De buitenlui zitten aan een van Grietje's "tafeltjes."

Ik stap op.

"Weet je 't wèl... Griet?"

"Ach zanik nou niet langer!... 'k Was eergister vet!"

"Wat wou-die?" vraagt de vriendin.

Grietje fluistert.

De vriendin kijkt me vijandig an en zegt snerpend-kwaadaardig:

"Jezus, wat 'n brave Hendrik! Jij lijkt wel van de middernachtzending,

zeg!"

Schetsen, Eerste bundel · 第 26 / 52 题