EERSTE TOONEEL.

_Verbeeld een straat. KALFURNIA, LAVINIA, en twee Romeinsche Vrouwen._

KALFURNIA. Mevrouwen ’k twyffel niet, of u quam reets ter ooren

’t Rampzalig noodlot, dat den vrouwen is beschooren.

LAV. Hoe kan het mooglyk zyn, dat Romens wyze raad

Tot zulk een dwaasheid, als ’t gerucht loopt, overslaat?

Voor my, ’t gaat myn verstand, Kalfurnia, te boven.

KAL. Ik heb ’t geheim ontdekt. Gy moogt het vast gelooven.

LAV. ô Goden! is het waar, hebt gy ’t van goeder hand?

Dan is ’t met reden dat het vrouwvolk t’zaamen spant.

Men zegt, daar is een heir van dertig duizend wyven

Van ’t allerslechtste soort, die reets veel quaads bedryven,

Daar is geen tegenstand. Men schreeuwt en raast alom.

In de achterstraaten slaat men overal de trom.

’k Hoor dat de markten van het snood janhagel krielen.

Men dreigt de huizen van de raaden te vernielen,

Te plundren wyd en zyd; wy zyn in groot gevaar.

KAL. Vereenigen wy dan, mevrouwen met elkaêr;

’t Raakt ons zo wel als de vrouwen binnen Romen.

Ik weet wel raad om zulk een plundring voor te komen.

Men stel zich aan het hoofd van al dat woeste graauw,

En breng’ de Vadren op het Kapitool in ’t naauw.

’t Gemeen zal zich op ons gezag en moed vertrouwen,

Wanneer ’t zich vind gesterkt van honderd raadheers vrouwen.

Dit is het middel dat men uit de tweespalt raak’.

’k Verlaat my op de goôn en onze goede zaak.

LAV. Zo uit het veld van Mars al de eedle jongelingen

Het heir der vrouwen op het onvoorzienst bespringen,

Hoe dan?

KAL. Vrees daar niet voor, als zy hunn’ moeders zien

Aan ’t hoofd van ’t leger, zal die aanval niet geschiên.

Dan zullen zy gewis wel luistren na de reden,

En in ’t belangen van de Roomsche vrouwen treeden.

’k Vertrouw my op uw zoon Albinus, en myn zoon.

Indien zy hooren welken spyt en bittren hoon

Hunn’ moeder ’t harte raakt, zal elk zich wel erbermen,

En ons voor zulk een wet met alle macht beschermen.

LAV. Wel aan men gaa dan by de vrouwen in het rond,

En sluitte, met ’er haast, dit loffelyk verbond.

Ik hoor een groot geraas van trommel en trompetten.

KAL. Men ga dan in ons huis. Men moet geen tyd verletten.

Men komt van achtren door de tuin in de andre straat.

Mevrouwen, gaan wy by de moeders van den raad.

Drie blyspelen · 第 81 / 133 题