_Door den Heer_ VAN KAMPEN _uitgenoodigd, om na het vertalen van den_
Phaedo _en den_ Theaetetus, _mijne krachten tot de overbrenging van_
Plato’s Republiek _in te spannen, deinsde ik in den beginne voor
dien arbeid terug. Eindelijk echter heeft mijne genegenheid voor dat
boek, hetwelk op mijn eigen ontwikkeling een grooten invloed heeft
uitgeoefend, en de overweging, dat_ PLATO _uit geen zijner schriften
beter kan gekend worden, mij doen besluiten het werk op mij te nemen,
vooral, daar het tegenwoordig welligt meer dan vroeger als heilzaam kan
beschouwd worden_, Plato’s Republiek _toegankelijk te maken._
_Een paar plaatsen heb ik eenigzins bekort. Die het oorspronkelijke
niet kennen, zullen er niets door missen; en de literatoren, die mijne
vertaling misschien in handen nemen, zullen mij, hoop ik, gelijk
geven._
_Ik heb weinig aanteekeningen bij den text gevoegd._ Plato’s Republiek
_is voor den vertaler moeijelijk, maar na de vertaling blijft er weinig
over, dat nog eene opzettelijke verklaring noodig heeft. Daarenboven
was veel van hetgeen nog opheldering zou behoeven, door mij reeds
vroeger behandeld. In zulke gevallen heb ik mij vergenoegd derwaarts te
verwijzen._
_Hiermede geef ik mijn werk aan mijne lezers over, in de hoop dat zij
na de lezing mij de getuigenis zullen geven, dat ik niet vruchteloos
gearbeid heb._