door natuurlijke, uit Tao voortvloeiende actie. De sinologen,

door het Wu Wei zonder eenige commentaar door "inaction" te vertalen,

verkregen daardoor in hunne vertaling precies het tegenovergestelde

van den Chineeschen tekst.

Lao Tsz' zelf weidde er niet over uit. Dat ik laat volgen is mijne

eigen opvatting van den tekst. Het geheele eerste hoofdstuk zelf

beslaat slechts eene bladzijde in het boek en bevat slechts 59

karakters. Dit is een voorbeeld van Lao Tsz's wondere soberheid en

subtielheid, dat hij zoo veel in zoo weinig woorden kon zeggen.

[22] Deze zin is vertaald uit den Tao Teh King (2e hoofdstuk).

[23] Deze zin is uit het 56e hoofdstuk van den Tao Teh King, en is

ook te vinden in het 13e hoofdstuk van den Nan Hwa King.

[24] Dit staat ongeveer in het 6e Hoofdstuk van den Nan Hwa King:

"De ware menschen der oudheid sliepen zonder droomen, en werden zich

bewust zonder bezorgdheid."

[25] Deze episode is vertaald uit den Nan Hwa King, hoofdstuk 18. Met

het "Groote Huis" bedoelde Chuang Tsz' natuurlijk "het Heelal" en dit

"Huis" geeft iets bizonder vertrouwelijks aan dit gezegde, alsof

Chuang Tsz' bedoelde dat zij toch altijd goed bezorgd was, als in

een huis. H. Giles, dit zóó maar vertalende door "Eternity", wat in

den Chineeschen tekst niet staat, verliest dan ook in zijne vertaling

juist dat intieme, wat Chuang Tsz's gezegde zoo treffend maakt. (Zie

"Chuang Tsz" by H. Giles. London Bernard Quaritch 1889.) Er staat

letterlijk: "Kü Shih", Groot Huis.

[26] In bijna alle tempels is een vertrek, waar de mandarijnen kunnen

logeeren, en waar den westerschen reiziger gewoonlijk vergund wordt

te overnachten, zelfs voor een geruimen tijd te wonen.

[27] Het volgende, tot en met den zin: "Poëzie is het geluid van

het hart" is vertaald door mij uit eene voorrede van Ong Giao Ki,

die in de eerste helft der 18e eeuw leefde, bij zijne uitgave der

poëzie van de Thang-dynastie.

[28] Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald

(18de Hoofdstuk).

[29] De Chineezen bewaren hunne kostbaarheden werkelijk zoo

zorgvuldig. Een oud boeddha-beeld zit meestal in een nis, met zijde

bekleed. De nis in een houten kist. De houten kist in een doek. Bij

zeldzame gelegenheden wordt het uitgepakt.

[30] Een beeld als het hier beschrevene is geen fantasie van den

schrijver, maar bestaat werkelijk. Schrijver heeft zelf een dergelijk

beeld in bezit.

[31] De zieleparel "Durmâ".

[32] Het beeld, dat schrijver bezit is van Tan Wei. Een ander groot

kunstenaar was Ho Chao Tsung, van wien ik met zeer veel moeite ook

eenige beelden machtig ben geworden. De namen zijn elk kunstkenner

bekend, maar tevergeefs heb ik getracht, meer van hen te weten

te komen. Na hunnen dood werden zij beroemd, maar zij leefden zoo

eenvoudig en vergeten, dat nu zelfs hunne geboorteplaats onbekend

is. Er is wel naar gegist, maar zekerheid heb ik nooit gekregen.

Wijsheid en Schoonheid uit China · 第 24 / 24 题