_De Nederlanden. Karakterschetsen enz._, 's Gravenhage,
Nederl. Maatsch. van Schoone Kunsten. 1841-1842.
De Veerschipper. 320
De Schippersknecht. 323
De Barbier. 326
De Huurkoetsier. 329
Het Noordbrabantsche Meisje. 332
De Limburgsche Voerman. 335
De Markensche Visscher. 338
De Jager en de Polsdrager. 341
De Leidsche Peuëraar. 344
De Noordhollandsche Boerin. 347
De Noordhollandsche Boer. 350
_Ook het volgende stukje was voor _De Nederlanden_ bestemd en reeds in
handen der redactie, toen het werk gestaakt werd, en de Maatschappij
van Schoone Kunsten ophield te bestaan. Het verschijnt dus te dezer
plaatse_ (1854) _voor het eerst in druk, om het dozijn schetsjes vol
te maken._